Voorlopige voorziening+bodemzaak van Gerechtshof 's-Gravenhage, 17 november 2009

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:17 november 2009
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Gravenhage
SAMENVATTING

Verjaringstermijn artikel 3.310 BW. Reden voor verlenging vandeze termijn op basis vanartikel^:2 lid 2 BW.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector familie

Zaaknummer : 105.006.891/01

Rolnummer oud : 07-1026

Rolnummer rechtbank : HA ZA 06-706

arrest van de familiekamer d.d. 17 november 2009

inzake

[de appellant],

wonende Schiedam,

appellant,

hierna te noemen: [de appellant],

advocaat: mr. M. Verbraaken-Vooys, kantoorhoudend te ’s-Gravenhage,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te Brasschaat, België,

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. M.J.W. Hoogstraete, kantoorhoudend te Amsterdam.

Het geding

Bij exploot van 3 juli 2007 is [de appellant] in hoger beroep gekomen van het vonnis van 4 april 2007 van de rechtbank te Rotterdam tussen de partijen gewezen.

Voor de loop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in het bestreden vonnis onder 1 heeft vermeld.

Bij memorie van grieven (met producties) heeft [de appellant] zeven grieven aangevoerd.

Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden.

Partijen hebben vervolgens hun procesdossiers aan het hof overgelegd.

Beoordeling van het hoger beroep

  1. Tegen de feiten zoals door de rechtbank vastgesteld onder 2 in het bestreden vonnis is niet opgekomen, zodat het hof in dit hoger beroep van die feiten uitgaat.

  2. [de appellant] vordert in hoger beroep het bestreden vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] primair tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen jegens hem, subsidiair onrechtmatig heeft gehandeld c.q. nalatig is geweest jegens hem en [geïntimeerde] te veroordelen om aan [de appellant] schadevergoeding te betalen nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties.

  3. [geïntimeerde] heeft geconcludeerd dat het hof bij arrest, zo nodig onder aanvulling of verbetering van de gronden, het vonnis zal bekrachtigen, met veroordeling van [de appellant], uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van dit hoger beroep.

  4. Volgens grief 1 heeft de rechtbank in r.o. 5.4 van het bestreden vonnis ten onrechte overwogen:

    “ De rechtbank kan [de appellant] hierin niet volgen. Hoewel op zich juist is dat sinds de echtscheiding nog geen twintig jaren dan wel vijf jaren zijn verstreken, is dit moment niet van doorslaggevende betekenis. Als gebeurtenis waardoor de gestelde schade is veroorzaakt heeft te gelden het moment van het opstellen en passeren van de akte in september 1981. Immers, indien...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT