Herziening van Centrale Raad van Beroep, 16 januari 2013

Datum uitspraak:16 januari 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek om herziening. Verzoekster heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die hadden moeten aantonen dat het gaat om feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór 6 juli 2011 en die bij verzoekster pas na die datum bekend zijn geworden. Zoals verzoekster zelf al in haar verzoekschrift te kennen heeft gegeven bestaan haar hoofdpijnklachten al langere tijd en is zij ook... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

11/5076 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 6 juli 2011, 09/3925 ZW

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 16 januari 2013.

PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van de Raad.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 december 2012. Verzoekster is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.F. Bär.

OVERWEGINGEN

  1. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet en artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

    1. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

    2. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

    3. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

  2. Bij de uitspraak waarvan thans herziening wordt verzocht heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 3 juni 2009 met nummer 08/7971 bevestigd.

  3. Verzoekster heeft thans aangevoerd dat in de uitspraak van de Raad waarvan herziening wordt verzocht, geen rekening is gehouden met haar psychische problemen. Verzoekster heeft daarbij te kennen gegeven dat zij altijd hoofdpijn (migraine) heeft, voor die klachten medicijnen gebruikt en bovendien bekend is bij de psycholoog.

  4. De Raad komt tot het volgende oordeel.

    4.1. Verzoekster heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb. Hierbij wordt opgemerkt dat verzoekster had moeten aantonen dat het gaat om feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór 6 juli 2011 en die bij verzoekster pas na die datum bekend zijn geworden. Zoals verzoekster zelf al in haar verzoekschrift te kennen heeft gegeven bestaan haar hoofdpijnklachten al langere tijd en is zij ook voor langere tijd onder behandeling bij een psycholoog geweest. Desgevraagd ter zitting heeft verzoekster de vraag of sprake is van nieuwe gezondheidsklachten ontkennend beantwoord.

    4.2. Verzoekster heeft in haar verzoekschrift ook aangegeven dat zij het op prijs...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT