Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank 's-Gravenhage, December 21, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/12/21
Uitgevende instantie::Rechtbank 's-Gravenhage
SAMENVATTING

Verweerder heeft de asielvergunningen van eiser voor bepaalde en onbepaalde tijd met terugwerkende kracht ingetrokken, omdat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan misdrijven als genoemd in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder stelt dat uit dat onderzoek naar voren is gekomen dat eiser actief heeft deelgenomen aan de genocide in Rwanda in de periode van 6 april 1994 tot en met 19 juli 1994 en baseert zich daarbij op de inhoud van een individueel ambtsbericht en rapporten van African Rights en Rakiya Omaar. Uit het individuele ambtsbericht en de onderliggende stukken volgt dat er drie bronnen zijn die hebben bevestigd dat eiser deel uitmaakte van milities die misdrijven begingen in Nyanza. De rechtbank stelt vast dat niet... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Zittinghoudende te Amsterdam

zaaknummer: AWB 11/28799

V-nr: 070.203.5393

uitspraak van de meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen:

[eiser]

geboren op 3 november 1971, van Rwandese nationaliteit, eiser,

gemachtigde: mr. P.L.E.M. Krauth, advocaat te Zwolle,

en

de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel,

verweerder,

gemachtigde: mr. M.D. Gunster, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Procesverloop

Bij besluit van 19 augustus 2011 heeft verweerder de aan eiser verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van artikel 28 van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000, alsmede de aan eiser verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in de zin van artikel 33 van de Vw 2000, met terugwerkende kracht ingetrokken tot 17 februari 2000. Op

5 september 2011 heeft de rechtbank het beroepschrift van eiser ontvangen. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 april 2012. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde. Ook was ter zitting aanwezig V.M. Corcelle, tolk Frans. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst, zodat met toepassing van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kon worden beoordeeld of beperkte kennisname van het over eiser uitgebrachte individueel ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van 6 januari 2011 (hierna: het individueel ambtsbericht) gerechtvaardigd is.

Op 20 september 2012 is het onderzoek ter zitting hervat. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde. Ook was ter zitting aanwezig F. Kamermans, tolk Frans. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Overwegingen

1.1 In de aan eiser verstrekte versie van het individueel ambtsbericht is alle informatie betreffende de geraadpleegde bronnen weggelakt. Duidelijk is dat het individueel ambtsbericht berust op verschillende getuigenverklaringen. Bij beslissing van 15 augustus 2012 heeft deze rechtbank, in een andere samenstelling, de beperking van de kennisneming van de vertrouwelijke delen van het individueel ambtsbericht gerechtvaardigd geacht.

1.2. Na toestemming te hebben verkregen van beide partijen om mede op grond van de vertrouwelijke onderliggende stukken uitspraak te doen, heeft ook de rechtbank de aan het ambtsbericht ten grondslag liggende stukken ingezien. De rechtbank zal mede op grond van deze stukken uitspraak doen.

2.1. Verweerder heeft voornoemde verblijfsvergunningen asiel van eiser ingetrokken op grond van artikel 32, eerste lid, onder a, en artikel 35, eerste lid, onder a, van de Vw 2000.

2.2. Verweerder legt aan die intrekkingen ten grondslag dat er naar aanleiding van het naturalisatieverzoek van eiser van 31 augustus 2009 onderzoek is gedaan, waaruit naar voren is gekomen dat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan misdrijven als genoemd in artikel 1F van het Verdrag van Geneve van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, zoals gewijzigd bij Protocol van New York van 21 januari 1967 (hierna: het Vluchtelingenverdrag). Verweerder stelt dat uit dat onderzoek naar voren is gekomen dat eiser actief heeft deelgenomen aan de genocide in Rwanda in de periode van 6 april 1994 tot en met 19 juli 1994 en dat voornoemde vergunningen niet aan eiser zouden zijn verleend, indien deze informatie ten tijde van de aanvraag bekend was geweest.

3.1. Op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, voor zover van belang, kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 worden ingetrokken indien de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid.

Op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 kan de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 worden ingetrokken indien de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid.

3.2. Volgens paragraaf C5/2.2 van de Vreemdelingencirculaire (Vc) 2000 wordt de verblijfsvergunning asiel ingetrokken als achteraf wordt vastgesteld dat artikel 1F Vluchtelingenverdrag juncto...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT