Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Arnhem, February 11, 2009

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2009/02/11
Uitgevende instantie::Rechtbank Arnhem
SAMENVATTING

Wet arbeid vreemdelingen. Nu vast staat dat de werkzaamheden ten dienste van de onderneming van eiseres zijn verricht, heeft verweerder eiseres terecht als werkgever in de zin van de Waf aangemerkt. Het oplegen van de boete is niet in strijd met het legaliteitsbeginsel of artikel 49 EG-verdrag. De stelling dat de boeteoplegging hoogstwaarschijnlijk tot een faillissement van de ondermening van... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht

registratienummer: AWB 08/457

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

van 11 februari 2009

inzake

Worldchamp International BV, eiseres,

gevestigd te Ammerzoden, vertegenwoordigd door mr. P.J.M. Boomaars,

tegen

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.

  1. Aanduiding bestreden besluit

    Besluit van verweerder van 10 januari 2008.

  2. Procesverloop

    Bij besluit van 3 augustus 2007 heeft verweerder aan eiseres op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) een boete van € 192.000 opgelegd.

    Bij het in rubriek 1 aangeduide besluit heeft verweerder het ingediende bezwaar ongegrond verklaard en het eerder genoemde besluit gehandhaafd.

    Tegen dit besluit is beroep ingesteld en door verweerder is een verweerschrift ingediend. Naar deze en de overige door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.

    De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft in de uitspraak van 7 februari 2008, verzonden op 14 maart 2008, het verzoek van eiseres tot het treffen van een voorlopige voorziening toegewezen en het bestreden besluit geschorst.

    Het beroep is behandeld ter zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank van

    21 oktober 2008. Eiseres is aldaar vertegenwoordigd door mr. J.A.A. Westerlaken, kantoorgenoot van mr. Boomaars. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door

    mr. M. Hokke, werkzaam bij het ministerie van verweerder.

  3. Overwegingen

    Op 26 april 2006 hebben inspecteurs van de Arbeidsinspectie bij een bezoek aan de bedrijfslocatie van eiseres te Horst, 24 Polen aangetroffen die werkzaamheden verrichtten, bestaande uit het oogsten en verzendklaar maken van champignons. Deze personen waren door [K], een Nederlander die in Polen als ondernemer staat ingeschreven, bij eiseres tewerkgesteld op basis van een tussen eiseres en [K] gesloten aanneemovereenkomst. Eiseres noch [K] bleken over tewerkstellingsvergunningen voor de Polen te beschikken. De bevindingen van het bezoek zijn verwoord in het boeterapport van 8 januari 2007. Verweerder heeft in deze bevindingen aanleiding gezien om aan eiseres de boete op te leggen.

    Aan het bestreden besluit ligt kort samengevat het standpunt van verweerder ten grondslag dat de boete terecht is opgelegd, nu eiseres als werkgever in de zin van de Wav de 24 Polen arbeid heeft laten verrichten, hoewel daarvoor geen tewerkstellingsvergunning was verleend. Daaraan doet niet af dat de Nederlandse arbeidsmarkt op 1 mei 2007 voor werknemers met de Poolse nationaliteit is geopend. Voorts was er volgens verweerder gelet op de feiten en omstandigheden van het geval geen sprake van grensoverschrijdende dienstverlening, maar slechts van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten door [K], zodat het verbod in artikel 2, eerste lid, van de Wav onverkort van toepassing is. In de stelling van eiseres dat oplegging van de boete hoogstwaarschijnlijk tot faillissement van de onderneming zal leiden, heeft verweerder geen aanleiding gezien om de boete te matigen of in te trekken.

    Eiseres heeft het bestreden besluit gemotiveerd aangevochten. Op haar stellingen zal de rechtbank hierna, voor zover nodig, ingaan.

    Ingevolge artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van de Wav wordt onder werkgever verstaan degene die in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf een ander arbeid laat verrichten.

    Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wav is het een werkgever verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning.

    Ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wav is het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling ten aanzien van wie ingevolge bepalingen vastgesteld bij overeenkomst met andere mogendheden dan wel bij een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, een tewerkstellingsvergunning niet mag worden verlangd.

    Ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wav voor zover hier van belang, is voormeld verbod niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie.

    Ingevolge artikel 1e, eerste lid, van het Besluit uitvoering Wav, voor zover hier van belang, is het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wav niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening tijdelijk in Nederland arbeid verricht in dienst van een werkgever die buiten Nederland is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, mits

    1. de vreemdeling gerechtigd is als werknemer van deze werkgever de arbeid te verrichten in het land alwaar de werkgever gevestigd is,

    2. de werkgever de arbeid in Nederland voor de aanvang daarvan schriftelijk aan de Centrale organisatie voor werk en inkomen heeft gemeld, onder overlegging van een verklaring en bewijsstukken als bedoeld in het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT