Raadkamer van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, December 18, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/12/18
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

Art. 12 Sv, art. 240b Sr. Onvoldoende bewijs dat beklaagde zich aan (het downloaden c.q. het bezit van) kinderpornografie schuldig heeft gemaakt.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Sector strafrecht

Klachtnummer: K09/0126

Beschikking van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 18 december 2012 inzake het beklag ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering van:

[klaagster],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: klaagster,

te dezer zake domicilie kiezende ten kantore van mr. S.L.B. Koelman-Duijf, advocate te Maastricht,

over de beslissing van de officier van justitie te Maastricht tot het niet vervolgen van:

[beklaagde],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: beklaagde,

te dezer zake domicilie kiezende ten kantore van mr. M.M.F. Starmans, advocaat te Heerlen,

wegens kinderpornografie.

De feitelijke gang van zaken.

Op 5 november 2007 heeft [betrokkene 1] aangifte gedaan tegen beklaagde, ter zake van het bezit van kinderpornografie.

Op 20 maart 2009 is door de officier van justitie aan klaagster bericht dat de zaak niet zal worden vervolgd omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

Hierop heeft klaagster bij schrijven van 17 april 2009 een klaagschrift ingediend bij het hof, ingekomen ter griffie van het hof op 20 april 2009, met het verzoek de vervolging te bevelen.

De advocaat-generaal heeft in het schriftelijk verslag van 25 juni 2009 het hof geraden het beklag af te wijzen.

Op 8 oktober 2009 heeft het hof een aanvullend schrijven met bijlagen, gedateerd op 7 oktober 2009, van klaagster ontvangen. Ook op 20 oktober zijn er ter griffie van het hof aanvullende documenten van klaagster binnengekomen. Bij schrijven van 23 oktober 2009 heeft klaagster een schriftelijke notitie ten behoeve van de zitting op 27 oktober 2009 aan het hof doen toekomen.

Op 27 oktober 2009 is het klaagschrift in raadkamer van het hof behandeld in aanwezigheid van klaagster en haar advocate. Het hof heeft de behandeling van de klacht voor onbepaalde tijd geschorst met het verzoek aan de advocaat-generaal tot het laten verrichten van nader onderzoek, zoals verwoord in het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer d.d. 27 oktober 2009.

De klacht is vervolgens op 23 februari 2010, 25 mei 2010 en 20 juli 2010 pro forma in raadkamer aan de orde gesteld.

De advocaat-generaal heeft in het nader schriftelijk verslag van 28 september 2010 het hof geraden het beklag af te wijzen.

Bij schrijven van 9 oktober 2010 heeft klaagster een schriftelijke notitie aan het hof doen toekomen. Op 26 oktober 2010 respectievelijk op 1 november 2010 zijn van klaagster nog diverse stukken ontvangen.

Op 9 november 2010 is het klaagschrift andermaal in raadkamer van het hof behandeld in aanwezigheid van klaagster en haar advocate.

Na afloop van de behandeling heeft klaagster op 9 november 2010 schriftelijk de wraking van de beklagkamer...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT