Eerste aanleg - enkelvoudig van Centrale Raad van Beroep, 11 april 2013

Datum uitspraak:11 april 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo. Er zijn geen nieuwe feiten en gegevens naar voren gekomen die tot een andere beslissing zouden moeten leiden.

 
GRATIS UITTREKSEL

12/2167 WUBO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

Datum uitspraak: 11 april 2013

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft S. Vermeer RA beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 5 maart 2012, kenmerk BZ01307284 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2013. Appellante is verschenen, bijgestaan door Vermeer. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door

A.T.M. Vroom-van Berckel.

OVERWEGINGEN

  1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Appellante, geboren in 1942 in het toenmalige Nederlands-Indië, heeft in augustus 1994 bij verweerder een aanvraag ingediend om op grond van de Wubo te worden erkend als burger-oorlogsslachtoffer. Verweerder heeft die aanvraag afgewezen bij besluit van 16 maart 1995 en die afwijzing na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij besluit van 29 maart 1996 op de grond dat niet is gebleken dat appellante oorlogsgeweld in de zin van de Wubo heeft meegemaakt. Het tegen het besluit van 29 maart 1996 ingestelde beroep is door de Raad bij uitspraak van 18 juni 1998 (nummer 96/3343 WUBO) ongegrond verklaard. Daartoe is, kort gezegd, overwogen dat de aanvraag van appellante hoofdzakelijk steunt op ervaringen die als algemene oorlogsomstandigheden moeten worden aangemerkt en dat van een directe betrokkenheid bij bombardementen op haar woonplaats niet is gebleken.

    1.2. In september 2010 heeft appellante opnieuw verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo. In dat verband heeft zij een verklaring overgelegd van haar broer [naam broer]. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen bij besluit van 25 februari 2011 en die afwijzing is na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit. Daartoe is overwogen dat – samengevat – appellante geen nieuwe feiten of gegevens heeft vermeld die aanleiding zouden kunnen geven het eerdere besluit te herzien.

  2. De Raad overweegt als volgt.

    2.1. De onder 1.2 genoemde aanvraag heeft het karakter van een verzoek om herziening van de onder 1.1 genoemde besluiten.

    2.2. Op grond van artikel 61, derde lid, van de Wubo is verweerder bevoegd op daartoe...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT