Hoger beroep kort geding van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 7 mei 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 7 mei 2013
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

Vordering in kort geding tot verwijdering van een plantenbak op hoogte binnen twee meter van de perceelsgrens, afgewezen.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.112.850/01

arrest van 7 mei 2013

in de zaak van

  1. [X.],

  2. [Y.],

    beiden wonende te [woonplaats],

    appellanten,

    advocaat: mr. A. Vandeputte te Terneuzen,

    tegen

  3. [Z.],

  4. [A.],

    beiden wonende te [woonplaats],

    geïntimeerden,

    advocaat: mr. B.J. van de Wijnckel te Terneuzen,

    op het bij exploot van dagvaarding van 4 juli 2012 ingeleide hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Middelburg gewezen vonnis van 7 juni 2012 tussen appellanten – [appellanten]– als eisers en geïntimeerden – [geïntimeerden] – als gedaagden.

  5. Het geding in eerste aanleg (zaaknr./rolnr. 83559/KG ZA 12-81)

    Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

  6. Het geding in hoger beroep

    2.1. Bij memorie van grieven met producties hebben [appellanten] vier grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep voor zover daarbij hun vorderingen zijn afgewezen en tot het alsnog toewijzen van die vorderingen met veroordeling van [geïntimeerden] in de kosten van beide instanties.

    2.2. Bij memorie van antwoord hebben [geïntimeerden] de grieven bestreden.

    2.3. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.

  7. De gronden van het hoger beroep

    Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

  8. De beoordeling

    4.1. Het gaat in deze zaak om het volgende.

    [appellanten] wonen aan de [straatnaam] [nummer a] te [woonplaats] naast het pand aan de [straatnaam] [nummer b] te [woonplaats] waarin [geïntimeerden] een hotel-restaurant exploiteren.

    [geïntimeerden] hebben tegen de achtergevel van hun pand een stalen frame met daarop een houten plateau geplaatst, welk plateau bestemd is om als balkon te dienen voor de aangrenzende hotelkamer op de eerste verdieping.

    Het houten plateau grenst (nagenoeg) aan de erfgrens tussen de percelen van partijen.

    [appellanten] hebben in een eerdere procedure tussen partijen (onder meer) de veroordeling gevorderd van [geïntimeerden] tot het verwijderen van het hiervoor bedoelde houten plateau. Die vordering is door de rechtbank Middelburg toegewezen bij vonnis van 2 juni 2010. In het tegen dit vonnis ingestelde hoger beroep bij dit hof (als nevenzittingsplaats van het hof ’s Gravenhave) is bij tussenarrest van 20 september 2011 een comparitie van partijen gelast. Bij gelegenheid van die comparitie (op 9 december 2011) is een regeling tussen partijen tot stand gekomen die – voor zover thans van belang – het volgende inhoudt:

    “Partij [geïntimeerden] zal binnen twee maanden na heden het houten plateau dat thans de uitbouw vormt verwijderen voor zover dat zich uitstrekt binnen een afstand van twee meter uit de erfgrens. Het framewerk waarin het houten plateau is vervat zal ter plaatse blijven staan. Partij [geïntimeerden] zal verder ook tegelijkertijd de planken afscheiding die thans op het plateau is aangebracht verwijderen.”

    Het onderhavige kort geding is door [appellanten] aangespannen omdat [geïntimeerden] zouden hebben geweigerd uitvoering te geven aan de overeengekomen regeling. In de inleidende dagvaarding vorderen zij dat [geïntimeerden] zullen worden veroordeeld om binnen drie dagen na vonniswijzing alsnog te voldoen aan de overeengekomen regeling, zulks op verbeurte van een dwangsom.

    Zij hebben vervolgens in eerste aanleg hun vordering vermeerderd in die zin dat tevens wordt gevorderd dat de rechtbank zal bepalen dat [geïntimeerden] binnen drie dagen na vonniswijzing tevens de op de te verwijderen terrasplanken geplaatste bloemenbak dienen te verwijderen en verwijderd te houden, althans voor zover deze bak zich uitstrekt binnen een afstand van twee meter uit de erfgrens, alsmede [geïntimeerden] te verbieden aldaar nog enig bouwsel, bouwwerk of...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT