Hoger beroep van Rechtbank Den Haag, 16 april 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:16 april 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
SAMENVATTING

Bestuurlijke lus. Einduitspraak na tussenuitspraak 12-12-2012 (LJN: BY8483). Reguliere bouwvergunning verleend voor het oprichten van een gebouw voor kinderopvang. Verweerder is in de gelegenheid gesteld gebreken in de besluitvorming te herstellen, met name wat betreft de motivering ten aanzien van de parkeerdruk in het gebied. Beroep tegen verweerders nieuwe besluit wordt ongegrond verklaard.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 12/2488 en AWB 12/2471

uitspraak van de meervoudige kamer van 16 april in de zaak tussen

[A], [B], [C], [D], te [plaats], eisers sub 1,

(gemachtigde: [A])

en

[E], te [plaats], eiser sub 2,

(gemachtigde: [F])

tezamen aangeduid als eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp, verweerder

(gemachtigde: mr. J.A. Gardien-Reinders).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:

Stichting Kinderopvang Pijnacker Skippy, te Pijnacker

(gemachtigde: [G]).

Procesverloop

Bij besluit van 30 mei 2011 heeft verweerder een reguliere bouwvergunning verleend aan de Stichting Kinderopvang Pijnacker Skippy (hierna: Skippy).

Bij besluit van 7 februari 2012 heeft verweerder het hiertegen door eisers ingediende bezwaar ongegrond verklaard.

Eisers sub 1 en eiser sub 2 hebben tegen het bestreden besluit afzonderlijk beroep ingesteld. Het beroep van eisers sub 1 is bij de rechtbank bekend onder zaaknummer AWB 12/2488; het beroep van eiser sub 2 is geregistreerd onder nummer AWB 12/2471.

Verweerder heeft verweerschriften ingediend.

Het beroep is op 30 oktober 2012 ter zitting behandeld. Van de zijde van eisers sub 1 zijn verschenen [A], [C] en [D]. Eiser sub 2 is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens verweerder is verschenen de voornoemde gemachtigde, alsmede J. Siereveld en F. Groenendijk. Namens Skippy is verschenen de voornoemde gemachtigde.

Bij tussenuitspraak van 12 december 2012 heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in de besluitvorming te herstellen.

Bij brief van 17 januari 2013 heeft verweerder aan de rechtbank bericht van deze herstelmogelijkheid gebruik te maken.

Eiser [A] (hierna ook: eiser) heeft hierop, daartoe in de gelegenheid gesteld, bij brief van 1 februari 2013 gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

  1. De brief van 17 januari 2013 wordt aangemerkt als een besluit dat, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, geacht wordt eveneens onderwerp te zijn van dit geding.

Ontvankelijkheid in bezwaar

2.1. De rechtbank heeft in de tussenuitspraak onder 1.1. en 1.2. overwogen dat verweerder eisers -met uitzondering van [A]- ten onrechte ontvankelijk in hun bezwaar heeft geacht, omdat hun identiteit niet binnen de bezwaartermijn kenbaar was gemaakt.

2.2. In het besluit van 17 januari 2013 heeft verweerder deze eisers alsnog in hun bezwaar...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT