Kort geding van Rechtbank 's-Hertogenbosch, Sector kanton, December 21, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/12/21
Uitgevende instantie::Sector kanton
SAMENVATTING

Vraag of er sprake is van een uitzendovereenkomst dan wel aannemingsovereenkomst. Kantonrechter oordeelt dat artikel 8 WAADI wordt geschonden. Bedrijf stelt Poolse werknemers tegen minimumloon te werk bij een Nederlandse onderneming, voor welke onderneming de CAO voor de Betonproductenindustrie geldt.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 862352 / 346

Rolnummer : CV EXPL 12-10348

Uitspraak : 21 december 2012

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: mrs S.J. Klingeman en H. Feyli Khaled,

t e g e n :

Synapsis B.V.,

gevestigd te Boxtel,

gedaagde,

gemachtigde: mrs D.J.M.C. Sieler en Martens.

De procedure

1.1. Nadat een dag was bepaald voor de behandeling van deze zaak, heeft eiser, verder te noemen: “[eiser]”, gedaagde, verder te noemen: “Synapsis”, op 29 november 2012 doen dagvaarden.

[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad en bij wijze van voorlopige voorziening Synapsis zal veroordelen om:

  1. Binnen 24 uur na betekening van dit vonnis [eiser] toe te laten tot zijn werkzaamheden met alle daarbij behorende taken, zulks op straffe van een dwangsom van

    € 2.500,- per dag of gedeelte van een dag, dat Synapsis in gebreke blijft aan dit gedeelte van het vonnis te voldoen;

  2. Binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis aan [eiser] door te betalen het salaris van € 2.320,44 bruto per vier weken (€ 580,11 bruto per week) tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze is beëindigd, vermeerderd met 8% vakantiebijslag, het totaal te vermeerderen met 50% wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf het moment van verschuldigdheid tot het moment van volledige voldoening;

  3. Binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis aan [eiser] te betalen het achterstallige salaris berekend over de periode van 13 augustus 2012 tot en met 4 november 2012, zijnde een bedrag van € 6.961,32 bruto, vermeerderd met 8% vakantiebijslag, het totaal te vermeerderen met 50% wettelijke verhoging ex artikel 7: 625 BW en de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf het moment van verschuldigdheid tot aan dat van volledige voldoening;

  4. Binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis aan [eiser] te betalen het achterstallig salaris berekend over de periode van 21 april 2008 tot 12 juli 2012 groot

    € 49.790,64 bruto, te vermeerderen met 50% wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf het moment van verschuldigdheid tot het moment van volledige voldoening;

  5. In het geval de kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zou zijn geëindigd, quod non, Synapsis te veroordelen tot het opstellen van een juiste eindafrekening, waarbij het onjuist afgerekend loon door Synapsis aan [eiser] binnen

    24 uur na betekening van het vonnis wordt uitbetaald en tevens een eindafrekening plaatsvindt van vakantiedagen, waarbij ook de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW worden uitbetaald, zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,- per dag of gedeelte van een dag dat Synapsis in gebreke blijft aan dit gedeelte van het vonnis toe voldoening;

  6. Aan [eiser] uit te betalen, de buitengerechtelijke kosten, in totaal een bedrag van € 2.586,39, althans een door de rechter te bepalen bedrag;

  7. Aan [eiser] te betalen de kosten van deze procedure.

    1.2. De mondelinge behandeling, waarvoor partijen op voorhand een aantal producties hebben toegezonden, heeft op 19 december 2012 plaatsgevonden.

    1.3. Ter zitting heeft Synapsis bij monde van haar gemachtigde tegen deze vordering verweer gevoerd. Beide partijen hebben hun standpunten doen bepleiten middels hun raadslieden, die hun pleitnota’s hebben overgelegd. Partijen en hebben nadere inlichtingen verschaft.

    1.4. Daarna is vonnis bepaald.

    Het geschil en de voorlopige beoordeling ervan

    1. In rechte kan voorlopig van de navolgende tussen partijen vaststaande feiten worden uitgegaan.

      2.1. [eiser], geboren op [geboortedatum], is van de Poolse nationaliteit, en spreekt niet of nauwelijks Nederlands.

      [eiser] is op 21 april 2008 in dienst getreden van Synapsis. In zijn schriftelijke arbeidsovereenkomst is vermeld dat hij voor 2 jaar in dienst treedt in de functie van oproepkracht productiemedewerker of lasser, constructielasser. Als loon is vermeld dat hij

      € 1.254,40 verdient per periode van vier weken van 160 gewerkte uren en dat dit bedrag inclusief alle toeslagen, vakantiedagen, onkostenvergoedingen is. Overuren worden verrekend uur tegen uur. Tevens is vermeld dat werkgever gehouden is uitsluitend die uren te betalen, waarin door werknemer werkzaamheden zijn verricht voor werkgever.

      Op verzoek en in onderling overleg wordt er onbetaald verlof gegeven voor familiebezoek thuis.

      Volgens de arbeidsovereenkomst werd aan [eiser] een volledig ingerichte woonruimte ter beschikking gesteld voor gezamenlijk gebruik met collega’s. Dat is zo ook uitgevoerd.

      Het laatst verdiende salaris van [eiser] bedroeg € 1.336,- bruto per vier weken. Dit is gelijk aan het minimumloon.

      2.2. Volgens een verklaring van de administratief medewerkster [X] van Synapsis, heeft zij op basis van een mededeling van mevrouw [Y] dat de echtgenote van [eiser] in de woning zou verblijven, in de administratie opgenomen dat op het loon van [eiser] € 50,- per week zou worden ingehouden. Zij verklaart dit te hebben gecorrigeerd, omdat zij dit zonder toestemming van mevrouw [Y] zou hebben gedaan.

      2.3. [eiser] heeft zijn werkzaamheden uitgevoerd in de fabriek van Prefab Beton Eindhoven B.V. (hierna: PBE).

      PBE is lid van de Bond van fabrikanten van betonproducten BFBN en is als zodanig gebonden aan de CAO voor de Betonproductenindustrie (hierna: de CAO).

    2. [eiser] doet zijn vordering steunen op bovenstaande voorlopig vaststaande feiten en op de navolgende stellingen.

      Nadat er klachten zijn geuit door de medebewoners van de gezamenlijke woning, die verband hielden met een beweerd verblijf van de vriendin van [eiser] in die woning, heeft Synapsis tegen hem gezegd dat zijn arbeidsovereenkomst werd beëindigd, dat hij de eigendommen van Synapsis diende in te leveren, zijn spullen moest pakken en uit de woning diende te vertrekken. [eiser] heeft aan dit verzoek gevolg gegeven. Hij was niet op de hoogte van de rechten die hij als werknemer had. Op advies van kennissen heeft hij juridisch advies ingewonnen.

      Zijn gemachtigde heeft bij brief van 10 september 2012 Synapsis erop gewezen dat de arbeidsovereenkomst niet zomaar kon worden beëindigd, en heeft aanspraak gemaakt op doorbetaling...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT