Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, January 28, 2009

Datum uitspraak:2009/01/28
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep

08/2273 WVG

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Uithoorn, (hierna: het College)

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 april 2008, 07/2571 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen

[Betrokkene], wonende te [woonplaats], (hierna: betrokkene)

en

het College

Datum uitspraak: 28 januari 2009

  1. PROCESVERLOOP

    Namens het College heeft drs. W. Peters, juridisch adviseur bij StimulanSZ, hoger beroep ingesteld.

    Namens betrokkene heeft mr. P. Minkes, advocaat te Uithoorn, een verweerschrift ingediend.

    Het geding is behandeld op de zitting van 17 december 2008. Voor het College zijn verschenen drs. Peters en A.M. Visser, werkzaam bij de gemeente Uithoorn. Tevens zijn verschenen betrokkene en mr. Minkes.

  2. OVERWEGINGEN

    1.1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

    1.2. Bij betrokkene, geboren [in] 1936, is sprake van een locomotore aandoening en een longaandoening. Zij is alleenwonend en kan maximaal 150 meter lopen. Met ingang van 1 augustus 1998 is haar op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet voorzieningen gehandicapten (hierna: Wvg) een vervoersvoorziening toegekend in de vorm van een financiële tegemoetkoming voor het gebruik van de eigen auto. Deze voorziening is haar toegekend, omdat zij op grond van haar longaandoening geen gebruik kan maken van collectief vervoer.

    1.3. De raad van de gemeente Uithoorn heeft in 2005 beslist om de hoogte van de vervoersvoorzieningen aan te passen aan de UWV-normbedragen REA-voorzieningen 2005. Ter uitvoering van dat raadsbesluit heeft het College betrokkene bij brief van 30 december 2005 in kennis gesteld van zijn besluit om de eerder toegekende financiële tegemoetkoming te herzien. Deze herziening houdt in dat de toegekende tegemoetkoming met ingang van 1 januari 2006 stapsgewijs wordt verlaagd van € 261,12 per kwartaal naar € 70,83 per kwartaal op 1 januari 2007.

    1. Het College heeft het bezwaar van betrokkene bij besluit van 1 maart 2006 ongegrond verklaard.

      3.1. De rechtbank heeft het beroep van betrokkene bij uitspraak van 23 februari 2007, 06/1652, gegrond verklaard, het besluit van 1 maart 2006 vernietigd en het College opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van haar uitspraak. Zij heeft daartoe overwogen dat uit jurisprudentie van de Raad voortvloeit dat het een belanghebbende vrijstaat om aannemelijk te maken dat hij een grotere vervoersbehoefte heeft dan blijkens het gemeentelijk beleid in het algemeen aanvaardbaar wordt geacht. Tevens heeft zij overwogen dat betrokkene reeds in bezwaar onweersproken heeft gesteld dat zij tengevolge van haar medische klachten meer vervoersbewegingen maakt en dat het College ter zitting heeft erkend dat het zittend ziekenvervoer voor betrokkene geen voorliggende voorziening meer is. Ten slotte heeft de rechtbank nog overwogen dat bezoeken aan familie en vrienden en wekelijkse bezoeken aan een viering of dienst in de kerk van haar voorkeur tot het kunnen deelnemen aan het leven van alledag moeten worden gerekend en mitsdien onder de zorgplicht van het College voor vervoersvoorzieningen vallen.

      3.2. Partijen hebben in de uitspraak van 23 februari 2007 berust, zodat deze gezag van gewijsde heeft gekregen.

      4.1. Het College heeft vervolgens opdracht verstrekt aan Argonaut B.V. (hierna: Argonaut) om een onderzoek in te stellen naar de medische noodzaak om meer kilometers voor vervoer toe te kennen dan de 2000 waarvan in het gemeentelijk beleid wordt uitgegaan, waarbij rekening wordt...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT