Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

Datum uitspraak:19 juni 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Geen recht op een WIA-uitkering. Appellant kan niet in het standpunt worden gevolgd dat op grond van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb de rechtbank zelf in de zaak had moeten voorzien. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het bestreden besluit uiteindelijk voldoende zorgvuldig is voorbereid. Ook in hoger beroep heeft appellant zijn standpunt, dat zijn beperkingen zijn onderschat, niet met ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/1272 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van

18 januari 2012, 11/4829 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 19 juni 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L.C. Blok, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 mei 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Blok. Het Uwv was vertegenwoordigd door W.H.M. Visser.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is op 13 oktober 2008 uitgevallen voor zijn werk als productiemedewerker in de pluimvee-industrie in verband met psychische klachten en rugklachten. In juli 2010 heeft hij een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd.

1.2. Na vaststelling van de beperkingen van appellant bij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek is bij arbeidskundig onderzoek het verlies aan loonwaarde berekend op 23,16%, hetgeen leidt tot een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.

1.3. Bij besluit van 1 september 2010 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant met ingang van 11 oktober 2010 geen recht op een uitkering ingevolge de Wet WIA ontstaat, omdat appellant niet als arbeidsongeschikt in de zin van die wet wordt beschouwd.

1.4. Bij beslissing op bezwaar van 21 april 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 1 september 2010, onder verwijzing naar de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts van 14 april 2011 en de bezwaararbeidsdeskundige van 20 april 2011, ongegrond verklaard.

2.1. De rechtbank heeft, na behandeling van het beroep ter zitting van 17 augustus 2011, bij tussenuitspraak overwogen dat het onderzoek niet zorgvuldig is geweest omdat er geen lichamelijk onderzoek met betrekking tot de door appellant geclaimde rugklachten heeft plaatsgevonden. De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld om dit gebrek te herstellen. Het Uwv heeft gebruik gemaakt van deze gelegenheid en een nader onderzoek ingesteld. Vervolgens heeft het Uwv het bestreden besluit gehandhaafd. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv het gebrek heeft hersteld.

2.2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en aanleiding gezien om met toepassing van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT