Voorlopige voorziening+bodemzaak van Gerechtshof 's-Gravenhage, November 03, 2009

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2009/11/03
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Gravenhage
SAMENVATTING

Al dan niet optreden van zoon als vertegenwoordiger van zijn moeder. Gebod en verbod van voorzieningenrechter in tijd beperkt.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector familie

Zaaknummer : 200.040.728/01

Rolnummer Rechtbank : 81689/KGZA 09-153

arrest van de familiekamer d.d. 3 november 2009

inzake

[de appellant],

wonende te Sliedrecht,

appellant in het principale appel, verweerder in het incidenteel appel,

hierna te noemen: [de appellant],

advocaat: mr. N. Grijmans-Ve[X]aal te Amsterdam,,

tegen

Stichting [X],

gevestigd te Ridderkerk,

geïntimeerde in het principale appel, appellante in het incidentele appel,

hierna te noemen: [X],

advocaat: mr. L.P. Quist te Zwijndrecht .

Het verdere verloop van het geding

Het hof verwijst naar het arrest van de negende civiele kamer d.d. 1 september 2009, in deze zaak tussen partijen gewezen.

Op 17 september 2009 heeft de bij genoemd arrest bevolen comparitie van partijen plaatsgevonden, waarvan proces verbaal is opgemaakt. Arrest is daarbij bepaald op 27 oktober 2009.

Partijen hebben gefourneerd op 6 oktober 2009.

Beoordeling van het hoger beroep, zowel in het principaal als het incidentele appel

  1. In de kern komen de grieven in het principale appel erop neer dat de getroffen voorlopige voorzieningen in geen verhouding staan tot het belang van [de appellant] om ongelimiteerd en onvoorwaardelijk contact met zijn moeder te hebben. De grieven in het incidentele appel komen erop neer dat de voorzieningenrechter verdergaande voorzieningen had moeten treffen. Het hof ziet aanleiding de grieven in het principale en incidentele appel gelijktijdig te behandelen, zulks gelet op de samenhang die door het feitencomplex bestaat.

    De vorderingen in conventie

  2. Het hof gaat uit van de feiten als vermeld in het bestreden vonnis van de voorzieningenrechter als vermeld onder 2.1 tot en met 2.9, voor zover daartegen niet is gegriefd.

    Aan de hand van hetgeen de partijen in hoger beroep hebben aangevoerd en met name ook uit hetgeen tijdens de comparitie van partijen naar voren is gebracht is het hof duidelijk geworden dat [de appellant] zeer betrokken is bij de positie waarin zijn moeder in de afgelopen periode is komen te verkeren. [de appellant], die vele jaren verstoken is geweest van contact met zijn moeder, heeft haar aangetroffen in een omgeving en met een verzorging waarin hij zich niet kon en kan vinden. [de appellant] heeft het hof duidelijk gemaakt dat hij een (te) groot verschil ervoer in de omstandigheden waaronder zijn moeder vóór haar opname in het verzorgingstehuis van [X] (hierna: het verzorgingstehuis) verkeerde en die van daarna. Een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT