Cassatie van Hoge Raad, June 21, 2013

Datum uitspraak:2013/06/21
Uitgevende instantie::Hoge Raad
SAMENVATTING

Art 26 Wet WOZ en art. 6:10, lid 1, letter b, Awb. Prematuur ingediend bezwaar? Art. 7:15, lid 1, Awb. Vergoeding kosten bezwaarfase?

 
GRATIS UITTREKSEL

21 juni 2013

Nr. 12/03229

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 26 juni 2012, nr. 11/0689, betreffende een ten aanzien van X te Z (hierna: belanghebbende) genomen beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ).

  1. Het geding in feitelijke instanties

    Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking in de zin van artikel 26 van de Wet WOZ de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z voor het kalenderjaar 2010 vastgesteld.

    Het door belanghebbende voordien gemaakte bezwaar is door de heffingsambtenaar van de gemeente Epe (hierna: de heffingsambtenaar) niet-ontvankelijk verklaard.

    De Rechtbank te Zutphen (nr. 11/568 WOZ) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

    Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

    Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de heffingsambtenaar vernietigd voor zover daarin geen vergoeding van kosten is toegekend en een vergoeding toegekend voor kosten van onder meer de behandeling van het bezwaar. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

  2. Geding in cassatie

    Het College heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld.

    Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. Zij heeft tevens incidenteel beroep in cassatie ingesteld.

    Het beroepschrift in cassatie en het geschrift waarbij incidenteel beroep in cassatie is ingesteld, zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

    Het College heeft het incidentele beroep beantwoord.

    Het College heeft in het principale beroep een conclusie van repliek ingediend.

    Belanghebbende heeft in het principale beroep een conclusie van dupliek ingediend.

    Belanghebbende heeft in het incidentele beroep een conclusie van repliek ingediend.

  3. Uitgangspunten in cassatie

    3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

    3.1.1. Belanghebbende heeft een woning verkregen uit de nalatenschap van A (hierna: erflater), overleden op 4 oktober 2010.

    3.1.2. De waarde van de woning voor het kalenderjaar 2010 was ten aanzien van erflater bij beschikking vastgesteld op € 407.000.

    3.1.3. Bij brief van 20 december 2010 heeft belanghebbende op de voet van artikel 26 van de Wet WOZ verzocht om een voor bezwaar vatbare beschikking te haren aanzien. Bij dezelfde brief...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT