Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank 's-Gravenhage, Haarlem, December 21, 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2012/12/21
Uitgevende instantie::Haarlem
SAMENVATTING

artikel 31, tweede lid, aanhef en onder d, Vw Eiser heeft ter onderbouwing van zijn aanvraag in 2007 een paspoort en een identiteitskaart overgelegd. Het nationale paspoort is echt bevonden, maar is de identiteitskaart vals. Eiser heeft een contra-expertise laten verrichten ten aanzien van de identiteitskaart. Eiser heeft, in ieder geval tot de datum waarop hij bekend werd met het onderzoek van de contra-expert, volgehouden dat de identiteitskaart echt was. V... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12 / 20910

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 21 december 2012 in de zaak tussen

[naam eiser],

geboren op [geboortedatum], van Iraakse nationaliteit,

eiser,

(gemachtigde: mr. A. Spel, advocaat te Alkmaar),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, voorheen de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel,

verweerder,

(gemachtigde: mr. J.W. Kreumer, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst te

’s-Gravenhage).

Procesverloop

Eiser heeft op 27 februari 2007 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Bij besluit van 25 maart 2009 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Het hiertegen ingestelde beroep is bij uitspraak van deze rechtbank en nevenzittingsplaats van 13 januari 2012 (AWB 09 / 14630) gegrond verklaard.

Bij besluit van 5 juni 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd opnieuw afgewezen.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2012. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

  1. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn aanvraag het volgende aangevoerd. Eisers broer is kort na de val van het regime van Saddam bij de politie gegaan. Na een maand of drie werd hij vermoord door leden van de beweging Al Wahabiya, die verwant is aan Al Qa’ida. In 2004 hoorde eiser van een vriend dat buren van eiser, die lid zijn van Al Wahabiya, zijn moeder hebben vermoord. Eiser is verhaal gaan halen bij de buren. Eisers moeder was door de buren ervan beschuldigd dat zij iemand aan de Amerikanen zou hebben verraden. Naar aanleiding hiervan kwamen de Amerikanen iemand ophalen. Eiser stelt dat de beschuldiging echter niet klopte, omdat zijn moeder zich niet met dat soort dingen bemoeide. Eiser is door de buren zodanig geslagen, dat hij medische behandeling nodig had. Eiser is naar het ziekenhuis gebracht, waar hij een maand heeft verbleven. Hierna is hij naar zijn broer gegaan in [plaatsnaam]. Daar kon eiser echter niet blijven, omdat eisers broer een groot gezin heeft. Vanuit [plaatsnaam] is eiser naar Syrië gegaan. Eiser is op een gegeven moment in Syrië naar het ziekenhuis gebracht. Een broer van eiser, die in Zweden...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT