Hoger beroep kort geding van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, May 24, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/05/24
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
SAMENVATTING

Hoger beroep tegen vonnis in kort geding met bevel ontruiming van Ubica-pand te Utrecht.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.126.682

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht C/16/342098 / KG ZA 13-27)

arrest van de tweede kamer van 24 mei 2013

in de zaak van

[bewoner],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna: [bewoner],

advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,

tegen:

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

    Bergerac Beheer B.V.,

    gevestigd te Doorn,

    geïntimeerde,

    hierna: Bergerac,

    advocaat: mr. O.P. van der Linden,

    en

  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

    [projectontwikkelaar] B.V.,

    gevestigd te Utrecht,

    geïntimeerde,

    hierna: [projectontwikkelaar],

    advocaat: mr. D. de Jong.

  3. Het geding in eerste aanleg

    Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 8 mei 2013 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, in kort geding heeft gewezen tussen Bergerac als eiseres en [projectontwikkelaar] als gevoegde partij aan de zijde van Bergerac en ‘zij die verblijven in het pand of een gedeelte daarvan, staande en gelegen te 3512 GE Utrecht aan de Ganzenmarkt 24-26’ als gedaagden.

  4. Het geding in hoger beroep

    2.1 [bewoner] heeft bij exploot van dagvaarding in spoedappel van 13 mei 2013 Bergerac en [projectontwikkelaar] aangezegd van voornoemd vonnis van 8 mei 2013 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van Bergerac en [projectontwikkelaar] voor dit hof.

    2.2 Op de roldatum 14 mei 2013 heeft [bewoner] de zaak aangebracht en het volledige procesdossier van de eerste aanleg in kopie overgelegd. Bergerac is toen niet verschenen, tegen haar is verstek verleend. [projectontwikkelaar] is op die datum wel verschenen.

    2.3 In genoemd exploot heeft [bewoner] vijf grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd. Hij heeft aangekondigd te zullen concluderen dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw recht doende, de ontruimingsvordering van Bergerac alsnog zal afwijzen, dan wel aan de uitvoering daarvan de voorwaarde zal verbinden dat onverwijlde levering aan [projectontwikkelaar] dient plaats te vinden.

    2.4 [bewoner] heeft schriftelijk voor eis geconcludeerd overeenkomstig het hiervoor vermelde exploot.

    2.5 Op roldatum 21 mei 2013 heeft mr. O.P. van der Linden het tegen Bergerac verleende verstek gezuiverd.

    2.6 Bij memorie van antwoord heeft Bergerac verweer gevoerd en heeft zij bewijs aangeboden. Zij heeft geconcludeerd dat het hof [bewoner] niet zal ontvangen in zijn grieven, althans hem deze zal ontzeggen en in ieder geval, voor zover enige grief doel mocht treffen, het vonnis in eerste aanleg in stand zal laten met verbetering van gronden, kosten rechtens.

    2.7 Bij dezelfde memorie heeft Bergerac incidenteel hoger beroep ingesteld tegen het vonnis en heeft zij een grief daartegen aangevoerd. Zij heeft gevorderd dat het hof haar in haar grief zal ontvangen, het bestreden vonnis gedeeltelijk zal vernietigen en zal verbeteren met instandhouding van het dictum van de voorzieningenrechter, kosten rechtens.

    2.8 Bij memorie van antwoord heeft [projectontwikkelaar] verweer gevoerd en heeft zij een productie in het geding gebracht. Zij heeft geconcludeerd dat het hof, bij voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren arrest, [bewoner] niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn hoger beroep, althans zijn grieven ongegrond zal verklaren, althans het oordeel van de voorzieningenrechter in eerste aanleg in stand zal laten onder verbetering van de gronden en/of de motivering, met veroordeling van [bewoner] in de kosten van de procedure [bedoeld zal zijn:] in hoger beroep.

    2.9 Ter zitting van 23 mei 2013 hebben partijen de zaak doen bepleiten, [bewoner] door mr. M.A.R. Schuckink Kool, advocaat te Den Haag, Bergerac door mr. O.P. van der Linden, advocaat te Utrecht en [projectontwikkelaar] door mr. D. de Jong, advocaat te Zeist. Allen hebben daarbij pleitnotities in het geding gebracht.

    2.10 Mr. Schuckink Kool heeft voorafgaand aan de zitting per faxbericht van 21 mei 2013 aan Bergerac, [projectontwikkelaar] en het hof aanvullende producties gezonden. Voorts heeft mr. De Jong voorafgaand aan de zitting per faxbericht van 22 mei 2013 aan [bewoner], Bergerac en het hof een aanvullende productie gezonden. Het hof heeft, met partijen, geconstateerd dat de door mr. De Jong in het geding gebrachte productie kort en eenvoudig te doorgronden is. Het hof heeft daarop aan mr. De Jong akte verleend van het in het geding brengen van die...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT