Herziening van Gerechtshof 's-Gravenhage, 24 november 2009

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:24 november 2009
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Gravenhage
SAMENVATTING

Verzoek om herziening, art. 8:88 Awb. Herzieningsverzoek afgewezen aangezien niet is voldaan aan de vereiste wettelijke voorwaarden.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE

Sector belasting

Nummer BK-08/00343

Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. 24 november 2009

op het verzoek om herziening als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [belanghebbende] B.V. te [Z] (hierna: verzoekster) betreffende na te melden uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer van dit Hof.

Uitspraak

  1. De vierde meervoudige belastingkamer van het Hof heeft in zijn schriftelijke uitspraak van 6 mei 2004, kenmerknummer BK-02/04684, betreffende de door de Inspecteur, de voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst Rijnmond aan verzoekster over het tijdvak van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2000 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting, de uitspraak op bezwaar gehandhaafd.

    Loop van het geding

    2.1. Verzoekster heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Het beroep in cassatie is verworpen bij arrest van de Hoge Raad van 11 juli 2008, nummer 40.867, LJN: AX6292.

    2.2. Verzoekster heeft op 1 september 2008 een verzoek om herziening gericht aan het Hof, welk verzoek op 2 september 2008 is binnengekomen. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van € 288. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Vervolgens heeft verzoekster een nader stuk ingediend.

    2.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Gerechtshof van 13 oktober 2009, gehouden te Den Haag. Aldaar zijn beide partijen verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

    Grondslag voor het verzoek

    3.1. Verzoekster legt aan haar verzoek ten grondslag dat haar directeur [A] bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 22 juli 2005 is vrijgesproken van het opdracht geven tot of het feitelijk leiding geven aan het opzettelijk doen van valse aangiften in de omzetbelasting, onder meer betreffende belanghebbende over het tijdvak van naheffing, alsmede van het daarmee verband houdende valselijk opmaken van vrachtbrieven.

    3.2. Verzoekster voert aan dat dit, na de uitspraak van het Hof van 6 mei 2004 gewezen, vonnis als novum heeft te gelden, evenals de omstandigheid dat het openbaar ministerie tegen dat vonnis geen hoger beroep heeft ingesteld. Verzoekster beroept zich op een in de strafzaak tegen [A] op 19 januari 2005 voor de rechter-commissaris afgelegde verklaring van [B], directeur van [C]...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT