Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet

Besluit van 16 december 2020 tot wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Omgevingsbesluit en enkele andere besluiten in verband met de overgang van de Wet natuurbescherming naar de Omgevingswet (Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 13 juli 2020, nr. WJZ / 20186584, mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; Gelet op de vogelrichtlijn, de habitatrichtlijn, de Europese cites-regelgeving, de Europese flegt-regelgeving, de Europese houtregelgeving, de Europese invasieve-exotenregelgeving, de Europese zeehondenregelgeving, de wildklemverordening, EU-richtlijn 2017/853 over de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens, het verdrag van Bern, het verdrag van Bonn, het walvisverdrag, de benelux-overeenkomst over jacht en vogelbescherming, de Tweede Beschikking van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie met betrekking tot de bescherming van de vogelstand M(76)15, de Beschikking van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie strekkende tot de limitatieve opsomming van de te bezigen geweren en munitie bij de jacht op de onderscheiden wildsoorten (M(83)17 en de Beschikking van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie met betrekking tot de jacht en vogelbescherming M(96)8; Gelet op de artikelen 2.18, eerste lid, onder f, onder 3°, 2.18, vierde lid, onder b, 2.24, eerste lid, 3.13, 3.15, tweede lid, 3.16, tweede lid, 4.3, eerste, tweede lid en derde lid, 5.1, 5.2, 5.7, derde lid, 5.10, 5.11, 5.18, 5.34, tweede lid, 5.40, tweede lid, 8.1, derde en vijfde lid, 8.2, zesde lid, 8.3, derde lid, 8.4, eerste lid, 8.5, 15.53, eerste lid, 16.1, eerste lid, 16.15, eerste lid, 16.16, eerste lid, 16.20, tweede lid, 16.55, eerste lid, 16.139, eerste lid, 17.3, 18.15a, eerste en derde lid, 20.1, vierde lid, 20.2, eerste, vijfde en zevende lid, 20.3, eerste lid, 20.6, eerste lid, 20.10, eerste lid, 20.14, tweede, derde en vijfde lid, en 23.1 van de Omgevingswet; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 22 oktober 2020 nr. W11.20.0270/IV);Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 14 december 2020, nr. WJZ / 20286913, uitgebracht mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK 1 WIJZIGINGEN IN ENKELE ALGEMENE MAATREGELEN VAN BESTUUR Artículos 1 a 11.133
ARTIKEL I

(WIJZIGING BESLUIT ACTIVITEITEN LEEFOMGEVING).

Het Besluit activiteiten leefomgeving wordt gewijzigd als volgt:AIn artikel 4.1184, derde lid, wordt «is vastgesteld ter uitvoering van de Wet natuurbescherming» vervangen door «is vastgesteld voor gebieden als bedoeld in artikel 2.44 van de wet is vastgesteld». BIn artikel 4.1196, eerste lid, wordt «is vastgesteld ter uitvoering van de Wet natuurbescherming» vervangen door «is vastgesteld voor gebieden als bedoeld in artikel 2.44 van de wet is vastgesteld». CIn artikel 7.66a wordt «artikel 2.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming» vervangen door «artikel 2.44, eerste lid, van de wet». DIn artikel 7.67 wordt «artikel 2.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming» vervangen door «artikel 2.44, eerste lid, van de wet». EHoofdstuk 11 komt te luiden:

HOOFDSTUK 11 ACTIVITEITEN DIE DE NATUUR BETREFFEN

Afdeling 11 1 Activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden Artículos 11.1 a 11.21

§ 11.1.1 Algemeen

Artikel 11.1

(activiteiten).

  1. Deze afdeling gaat over activiteiten die verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kunnen hebben. 2. Deze afdeling gaat niet over activiteiten die onderwerp zijn van het gemeenschappelijk visserijbeleid, bedoeld in artikel 38 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, voor zover zij worden verricht in de exclusieve economische zone.

Artikel 11.2

(oogmerken).

De regels in paragraaf 11.1.2 zijn gesteld met het oog op de natuurbescherming.

Artikel 11.3

(bevoegd gezag gedeputeerde staten).

Tenzij in artikel 11.4 anders is bepaald, zijn gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen de activiteit geheel of in hoofdzaak wordt verricht het bevoegd gezag: a. dat een maatwerkvoorschrift kan stellen; of b. dat beslist op een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen.

Artikel 11.4

(bevoegd gezag Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit).

  1. Voor een Natura 2000-activiteit van nationaal belang als bedoeld in artikel 4.12 van het Omgevingsbesluit en voor een in het tweede lid van dat artikel aangewezen activiteit die verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben is Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het bevoegd gezag: a. dat een maatwerkvoorschrift kan stellen; of b. dat beslist op een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen. 2. Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is ook het bevoegd gezag dat een maatwerkvoorschrift kan stellen of dat beslist op een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen voor een activiteit met mogelijke verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een bijzonder nationaal natuurgebied.

Artikel 11.5

(normadressaat).

Aan deze afdeling wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 11.6

(specifieke zorgplicht).

  1. Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 11.1, eerste lid, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor het belang, bedoeld in artikel 11.2, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 2. De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat: a. voorafgaand aan het verrichten van activiteiten in, of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied kennis wordt genomen van de informatie in het aanwijzingsbesluit van het gebied over de leefgebieden voor vogelsoorten, natuurlijke habitats en habitats van soorten waarvoor het gebied is aangewezen en de daarvoor geldende instandhoudingsdoelstellingen; b. wordt nagegaan of op voorhand op grond van objectieve gegevens...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT