Hoger beroep van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 oktober 2008

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:10 oktober 2008
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

Aanslagen verontreinigingsheffing vernietigd wegens strijd met het legaliteitsbeginsel.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Sector belastingrecht

Kenmerk: 06/00350

Uitspraak van de derde meervoudige Belastingkamer

op het hoger beroep van

het hoofd van het bureau verontreinigingsheffing rijkswateren,

hierna: het Hoofd,

tegen de schriftelijke uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 31 juli 2006, nummer AWB 05/3382 in het geding tussen

Waterschapsbedrijf X,

hierna: de belanghebbende

en

het Hoofd,

met betrekking tot de uitspraken op de bezwaren tegen de na te melden aanslagen in de verontreinigingsheffing rijkswateren.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    1.1. Aan de belanghebbende zijn aanslagen verontreinigingsheffing rijkswateren opgelegd ter zake van de zuiveringsinstallatie (hierna: RWZI) A en de RWZI B, te weten, over het jaar 2000, met als dagtekening 28 november 2003 de aanslagen met nummers 000.00.000.Z.06.1202 (RWZI A) en 000.00.000.Z.06.1302 (RWZI B) tot bedragen van respectievelijk € 36.227 en € 273.428 en over het jaar 2001, met als dagtekening 27 augustus 2004 de aanslagen met nummers 000.00.000.Z.16.1202 (RWZI A) en 000.00.000.Z.16.1302 (RWZI B) tot bedragen van respectievelijk € 40.896 en € 324.793. Na tegen de aanslagen gemaakt bezwaar heeft het Hoofd bij uitspraken op bezwaar van 4 augustus 2005 de aanslagen gehandhaafd.

    1.2. De belanghebbende is van deze uitspraken in één geschrift in beroep gekomen bij de Rechtbank. Bij de bestreden uitspraak heeft de Rechtbank het beroep gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar en de aanslagen vernietigd, het Hoofd veroordeeld in de proceskosten van de belanghebbende en de Staat gelast het door de belanghebbende ter zake van het beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

    1.3. Tegen deze uitspraak heeft het Hoofd hoger beroep ingesteld bij het Hof. De belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

    1.4. Het Hoofd heeft schriftelijk gerepliceerd en de belanghebbende heeft schriftelijk gedupliceerd.

    1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 18 oktober 2007 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord de belanghebbende en het Hoofd.

    De belanghebbende en het Hoofd hebben een pleitnota overgelegd aan het Hof en de wederpartij en deze voorgedragen. Het Hof rekent de pleitnota's tot de stukken van het geding.

    1.6. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan een afschrift aan partijen is verzonden.

    1.7. Het Hof heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

  2. Feiten

    Op grond van de stukken van het geding en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het Hof komen vast te staan:

    2.1. De belanghebbende is de rechtsopvolger van het Zuiveringschap C dat aan het einde van 2003 is opgehouden te bestaan. Het Zuiveringschap was in de onderhavige jaren de gebruiker van de RWZI A en de RWZI B, beide zuiveringstechnische werken als bedoeld in artikel 23, vierde lid, onderdeel b, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

    2.2. Uit beide RWZI's worden via effluentleidingen en lozingswerken afvalstoffen in oppervlaktewater geloosd. De lozingspunten van RWZI A en RWZI B bevinden zich in respectievelijk het oppervlaktewater Niers en het oppervlaktewater Maasnielderbeek. Deze wateren zijn zijwateren van de rivier de Maas en bevinden zich in een onbedijkte riviervlakte van de Maas. Beide zijwateren monden uit in de Maas.

    2.3. De Maas is een hoofdwater in de zin van het hier na te noemen Besluit aanwijzing zijwateren van hoofdwateren. Dit besluit is met ingang van 1 juni 2000 in werking getreden.

    2.4. De aan belanghebbende opgelegde aanslagen hebben betrekking op het door genoemde RWZI's lozen van hun effluent op de onder 2.2 genoemde oppervlaktewateren.

    2.5. Medio 1998, begin 1999 heeft belanghebbende de onder 2.2 genoemde lozingspunten verplaatst. De afstand tussen de oude en nieuwe lozingspunten is ongeveer 15 meter.

    2.6. Het Besluit van 15 december 1999, houdende aanwijzing van door anderen dan het Rijk beheerde oppervlaktewateren die voor de toepassing van het bij of krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren of de Wet op de waterhuishouding bepaalde worden gerekend tot de oppervlaktewateren onder beheer van het Rijk (Besluit aanwijzing zijwateren van hoofdwateren), Stb 2000, 220 (hierna: BAZ) luidt, voor zover te dezen relevant, als volgt:

    'Artikel 1

    In dit besluit wordt verstaan onder:

    a. hoofdwateren: oppervlaktewateren onder beheer van het Rijk, vermeld in de bijlage bij de Uitvoeringsregeling waterhuishouding;

    b. zijwateren: oppervlaktewateren die in verbinding staan met een hoofdwater;

    (...)

    h. hoogwaterkering of hoog waterkerende gronden: duinen, kunstwerken, dijken of primaire waterkeringen als bedoeld in de Wet op de waterkering of andere natuurlijke of kunstmatige omstandigheden die het water bij hoge stand keren dan wel het zijwater scheiden van het hoofdwater;

    (...)

    Artikel 2

  3. De zijwateren die in open verbinding staan met een hoofdwater worden gerekend tot de wateren onder beheer van het Rijk.

    (...)'.

    2.7. De bij het BAZ behorende 'NOTA VAN TOELICHTING BIJ HET BESLUIT AANWIJZING ZIJWATEREN VAN HOOFDWATEREN' luidt, voor zover te dezen relevant, als volgt:

    'HOOFDSTUK 1

    ALGEMEEN

    1.1 Inleiding

    Dit Besluit aanwijzing zijwateren van hoofdwateren (hierna: Baz) geeft uitvoering aan artikel 3, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (hierna: Wvo) en artikel 2 van de Wet op de Waterhuishouding (hierna: Wwh). Krachtens die artikelen kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur door anderen dan het Rijk beheerde, met rijkswateren in open verbinding staande wateren worden aangewezen en daardoor voor de toepassing van genoemde wetten tot de rijkswateren worden gerekend. Essentie van de aanwijzing van zijwateren is dat hoofdwater, bedoeld in artikel 1, sub a, en aangewezen zijwateren waterhuishoudkundig een geheel vormen. Aangewezen worden wateren waarvan zelfstandig...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT