Raadkamer van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 juni 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 6 juni 2013
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
SAMENVATTING

De ontvankelijkheid/de tijdigheid van het verzoek na kennisgeving sepot. In het geval dat de zaak is geëindigd met een kennisgeving sepot, acht het hof het in beginsel redelijk om uit te gaan van de dag waarop de gewezen verdachte van de beslissing kennis heeft kunnen nemen, dan wel van het tijdstip waarop zich een omstandiheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de beslissing aan de... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

LOCATIE LEEUWARDEN

Beschikking d.d. 6 juni 2013 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, meervoudige raadkamer, op het hoger beroep tegen een beschikking ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering d.d. 22 november 2012 van de rechtbank Assen op een verzoek van:

[verzoeker],

geboren op [1984] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], Sam [adres],

niet verschenen. Wel verschenen is de advocaat van verzoeker mr. B. Roodveldt,

advocaat te Amsterdam.

De beschikking waarvan beroep

De rechtbank heeft bij voormelde beschikking verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.

De inhoud van het verzoek

Verzoeker vraagt vergoeding ten laste van de Staat voor de schade welke hij ten gevolge van ondergane detentie in een strafzaak heeft geleden ten bedrage van (15 x € 105,-) € 1.575,-, zoals nader in het verzoekschrift aangegeven.

Voorts vraagt verzoeker een vergoeding voor de gemaakte kosten voor de indiening van het verzoekschrift.

De ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verzoeker is blijkens akte d.d. 17 december 2012 op de voorgeschreven wijze en tijdig van voormelde beschikking in hoger beroep gekomen.

De behandeling in raadkamer

Het hof heeft in openbare raadkamer van 23 mei 2013 gehoord de advocaat-generaal alsmede de advocaat van verzoeker.

Voorts heeft het hof gezien de stukken, waaronder het verzoekschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken.

De beoordeling van het hoger beroep

Uit het onderzoek in openbare raadkamer is - voor zover hier van belang - het navolgende gebleken:

- verzoeker is 15 dagen, te weten van 7 mei 2009 tot en met 21 mei 2009, ingesloten geweest op het politiebureau, deels in Meppen (Duitsland) en deels in Assen, in verband met verdenking van een strafbaar feit;

- verzoeker is bij brief d.d. 13 januari 2010 door het openbaar ministerie bericht dat hij hiervoor niet (verder) vervolgd wordt;

- de strafzaak tegen verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel;

- verzoeker heeft tengevolge van voormelde detentie schade geleden.

Ter beoordeling staat primair de vraag of het verzoekschrift tijdig is ingediend.

Artikel 89, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het verzoek slechts kan worden ingediend binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak.

In dit geval is de zaak geëindigd door een kennisgeving van niet verdere vervolging d.d. 13 januari 2010.

In een geval waarin de zaak is geëindigd met een kennisgeving van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT