Hoger beroep van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 juni 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:18 juni 2013
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
SAMENVATTING

Kort geding, toevertrouwing minderjarige aan vader die in Spanje woont.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.106.297/01

(zaaknummer rechtbank Zwolle-Lelystad 195025 / KL ZA 12-47)

arrest in kort geding van de eerste kamer van 18 juni 2013

in de zaak van

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: de vrouw,

advocaat: mr. J.A. Neslo, kantoorhoudend te Almere, die ook heeft gepleit,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats], Spanje,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiser,

hierna: de man,

advocaat: mr. T.L. Tan, kantoorhoudend te Amsterdam, die ook heeft gepleit.

  1. Het geding in eerste aanleg

    In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 3 april 2012 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad (hierna: de voorzieningenrechter).

  2. Het geding in hoger beroep

    2.1 Het verloop van de procedure is als volgt:

    - de dagvaarding in hoger beroep d.d. 1 mei 2012,

    - de memorie van grieven (met producties),

    - de memorie van antwoord (met producties),

    - een akte van de vrouw (met producties),

    - een antwoordakte (met producties),

    - een brief van mr. Neslo (met producties),

    - de schriftelijke pleidooien overeenkomstig de pleitnotities.

    2.2 Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.

    2.3 De conclusie van de appeldagvaarding van de vrouw luidt:

    "(…) bij arrest uitvoerbaar bij voorraad te vernietigen het vonnis in kort geding van de rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 3 april 2012 (…) en opnieuw rechtdoende eiser in eerste aanleg, thans geïntimeerde, alsnog niet-ontvankelijk in zijn vordering te verklaren, althans hem deze te ontzeggen en alsnog de vordering van appellant, gedaagde in eerste aanleg, toe te wijzen, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van het geding in beide instanties."

    2.4 Bij memorie van grieven heeft de vrouw geconcludeerd "(…) bij beschikking in appel, de beschikking van de Rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 3 april 2012 (…) te vernietigen."

  3. De feiten

    3.1 De tussen partijen vaststaande feiten, zoals deze door de voorzieningenrechter in het bestreden vonnis onder rechtsoverweging 2.1 tot en met 2.14 zijn vastgesteld, zijn niet in geschil. Deze feiten komen, samen met wat in hoger beroep is komen vast te staan, op het volgende neer.

    3.2 Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest.

    3.3 De thans nog minderjarige kinderen zijn [kind 1] (hierna: [kind 1]), geboren [in 1997], en [kind 2] (hierna: [kind 2]), geboren [in 2001]. De vrouw heeft nog een jongmeerderjarige dochter, [kind 3], uit een eerdere relatie.

    3.4 De man heeft de Spaanse nationaliteit. De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit.

    3.5 Bij beschikking van de rechtbank te Gava, Spanje, van 14 augustus 2003 is bepaald dat partijen na echtscheiding gezamenlijk het gezag over de kinderen blijven uitoefenen en dat er een uitgebreide omgangsregeling tussen de man en de kinderen zal zijn.

    3.6 Bij beschikking van de rechtbank te Gava, Spanje, van 28 oktober 2005 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Daarbij is de hoofdverblijfplaats van [kind 3], [kind 1] en [kind 2] bij de vrouw bepaald en is een omgangsregeling vastgesteld tussen de man en de kinderen. Tevens is het gebruik van de woning toegewezen aan de vrouw. Er is een kinderalimentatie vastgesteld te betalen door de man van € 185,- per kind per maand.

    3.7 Bij beschikking van de rechtbank te Gava, Spanje, van 24 mei 2010 is het de vrouw verboden om, zonder voorafgaande gerechtelijke toestemming, met [kind 1] en [kind 2] Spanje te verlaten.

    3.8 Op 10 juli 2010 is de vrouw met de kinderen naar Nederland vertrokken.

    3.9 In januari 2011 heeft de man een verzoek ingediend bij de Centrale Autoriteit tot teruggeleiding van de kinderen naar Spanje.

    3.10 Van oktober 2010 tot juli 2011 heeft [kind 1] door de week in een gezinshuis verbleven en in het weekend bij de vrouw, zulks op vrijwillige basis en na bemiddeling door Bureau Jeugdzorg Friesland (hierna: BJZ).

    ...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT