Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Oost-Brabant, June 18, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/06/18
Uitgevende instantie::Rechtbank Oost-Brabant
SAMENVATTING

Verdachte heeft, samen met zijn mededader, een grote hoeveelheid munitie, explosief materiaal en een wapen voorhanden gehad. Daarvoor wordt hij verooordeeld tot een werkstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaar. De munitie, het explosief materiaal en het wapen worden onttrokken aan het verkeer, een aantal boeken worden aan verdachte terug gegeven.

 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/845147-11

Datum uitspraak: 18 juni 2013

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1982],

wonende [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 04 juni 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 08 mei 2013. Nadat de tenlastelegging ter terechtzitting van 4 juni 2013 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

  1. hij op of omstreeks 14 april 2011 te Oss, (in een woning gelegen aan de [adres 1]) tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen (een) voorwerp(en) bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad (niet zijnde explosieven voor civiel gebruik waarvoor erkenning is verleend overeenkomstig de Wet explosieven voor civiel gebruik), te weten :

    - een hoeveelheid Boost (ongeveer 10 gram) (AACO7002NL) en/of

    - een hoeveelheid TNT (ongeveer 60 gram in een luciferdoosje) (AACO7016NL) en/of

    - een hoeveelheid TNT (ongeveer 300 gram in een potje met het opschrift Bertolli) (AACO7014NL) en/of

    - 29, althans een hoeveelheid slagpijpjes/ontstekingsmiddelen (Dynamite Nobel GMBH) (AACO7005NL) en/of

    - een hoeveelheid (ongeveer 400 gram) ammonium nitraat (AACO7021NL) en/of

    - een hoeveelheid (ongeveer 10 gram) picrinezuur in poedervorm (AACO7019NL) en/of

    - snellont (2 x 3 mtr) (AACO7020NL) en/of

    - een IED inclusief slagpijpje (AAAV4348NL) en/of

    - een IED inclusief slagpijpje non elektrisch met lont (AAAV4349NL) en/of

    - (ongeveer) 440 gram springstof (AAAV4354NL)

    (artikel 26 Wet Wapen en Munitie jo art 2 lid 1 Cat II onder 7 WWM);

    De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

  2. hij op of omstreeks 14 april 2011 te Oss tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (in een woning gelegen aan [adres 1]) een hoeveelheid munitie van categorie III (SIN AACO7025NL), te weten :

    436 patronen schiethamer munitie 6mm en/of

    1 kogelpatroon kaliber .50 lichtspoor, merk TW, centraalvuur en/of

    43 kogelpatronen kaliber .22Lr, merk Winchester randvuur en/of

    2 hagelpatronen kaliber 12 en/of

    1 hagelpatroon kaliber 20, merk Fiocchi, centraalvuur en/of

    59 kogelpatronen kaliber 8x50, merk Lebel, centraalvuur en/of

    2 kogelpatronen kaliber 9x19mm, merk DAG, centraalvuur en/of

    5 kogelpatronen kaliber 9x19mm, merk DAG, centraalvuur en/of

    14 kogelpatronen kaliber .380auto, merk Mrp, centraalvuur en/of

    1 knalpatroon 9x41mm, merk IVI centraalvuur en/of

    54 munitiedelen, zijnde hulzen kaliber .22Lr en/of

    2 munitiedelen, doosje en zakje met slaghoedjes voor centraalvuur en/of

    1 kogelpunt 8mm softnose geschikt voor 8.50 mm Lebel

    voorhanden heeft gehad ;

    (artikel 26 WWM jo art 2 lid 2 Cat III WWM)

    De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

  3. hij op of omstreeks 14 april 2011 te Oss (in een woning gelegen aan [adres 1]) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten een balletjespistool (gelijkend op een Walther, model CP99, kaliber 9 mm Para), zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn vorm en/of afmeting een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en), voorhanden heeft gehad;

    (artikel 13 lid 1 Wet Wapens en Munitie).

    De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

    Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

    De formele voorvragen.

    Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

    De rechtmatigheid van het verkregen bewijs.

    De raadsvrouwe heeft aangevoerd dat het bewijs op onrechtmatige wijze is verkregen zodat verdachte dient te worden vrijgesproken.

    De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of er op 14 april 2011 voldoende grond was voor het binnentreden en doorzoeken van de woningen gelegen aan de [adres 2] en de [adres 1] te Oss.

    De rechtbank overweegt hieromtrent dat op grond van het bepaalde in artikel 49 van de Wet wapens en munitie de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren te allen tijde op plaatsen waar zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat wapens of munitie aanwezig zijn, ter inbeslagneming doorzoeking mogen doen.

    Blijkens het proces-verbaal d.d. 14 april 2011 (proces-verbaal pag. 82) is bij de politie de navolgende CIE-informatie binnengekomen:

    "In de woning van zowel [verdachte] als zijn broer [medeverdachte] liggen meerdere vuurwapens, waaronder automatische en zware vuurwapens, munitie alsmede een hoeveelheid explosieven. De vuurwapens zijn van [verdachte] en [medeverdachte]."

    Met [verdachte] wordt bedoeld:

    [verdachte]

    Geboren te [geboorteplaats] op [1982]

    Wonende te [woonplaats], [adres 1].

    Met [medeverdachte] wordt bedoeld:

    [medeverdachte]

    Geboren te [geboorteplaats] op [1980]

    Wonende te [woonplaats], [adres 2].

    Door de officier van justitie werd vervolgens een mondelinge machtiging tot binnentreden voor de woningen afgegeven.

    Hoewel naar het oordeel van de rechtbank geldt dat CIE-informatie - indien dit aan de basis ligt van ingrijpende opsporingsbevoegdheden, zoals een doorzoeking - geverifieerd dient te worden, kan CIE-informatie in bijzondere gevallen - als verificatie niet mogelijk is of (gelet op de inhoud van de CIE-informatie) te tijdrovend is - voldoende zijn om gebruik te maken van de in artikel 49 WWM genoemde bevoegdheid.

    De rechtbank...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT