Hoger beroep kort geding van Gerechtshof Den Haag, 28 mei 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:28 mei 2013
Uitgevende instantie::Gerechtshof Den Haag
SAMENVATTING

intellectuele eigendom, octrooirecht, maatstaf toewijsbaarheid octrooi-inbreukverbod in kort geding, kort gedingrechter in appel stemt oordeel af op bodemuitspraak, ondanks bewijsopdracht in bodemzaak toch inbreukverbod in kort geding wegens andere bewijsregimes van deze verschillen typen procedures.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.103.492/01

Zaaknummer rechtbank : 408315 / KGZA 11-1414

arrest van 28 mei 2013

inzake

Taste of Nature Holding B.V.,

gevestigd te Monster, gemeente Westland,

appellante,

hierna te noemen: ToN,

advocaat: mr. M.W. Rijsdijk te Amsterdam,

tegen

Cresco Handels B.V.,

gevestigd te Honselerdijk, gemeente Westland,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Cresco,

advocaat: mr. J.P. Heering te 's-Gravenhage.

Het geding

Bij exploot van 16 februari 2012 is ToN in hoger beroep gekomen van een door de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage tussen onder meer partijen gewezen vonnis van 31 januari 2012. Het hoger beroep is niet ingesteld tegen de in eerste aanleg meegedagvaarde vennootschap Cresco Produktie Maatschappij B.V. Bij incidenteel arrest van 18 december 2012 is op vordering van Cresco de in eerste aanleg ten gunste van haar gewezen proceskostenveroordeling van € 77.647,70 uitvoerbaar bij voorraad verklaard, terwijl de incidenteel door ToN gevorderde zekerheidsstelling daarbij is afgewezen, een en ander met compensatie van de proceskosten in het betreffende incident. Bij memorie van grieven, tevens houdende vermeerdering van eis, heeft ToN twee grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord met producties heeft Cresco de grieven bestreden.

Vervolgens hebben partijen op 25 maart 2013 de zaak doen bepleiten, ToN door

mr. P.J.M. Steinhauser, advocaat te Amsterdam, bijgestaan door dr. B.W. Swinkels, octrooigemachtigde, en Cresco door mr. T. Berendsen, advocaat te 's-Hertogenbosch, met bijstand van ir. J. Brants, octrooigemachtigde, beiderzijds aan de hand van overgelegde pleitnotities. Bij gelegenheid van pleidooi zijn door beide partijen bij akte nadere producties in het geding gebracht, zoals weergegeven in het proces-verbaal van de pleidooizitting. In verband met een tweetal rolgevoegde, na pleidooi in de onderhavige zaak, op 8 mei 2013 gedane bodemuitspraken van de rechtbank Den Haag in het geschil dat partijen verdeeld houdt, is hen gelegenheid gegeven zich over die uitspraken uit te laten bij akten ter rolle van 14 mei 2013, waarvan beide partijen gebruik hebben gemaakt en welke akten aan het procesdossier zijn toegevoegd. Partijen hebben arrest gevraagd op de bij gelegenheid van pleidooi overgelegde stukken - naar het hof verstaat: met inbegrip van de nadien gewisselde akten. Uitspraak is bepaald op heden.

Beoordeling van het hoger beroep

  1. De door de rechtbank in het vonnis van 31 januari 2012 vastgestelde feiten zijn, op een aspect na, niet in geschil. Ook het hof zal daar van uitgaan. Alleen de hoedanigheid van ToN als holding is anders dan de voorzieningenrechter voorshands vaststelde: het is een holding die zelf geen activiteiten verricht, maar het in geschil zijnde octrooi houdt en een octrooilicentie heeft verschaft aan een concernvennootschap, zoals hierna nader wordt uiteengezet.

  2. Het gaat in deze octrooizaak - samengevat - om het volgende.

    2.1. Taste of Nature is houdster van het Europese octrooi EP 1 290 938 (hierna: het octrooi of EP 938) voor Raphanus with increased anthocyanin levels (Raphanus met verhoogde anthocyaninegehaltes), verleend op 25 juni 2008 naar aanleiding van een op 7 september 2001 ingediende aanvrage. EP 938 is onder meer in Nederland van kracht. In de authentieke Engelse tekst luiden de conclusies van EP 938 als volgt:

  3. A Raphanus sativa plant, obtainable by screening Raphanus sativa plan far [naar het hof aanneemt is bedoeld: "plants for", in plaats van "plan far" ] their ability to produce sprouts with at least some purple coloring, selfing and/or crossing said plants for several generations and selecting progeny having sprouts with purple coloring, characterized in that the sprout of said plant comprises anthocyanins at a level of at least 800 nmol per gram fresh weight of sprout.

  4. The plant of claim 1, wherein the anthocyanins have an absorbance maximum in the range of 515 - 550 nm.

  5. The plant of claim 1, wherein the anthocyanins comprise an anthocyanin having an anthocyanidin moiety that has the structure of Formula 1, and wherein R1 is OH or OCH3,and wherein R2 is H, OH, or OCH3.

  6. A plant according to claim 1, wherein the plant is obtained through breeding and selection from Rapharus sativa lines CGN 6924, CGN 7240, ATTC No. PTA- 3630, or combinations thereof.

  7. A sprout obtained from a plant according to claim 1.

  8. The sprout according to claim 5, wherein the sprout is prior to the two-leaf stage.

  9. A container containing a plurality of sprouts according to claim 6.

  10. A sprout according to claim 5, wherein the sprout is a plantlet that has at least two leaves and a height of less than 20 cm.

