Eerste aanleg - meervoudig van Centrale Raad van Beroep, 13 juni 2013

Datum uitspraak:13 juni 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Beoordeling van basisstage civiel recht. RAIO. Verweerder is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat de keuze voor een score A op het resultaatgebied “uitspraken” niet op onvoldoende gronden berust. Herstel van het aan het besluit klevende gebrek kan slechts leiden tot het als onvoldoende aanmerken van het functioneren op het resultaatgebied “uitspraken”, dat wil zeggen tot toekenning op dat ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/3917 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

[A. te B.] (appellante)

en

het bestuur van de rechtbank Oost-Brabant als rechtsopvolger van het bestuur van de rechtbank ’s-Hertogenbosch (verweerder)

Datum uitspraak 13 juni 2013.

PROCESVERLOOP

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 11 juni 2012 (bestreden besluit), waarbij haar bezwaar tegen de door verweerder op 21 februari 2012 vastgestelde beoordeling van haar basisstage civiel recht ongegrond is verklaard.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 mei 2013. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. F. Costa Baiôa-Braeken, advocaat. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V.L.S. van Cruijningen, advocaat, en mr. J.K.B. van Daalen.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is per 1 oktober 2010 aangesteld als rechterlijk ambtenaar in opleiding (raio) in tijdelijke dienst voor de duur van drie jaar. Zij is haar opleiding begonnen bij de rechtbank ’s-Hertogenbosch in de sector strafrecht. De opleiding in deze sector is afgesloten met een voldoende beoordeling.

1.2. Met ingang van 1 april 2010 heeft appellante haar opleiding voortgezet bij de sector civiel recht van dezelfde rechtbank. Appellante heeft na een introductie vanaf half april 2011 eerst zes weken deelgenomen aan een interne cursus gericht op het schrijven van civielrechtelijke vonnissen. Bij de start van de opleiding is opgemerkt dat appellante als aandachtspunt vanuit de strafsector heeft meegekregen dat de schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid en nauwkeurigheid verdere ontwikkeling behoeven en dat zij geen relevante voorervaring heeft op het civiel terrein. Op 12 september 2011 hebben de opleiders een voortgangsgesprek met appellante gevoerd en op 6 december 2011 een tussentijds toetsgesprek. Op 17 januari 2012 heeft een van de opleiders in aanwezigheid van de opleidingscoördinator een afsluitend toetsgesprek met appellante gevoerd. Hoewel de andere opleider daarbij wegens ziekte niet aanwezig was, is hij wel bij de eindbeoordeling betrokken. De beoordeling is door de opleiders opgemaakt op 26 januari 2012 en op 8 februari 2012 met appellante besproken. Appellante heeft bedenkingen tegen de voorgenomen beoordeling kenbaar gemaakt, waarna de president van de rechtbank de beoordeling na een gesprek met appellante op 21 februari 2012 ongewijzigd heeft vastgesteld.

1.3. In de beoordeling zijn de resultaatgebieden “voorbereiden zitting”, “zittingen” en “professionalisering” met een score C (voldoende), beoordeeld. Het resultaatgebied “uitspraken” is met een score A (slecht) beoordeeld. Deze score is in de beoordeling als volgt toegelicht: “Raio is, ondanks veel inspanningen, niet in staat...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT