Eerste aanleg - enkelvoudig van Raad van State, 19 juni 2013

Uitgevende instantie::Raad van State
Datum uitspraak:19 juni 2013
SAMENVATTING

Bij besluit van 20 september 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Meedhuizen" vastgesteld.

 
GRATIS UITTREKSEL

201210689/1/R4.

Datum uitspraak: 19 juni 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Meedhuizen, gemeente Delfzijl,

en

de raad van de gemeente Delfzijl,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 september 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Meedhuizen" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 april 2013, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. F.J. Terpstra en J.S. Teune MSc, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plan voorziet in een actualisatie van het planologische regime voor de kern Meedhuizen en is overwegend conserverend van aard.

3. [appellant] stelt dat het plan ten onrechte niet bij recht, maar door middel van een afwijkingsbevoegdheid voorziet in het realiseren van een garage vóór de voorgevel van zijn woning op de zuidwestelijke zijde van zijn perceel [locatie] te Meedhuizen. Daartoe voert hij aan dat hij op grond van het vorige bestemmingsplan een bouwmogelijkheid bij recht had voor het bouwen van een garage op de door hem gewenste locatie.

[appellant] betoogt daarnaast dat de raad in de beantwoording van zijn zienswijze heeft toegezegd deze bouwmogelijkheid bij recht mogelijk te zullen maken. [appellant] wijst erop dat in het vastgestelde plan de verbeelding weliswaar is aangepast ten opzichte van het ontwerp, maar dat maakt het volgens hem nog niet mogelijk de garage op de beoogde locatie te realiseren.

3.1. De raad acht het bij recht mogelijk maken van het bouwen vóór de voorgevel niet wenselijk, omdat in de onderhavige situatie, vanwege de omstandigheid dat de woning teruggelegen is ten opzichte van de aansluitende woningen,...

Om verder te lezen

PROBEER HET GRATIS UIT