  11. A container containing a plurality of plantlets according to claim 8.

  12. A container according to claim 9, wherein the container contains at least 3 plantlets per cm2.

  13. Material from a plant according to claim 1, wherein the material is a seed and wherein said seed is characterized in that the seed upon germination produces a sprout and said sprout comprises anthocyanins at a level of at least 800 nmol per gram fresh weight of sprout.

  14. A method for producing sprout as defined in claim 5, wherein the method comprises the steps of:

    (a) germinating seed of a Raphanus satwa plant in a medium comprising water, at 10-35°C under high humidity, and optionally in a container, whereby the Raphanus sativa plant is a plant as defined in any one of claims 1 -4;

    (b) growing the germinated seeds obtained in (a) under conditions defined in (a) until a sprout of desired developmental stage is obtained,

    whereby in (a) the seeds is germinated at high humidity in a rotating drum or container while spraying the seed with water at least once, and optionally with the addition of light, and in (b) the germinated seeds are grown for at least 50 48 hours.

  15. A method for producing sprout as defined in claim 5, wherein the method comprises the steps of:

    (a) germinating seed of a Raphanus sativa plant in a medium comprising water, at 10-35°C under high humidity, and optionally in a container, whereby the Raphanus sativa plant is a plant as defined in any one of claims 1-4;

    (b) growing the germinated seeds obtained in (a) under conditions defined in (a) until a sprout of desired developmental stage is obtained,

    whereby in (a) the seed is germinated on a non-nutritive solid support containing water, at a density of 3- 12 seeds per cm2,at a temperature of 15-35 °C, at high humidity and whereby in (b) the germinated seeds are grown at a temperature of at least 15-35 °C, at a humidity of at east 70% and under a daily cycle of light and optionally with additional lighting, until the germinated seeds have grown into plantlets having at least two leaves, and optionally, the method comprises a step (c) wherein further growth of the plantlets is arrested by cooling to a temperature between 1 and 6°C.

  16. A method for producing anthocyanin, wherein the method comprises the steps of

    (a) growing a Raphanus sativa plant as defined in any one of claims 1 - 4;

    (b) harvesting the Raphanus sativa plant or apart thereof

    (c) recovery of the anthocyanins in the plant or part thereof; and

    (d) optionally, purifying the anthocyanins.

    De - niet bestreden - Nederlandse vertaling van de conclusies luidt als volgt:

  17. Raphanus sativa-plant, verkrijgbaar door het screenen van Raphanus sativa-planten op het vermogen om spruiten te produceren met ten minste enige paarse kleur, het zelfbestuiven en/ of kruisen van de planten over meerdere generaties en het selecteren van de afstammelingen met spruiten met een paarse kleur, met het kenmerk, dat de spruit van de plant anthocyanines in een gehalte van ten minste 800 nmol per gram vers-gewicht van de spruit omvat.

  18. Plant volgens conclusie 1, waarbij het absorptiemaximum van de anthocyanines tussen 515 en 550 nm ligt.

  19. Plant volgens conclusie 1, waarbij de anthocyanines een anthocyanine omvatten met een anthocyanidine-eenheid met de structuur volgens Formule 1, waarbij R1 OH of OCH3voorstelt, en waarin R2 H, OH of OCH 3 voorstelt.

  20. Plant volgens conclusie 1, waarbij de plant wordt verkregen door kweek en selectie van de Raphanus sativa-lijnen CGN 6924, CGN 7240, ATTC-nr. PTA-3630 of combinaties ervan.

  21. Spruit, verkregen van een plant volgens conclusie l.

  22. Spruit volgens conclusie 5, waarbij de spruit vóór het tweebladige stadium is.

  23. Houder, die een aantal spruiten volgens conclusie 6 bevat.

  24. Spruit volgens conclusie 5, waarbij de spruit een plantje is dat ten minste twee bladeren en een hoogte van minder dan 20 cm heeft.

  25. Houder, die een aantal plantjes volgens conclusie 8 bevat.

  26. Houder volgens conclusie 9, waarbij de houder ten minste 3 plantjes per cm2 bevat.

  27. Materiaal van een plant volgens conclusie 1, waarbij het materiaal zaad is, met het kenmerk, dat het zaad na ontkieming een spruit produceert en de spruit anthocyanines in een gehalte van ten minste 800 nmol per gram versgewicht van de spruit omvat.

  28. Werkwijze voor de productie van spruiten volgens conclusie 5, waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat:

    (a) ontkiemen van zaad van een Raphanus sativa-plant in een water omvattend medium, bij 10-35°C en bij hoge luchtvochtigheid, en optioneel in een houder, waarbij de Raphanus sativa-plant een plant is volgens een van de conclusies 1-4;

    (b) opkweken van de bij (a) verkregen ontkiemde zaden onder de bij (a) gedefinieerde omstandigheden tot een spruit met het gewenste ontwikkelingsstadium wordt verkregen,

    waarbij bij (a) het zaad wordt ontkiemd bij hoge luchtvochtigheid in een draaiende trommel of houder terwijl het zaad ten minste één keer met water wordt besproeid, en optioneel onder toevoer van licht, en bij (b) de ontkiemde zaden gedurende ten minste 48 uur worden gekweekt.

  29. Werkwijze voor de productie van spruiten volgens conclusie 5, waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat:

    (a) ontkiemen van zaad van een Raphanus sativa-plant in een water omvattend medium, bij 10-35°C en bij hoge...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT