Voorlopige voorziening+bodemzaak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Voorzieningenrechter, 3 april 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 3 april 2013
Uitgevende instantie::Voorzieningenrechter
SAMENVATTING

Voorlopige voorziening - sprake van een dakopbouw als bedoeld in artikel 4, aanhef en onder 4 van de bij het Bro behorende Bijlage II - niet is gebleken dat aan de totstandkoning van het welstandsadvies gebreken kleven.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 13/1266 en AWB 13/1469

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 april 2013 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam eiser 1], [naam eiser 2], [naam eiser 3] en [naam eiser 4] te [woonplaats], eisers

(gemachtigde: mr.ir. H.S.M. Kruijer),

en

het college van burgemeester en wethouders van Heemstede, verweerder

(gemachtigde: mr. A.E. Hopman).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam derde partij], te [woonplaats].

Procesverloop

Bij besluit van 8 augustus 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend aan [naam derde partij] voor de activiteiten bouwen en afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van een dakopbouw op de woning [adres].

Bij besluit van 22 januari 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 maart 2013. Eisers [naam eiser 1] en [naam eiser 2] zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en M. Jansen, beiden werkzaam bij de gemeente Heemstede. Derde-partij is verschenen, vergezeld van zijn echtgenote.

Overwegingen

  1. Na afloop van de zitting is de voorzieningenrechter tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter doet daarom op grond van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet alleen uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening, maar ook op het beroep.

  2. De in geding zijnde omgevingsvergunning ziet op een uitbreiding op het dak van de woning [adres].

  3. Ter plaatse van het huizenblok [locatie], waar de woning deel van uitmaakt, geldt het bestemmingsplan “Geleerdenwijk”. Het bouwplan is geprojecteerd op gronden met de bestemming “CB, Eengezinshuizen”. De gevelhoogte van de eengezinshuizen in de categorie CB mag op grond van de planvoorschriften ten hoogste

    6.00 meter bedragen. Het plan bevat geen voorschriften inzake een maximale bouwhoogte en maakt derhalve een opbouw - mits met inachtneming van de gevelhoogte - zonder meer mogelijk.

  4. In verband met deze bepaling inzake de gevelhoogte heeft verweerder de vergunning verleend met toepassing van artikel 4...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT