Herziening van Hoge Raad, 18 juni 2013

Datum uitspraak:18 juni 2013
Uitgevende instantie::Hoge Raad
SAMENVATTING

Herziening. HR wijst de aanvraag af.

 
GRATIS UITTREKSEL

18 juni 2013

Strafkamer

nr. S 13/01104 H

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 29 april 2010, nummer 22/001561-09, ingediend door mr. J.M. Lintz, advocaat te 's-Gravenhage, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966.

  1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

    Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank 's-Gravenhage van 22 januari 2009 - de aanvrager ter zake van "valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden.

  2. De aanvraag tot herziening

    De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

  3. Beoordeling van de aanvraag

    3.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij de tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

    3.2. De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van zo een gegeven. De aanvrager voert daartoe aan dat niet hij maar zijn broer, [betrokkene 1], de kentekenbewijzen (deel 1A en deel II) van de Mercedes E220CDI met kenteken [AA-00-BB] heeft vervalst en zich aldus heeft schuldig gemaakt aan het bewezenverklaarde feit.

    3.3. De vorige aanvraag, waarop door de Hoge Raad is beslist bij zijn arrest van 9 oktober 2012, LJN BX9478, berustte op dezelfde stelling. Toen was als bijlage bij de aanvrage gevoegd de handgeschreven en door [betrokkene 1] op 20 april 2012 ondertekende verklaring, inhoudende:

    Hierbij verklaar ik [betrokkene 1] geboren [geboortedatum]-1969 voor de zaak waar mijn broer voor veroordeeld is, is eigenlijk een zaak van mij.

    Ik heb dat gedaan in de tijd dat ik bang was dat ik mijn R.D.W. papieren kwijt zou raken, nu ik gehoord heb dat mijn broer die straf heb gehad, vind ik dat oneerlijk tegenover mijn broer, want ik dacht dat hij daar nooit zo voor veroordeeld kon worden papieren micra heb ik vervalst.

    3.4. De Hoge Raad heeft de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT