Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Rotterdam, April 10, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/04/10
Uitgevende instantie::Rechtbank Rotterdam
SAMENVATTING

Verzekeringsgeschil. Partijen uit Curacao, Bonaire en Barbadosl Vakantieresorts op Curacao en Bonaire. Internationaal privaatrecht. Toepasselijk recht volgens het EVO, nu Curacao en Bonaire niet tot het communautaire grondgebied van Nederland beho(o)r(d)en. Terugkomen op oordeel dat kunstmatige eilanden etc. niet als gebouw in de zin van de polis zijn aan te merken?

 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/363504 / HA ZA 10-2895

Vonnis van 10 april 2013

in de zaak van

  1. de naamloze vennootschap

    FLAMINGO ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ N.V.,

    gevestigd te Curaçao,

  2. de besloten vennootschap

    PLAZA RESORT BONAIRE B.V.,

    gevestigd te Bonaire,

    eiseressen,

    advocaat mr. R.F.L.M. van Dooren,

    tegen

  3. de naamloze vennootschap naar buitenlandse recht

    ROYAL & SUN ALLIANCE INSURANCE (ANTILLES) N.V.,

    gevestigd te Curaçao,

  4. de naamloze vennootschap naar buitenlands recht

    ENNIA CARIBE SCHADE N.V.,

    wonende te Curaçao,

  5. de naamloze vennootschap naar buitenlandse recht

    UNITED INSURANCE COMPANY LIMITED,

    gevestigd te Barbados,

    gedaagden,

    advocaat mr. P.N. van Regteren Altena.

    Partijen zullen hierna Flamingo c.s. en verzekeraars genoemd worden.

  6. De procedure

    1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

    - tussenvonnis van 7 maart 2012 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

    - akte van depot van 8 augustus 2012;

    - conclusie na tussenvonnis van Flamingo c.s., met producties;

    - antwoordconclusie na tussenvonnis.

    1.2. Ten slotte is vonnis bepaald, aanvankelijk op 16 januari 2013.

    1.3. De rechter die het tussenvonnis heeft gewezen houdt zich niet meer bezig met handelszaken.

  7. De verdere beoordeling

    2.1. Het gaat in deze zaak, kort weergegeven, om de vraag of Flamingo c.s. aanspraak kan maken op dekking onder de met verzekeraars gesloten verzekeringsovereenkomst voor schade die de tropische storm “Omar” in 2008 heeft aangericht op twee vakantieparken van Flamingo c.s., een op Curaçao en een op Bonaire. Flamingo c.s. meent dat die schade is gedekt. Verzekeraars verweren zich op een groot aantal gronden, die zijn opgesomd onder 3.4.4 van het tussenvonnis. In het tussenvonnis heeft de rechtbank enkele beslissingen genomen en partijen gelegenheid gegeven zich over een aantal punten nader uit te laten.

    2.2. Tussen partijen is niet in geschil, zoals zij bij conclusies na tussenvonnis hebben opgemerkt, dat “Omar” als één gebeurtenis moet worden beschouwd, ook al heeft de schade zich op twee locaties voorgedaan. In zoverre behoeft het tussenvonnis correctie (met name overweging 3.4.1, vierde streepje).

    2.3. Partijen twisten over de vraag welk recht van toepassing is. Flamingo c.s. meent dat Nederlands recht van toepassing is. Verzekeraars stellen zich op het standpunt dat Nederlands-Antilliaans recht van toepassing is. Partijen hebben zich hierover bij conclusies na tussenvonnis nader uitgelaten. De rechtbank overweegt het volgende.

    2.4. Het gaat hier om een vordering die is gebaseerd op een overeenkomst gesloten tussen partijen die, met uitzondering van gedaagde onder 3, allen gevestigd zijn op Curaçao en/of Bonaire. Ten aanzien van gedaagde onder 3 geldt dat zij is gevestigd op Barbados en dat zij tevens, blijkens de onbetwiste stelling van verzekeraars (antwoord, sub 2.2), op Curaçao kantoor houdt. Voorts geldt dat de overeenkomst is gesloten vóór de herstructurering van het Koninkrijk der Nederlanden op 10 oktober 2010 waarbij Bonaire deel is geworden van de Staat der Nederlanden. Voordien maakte Bonaire samen met onder andere Curaçao deel uit van de Nederlandse Antillen. Aldus staat vast dat alle partijen in deze procedure ten tijde van het sluiten van de overeenkomst verblijf hielden in de Nederlandse Antillen. Verder staat vast dat de verzekerde objecten gelegen zijn in de Nederlandse Antillen, waarbij de rechtbank aantekent dat ook het schadevoorval (“Omar”) zich heeft voorgedaan vóór 10 oktober 2010.

    2.5. Nu de overeenkomst is gesloten voor de inwerkingtreding van de Verordening ‘Rome I’, zal de rechtbank het toepasselijke recht vaststellen op basis van het EVO-verdrag. Dat verdrag is hier van toepassing, nu de gedekte risico’s uit hoofde van de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT