Voorlopige voorziening+bodemzaak van Rechtbank Den Haag, Voorzieningenrechter, 20 maart 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:20 maart 2013
Uitgevende instantie::Voorzieningenrechter
SAMENVATTING

verblijf als kennismigrant, Roemenië, standstill-bepaling, marktconformiteitstoets De rechtbank overweegt dat de beroepsgrond dat artikel 3.30a, eerste lid,Vb, niet kan worden tegengeworpen aan Roemenen en Bulgaren, nu daarmee sprake is van een aanscherping van de voorwaarden ten opzichte van de geldende regels op 25 april 2005, geen bespreking behoeft, nu dit artikel in het bestreden besluit niet is tegengeworpen. Naar... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 12/23701 (beroep eiseres)

AWB 12/24040 (beroep eiser)

AWB 12/24130 (voorlopige voorziening eiseres)

AWB 12/24146 (voorlopige voorziening eiser)

uitspraak van de meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken en de voorzieningenrechter van 20 maart 2013 in de zaak tussen

[naam eiseres]

geboren op [geboortedatum],

eiseres, verzoekster

hierna te noemen eiseres,

en

[naam eiser],

geboren op [geboortedatum],

eiser, verzoeker,

hierna te noemen eiser,

beiden van Roemeense nationaliteit,

gezamenlijk te noemen eisers

(gemachtigden: mr. B.J. Maes en mr. F. Jansen, advocaten te Eindhoven),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, voorheen de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel,

verweerder,

(gemachtigde: mr. W. Fairweather, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst).

Procesverloop

Bij besluit van 14 maart 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor het doel “verblijf als kennismigrant” afgewezen.

Bij besluit van 14 maart 2012 heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor het doel “verblijf bij echtgenote” afgewezen.

Eisers hebben tegen beide beschikkingen op 10 april 2012 bezwaar gemaakt.

De voorzieningenrechter van deze rechtbank en nevenzittingsplaats heeft bij uitspraak van 28 juni 2012 (AWB 12/12854, AWB 12/12860) het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

Eisers hebben op 25 juli 2012 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van de beslissing op bezwaar. Eisers hebben op 27 juli 2012 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij besluit van 16 augustus 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Bij besluit van 16 augustus 2012 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Het beroep wordt thans op grond van het bepaalde in artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aangemerkt als zijnde gericht tegen de besluiten van 16 augustus 2012.

In het verzoek om een voorlopige voorziening van 27 juli 2012 hebben eisers aangegeven dat in geval verweerder alsnog een besluit op de bezwaarschriften neemt, het petitum van het verzoek om voorlopige voorziening wordt gewijzigd, in die zin dat zij dan verzoeken het besluit op bezwaar te schorsen tot in elk geval zes weken nadat op het onderliggende beroepschrift is beslist. Tevens verzoeken eisers intussen te worden behandeld als waren zij in het bezit van de door hen gevraagde verblijfsvergunningen.

Verweerder heeft op 29 januari 2013 een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 februari 2013. Eisers zijn vertegenwoordigd door gemachtigden voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde voornoemd.

Overwegingen

  1. De verblijfsvergunning regulier, zoals bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) , kan worden afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, onder g, Vw, indien de vreemdeling niet voldoet aan de beperking, verband houdende met het doel waarvoor hij wil verblijven. De bijzondere voorwaarden waaronder een verblijfsvergunning onder de beperking verband houdende met het doel “verblijf als kennismigrant” wordt verleend, zijn nader uitgewerkt in hoofdstuk B15 Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).

  2. In artikel 14, tweede lid, Vw is bepaald dat een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder beperkingen, verband houdende met het doel waarvoor het verblijf is toegestaan.

  3. Krachtens artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder y, Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) kan de beperking, zoals bedoeld in artikel 14, tweede lid, Vw onder meer verband houden met het verblijf als kennismigrant als bedoeld in artikel 1d Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (Wav).

  4. Op grond van artikel 2, eerste lid, Wav is het een werkgever verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning.

  5. Uit artikel 1d, eerste lid, aanhef en onder a, Besluit uitvoering Wav, volgt dat het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, Wav, niet van toepassing is op een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft op grond van artikel 8, onderdelen a, b, c, d, e, k of l, Vw of een vreemdeling die in het bezit is van een mvv die overeenkomt met het verblijfsdoel “kennismigrant” waarvoor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet is aangevraagd en die als kennismigrant, zoals bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder y, Vb in Nederland wordt tewerkgesteld op basis van een arbeidsovereenkomst of een ambtelijke aanstelling en van wie het overeengekomen vaste, naar tijdruimte en in geld vastgestelde loon als vergoeding voor zijn arbeid dat hij van de werkgever ontvangt, indien hij de leeftijd van dertig jaar niet heeft bereikt, ten minste € 37.121 per jaar bedraagt, dan wel indien hij dertig jaar of ouder is, ten minste € 50.6019 per jaar bedraagt.

  6. Voorts blijkt uit artikel 1d Besluit uitvoering Wav dat het bovengenoemde slechts geldt indien van de werkgever van de vreemdeling een bij ministeriële regeling vastgestelde verklaring is ontvangen, betreffende op de werkgever rustende verplichtingen.

  7. Op 25 april 2005 heeft Nederland het Verdrag tussen de Europese Unie en de Republiek Bulgarije en Roemenië betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie (hierna: het Toetredingsverdrag) ondertekend. Het Toetredingsverdrag is op 1 januari 2007 in werking getreden.

    Op grond van artikel 20 van het Protocol betreffende de voorwaarden en de nadere regels voor de toelating van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie (hierna: het Protocol) zijn de in de bijlagen VI en VII bij dit Protocol vermelde maatregelen van toepassing onder de daarin neergelegde voorwaarden.

    In artikel 14 van bijlage VI is bepaald dat de toepassing van de in de bijlage genoemde punten 2 tot en met 5 en 7 tot en met 12 niet mag leiden tot strengere voorwaarden voor de toegang van Roemeense onderdanen tot de arbeidsmarkten van de huidige lidstaten dan de op de datum van ondertekening van het toetredingsverdrag geldende voorwaarden (hierna: de standstill-bepaling).

  8. Op grond van artikel 3.30a Vb kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 14 Vw...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT