Verzet van Centrale Raad van Beroep, March 20, 2013

Datum uitspraak:2013/03/20
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Verzet ongegrond omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. De Raad stelt vast dat in de aangevallen uitspraak uitdrukkelijk staat vermeld dat het beroep ongegrond wordt verklaard. Het had op de weg van appellante gelegen zich te wenden tot een (rechts)hulpverlener als de uitspraak van de... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/5372 AWBZ-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 9 augustus 2012, 11/2479 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellante)

Zorgkantoor Friesland (Zorgkantoor)

Datum uitspraak 20 maart 2013.

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 21 november 2012 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 21 november 2012 heeft appellante verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 5 maart 2013. Appellante is verschenen. Het Zorgkantoor is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 21 november 2012 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 20 september 2012. Het hogerberoepschrift is gedateerd 26 september 2012. De enveloppe waarin het ter post is bezorgd, draagt het poststempel 1 oktober 2012. Het is op 2 oktober 2012 bij de Raad ontvangen.

Appellante heeft ter zitting aangevoerd dat zij tijdens de behandeling ter zitting bij de rechtbank de indruk heeft gekregen dat de rechter in haar voordeel zou beslissen. Na ontvangst van de uitspraak was appellante, mede doordat de uitspraak voor haar moeilijk leesbaar was, in de veronderstelling dat zij de zaak gewonnen had. Pas nadat appellante een factuur van het Zorgkantoor had ontvangen, was het haar duidelijk dat de rechtbank niet in haar voordeel heeft beslist en heeft zij alsnog hoger beroep ingesteld.

De Raad stelt vast dat in de aangevallen uitspraak uitdrukkelijk staat vermeld dat het beroep ongegrond wordt...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT