Kort geding van Rechtbank Den Haag, Voorzieningenrechter, 13 juni 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:13 juni 2013
Uitgevende instantie::Voorzieningenrechter
SAMENVATTING

De kortgedingrechter in Den Haag heeft bepaald dat een huisarts in Zoetermeer met ingang van 1 oktober 2013 een maatschap moet verlaten. Zijn collega’s hadden een kortgeding aangespannen om dit af te dwingen. Ook mag de huisarts vanaf dat moment niet langer gebruikmaken van de praktijkruimte in het gezondheidscentrum van de maatschap, op straffe van een dwangsom van 1000 euro per dag. Voor de... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK DEN HAAG

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/441957 / KG ZA 13-473

Vonnis in kort geding van 13 juni 2013

in de zaak van

  1. de maatschap

    [HUISARTSEN X],

    gevestigd te [plaats],

  2. [eiser sub 2],

    wonende te [plaats],

  3. [eiser sub 3],

    wonende te [plaats],

  4. [eiser sub 4],

    wonende te [plaats],

  5. [eiser sub 5],

    wonende te [plaats],

  6. de stichting

    STICHTING GEORGANISEERDE EERSTELIJNSZORG ZOETERMEER,

    gevestigd te Zoetermeer,

    eisers,

    advocaat mr. D.J.G. Timmermans te Leiden,

    tegen:

    [gedaagde],

    wonende te [plaats],

    gedaagde,

    advocaat mr. R. Paardekooper te Zoetermeer.

    Partijen zullen hierna worden aangeduid als enerzijds '[HUISARTSEN X]', '[eiser sub 2]', '[eiser sub 3]', '[eiser sub 4]', '[eiser sub 5]' en 'SGEZ' (gezamenlijk ook wel als 'eisers') en anderzijds '[gedaagde]'.

  7. De feiten

    Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 7 juni 2013 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

    1.1. [eiser sub 2], [eiser sub 3], [eiser sub 4], [eiser sub 5] en [gedaagde] hebben besloten te gaan samenwerken in de vorm van een maatschap onder de naam [HUISARTSEN X]. Daartoe hebben zij op 30 september 2007 een samenwerkingovereenkomst ondertekend. Voor zover hier van belang houdt deze het volgende in:

    "In aanmerking nemende:

    (…)

    - dat partijen op diverse aspecten van de bedrijfsvoering en praktijkuitoefening willen gaan samenwerken, dat de deelnemers een [HUISARTSEN X] ([HUISARTSEN X]) vormen waarbij de samenwerking tussen huisartsen en fysiotherapeut een fundamenteel onderdeel is;

    (…)

    3.1 Partijen voeren ieder afzonderlijk een huisartsenpraktijk (voorzieningenrechter: [eiser sub 2], [eiser sub 3], [eiser sub 4] en [gedaagde]) dan wel een fysiotherapiepraktijk (voorzieningenrechter: [eiser sub 5]) en wensen op de navolgende deelterreinen samen te werken:

    a. huisvesting;

    b. personeel;

    c. inkoop;

    d. telefonie

    e. zorgontwikkeling.

    (…)

    3.2 Ieder van partijen oefent de praktijk zelfstandig en onder volledig behoud van zijn eigen professionele verantwoordelijkheid uit. Ieder van partijen behoudt zijn eigen patiëntenbestand.

    (…)

    4.1 Ieder van partijen is gehouden zich tegenover de ander te gedragen zoals een goed en redelijk handelend huisarts of fysiotherapeut en collega betaamt. Partijen streven onderling naar een goede collegiale samenwerking. Hiertoe worden meningsverschillen tijdig en zorgvuldig bespreekbaar gemaakt.

    4.2 Ieder van partijen is gehouden het beroep van huisarts uit te oefenen conform de professionele standaard die daarvoor binnen de beroepsgroep landelijk en/of regionaal geldt (…).

    (…)

    5.1 De partijen hebben ieder afzonderlijk een huurovereenkomst voor de praktijkruimten gelegen aan de [straatnaam] ..te [plaats], partijen genoegzaam bekend. De huurovereenkomst is als Appendix 2 aangehecht.

    5.2 In geval deze samenwerkingsovereenkomst eindigt met een van de partijen zal die partij ook zijn huurovereenkomst opzeggen en treden de afspraken in werking over de opvolging.

    (…)

    19.1 Deze overeenkomst eindigt ten aanzien van de partij op wie de in sub a tot en met i bedoelde omstandigheden van toepassing zijn door:

    (…)

    b. opzegging door een der partijen

    (…)

    (…)

    19.3 Ingeval sprake is van een dringende reden kan deze overeenkomst met onmiddellijke ingang worden

    opgezegd door alle overige partijen. Van een dringende reden voor opzegging is sprake indien zich

    met betrekking tot een van partijen een zodanige situatie voordoet dat van de andere partijen in

    redelijkheid niet kan worden gevergd de samenwerking nog langer te continueren.

    (…)

    20.1 De partij ten aanzien van wie deze samenwerkingsovereenkomst eindigt zal de praktijkuitoefening in de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT