Besluit experiment gesloten coffeeshopketen

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 15 juni 2020, houdende regels over het experiment met een gesloten coffeeshopketen (Besluit experiment gesloten coffeeshopketen)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister voor Medische Zorg en Onze Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van 15 november 2019, kenmerk 1440818-183499-WJZ; Gelet op de artikelen 3, eerste lid, 5, derde lid, 6, eerste en derde lid, 7, eerste lid, 8a, 9a, eerste lid, en 11, tweede lid van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 maart 2020, no.W13.19.0369/III);Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Medische Zorg en Onze Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 juni 2020, kenmerk 1440812-183499-WJZ; Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

(begripsbepalingen).

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:– aangewezen teler:

krachtens artikel 5, eerste lid, van de wet aangewezen teler;aanvraag om aanwijzing als teler:

aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet;coffeeshophouder:

houder van een coffeeshop die in een deelnemende gemeente door de burgemeester van die gemeente is toegestaan als bedoeld in artikel 6a, tweede lid, van de wet; deelnemende gemeente:

gemeente als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van dit besluit;experiment:

experiment als bedoeld in artikel 2 van de wet;productie van hennep of hasjiesj:

het door een aangewezen teler op grond van de wet telen van hennep en alle andere handelingen in het productieproces die nodig zijn om die hennep te verwerken tot hennep of hasjiesj die aan coffeeshophouders kan worden geleverd, alsmede het verpakken en het opslaan van die hennep of hasjiesj door de aangewezen teler tot het moment waarop het vervoer naar de coffeeshops plaatsvindt; wet:

Wet experiment gesloten coffeeshopketen.

§ 2. Aanwijzing van deelnemende gemeenten en eisen aan coffeeshophouders

Artikel 2

(deelnemende gemeenten).

  1. Aan het experiment nemen de volgende gemeenten deel: a. Almere, b. Arnhem, c. Breda, d. Groningen, e. Heerlen, f. Hellevoetsluis of ingeval van een gemeentelijke herindeling de nieuwe gemeente dat het gebied van de voormalige gemeente Hellevoetsluis omvat, g. Maastricht, h. Nijmegen, i. Tilburg, en j. Zaanstad. 2. De gemeenten Breda, Heerlen en Maastricht worden voor de toepassing van het bij of krachtens de wet bepaalde tevens aangemerkt als grensgemeente.

Artikel 3

(toepasselijkheid eisen aan coffeeshophouders).

Onverminderd het bepaalde in de paragrafen 8 en 9 voldoen alle coffeeshophouders voor de duur van de uitvoering van het experiment, aan: a. de artikelen 4 tot en met 11 en 33, en b. de door de burgemeester van de deelnemende gemeente krachtens artikel 12 gestelde nadere regels.

Artikel 4

(verkoop van hennep of hasjiesj).

  1. Een coffeeshophouder verkoopt uitsluitend hennep of hasjiesj die door hem is afgenomen van aangewezen telers en mag uitsluitend met deze hennep of hasjiesj enige andere daarmee in verband staande handeling als bedoeld in artikel 3, onderdeel B, van de Opiumwet verrichten. 2. Een coffeeshophouder verkoopt aan eenzelfde klant per keer geen grotere hoeveelheid hennep of hasjiesj dan 5 gram. 3. Een coffeeshophouder laat jeugdigen tot en met 17 jaar niet toe in de coffeeshop en verkoopt aan deze categorie jeugdigen geen hennep of hasjiesj. 4. Onverminderd het derde lid laat een coffeeshophouder wiens coffeeshop is gelegen in een grensgemeente als bedoeld in artikel 2, tweede lid, anderen dan die hun werkelijke woonplaats hebben in Nederland niet toe tot de coffeeshop en verkoopt aan anderen dan deze personen geen hennep of hasjiesj.

Artikel 5

(handelsvoorraad).

  1. Een coffeeshophouder heeft in de coffeeshop uitsluitend hennep of hasjiesj aanwezig die is afgenomen van aangewezen telers. 2. De voorraad hennep of hasjiesj die door een coffeeshophouder wordt aangehouden bedraagt niet meer dan de hoeveelheid hennep of hasjiesj die hij op weekbasis nodig heeft voor de verkoop aan klanten. 3. De hennep of hasjiesj die door aangewezen telers aan een coffeeshophouder is geleverd, wordt uitsluitend in die coffeeshop bewaard. 4. Een coffeeshophouder treft alle maatregelen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor een adequate opslag en beveiliging van de hennep of hasjiesj.

Artikel 6

(eisen aan verkopend personeel en voorlichting).

  1. Het verkopend personeel van de coffeeshophouder heeft een cursus gevolgd die is gericht op het verkrijgen van de nodige kennis en vaardigheden om: a. aan klanten voorlichting te kunnen geven over het gebruik van hennep of hasjiesj en de daaraan verbonden gezondheidsrisico’s, de wijze van gebruik, preventie van verslaving, en b. klanten bij een vermoeden van problematisch gebruik door te kunnen verwijzen naar informatie of zorg. 2. Een coffeeshophouder heeft voor de klanten voorlichtingsmateriaal over gebruik en de risico’s van gebruik of problematisch gebruik zichtbaar aanwezig in de coffeeshop.

Artikel 7

(verpakking).

  1. Een coffeeshophouder verkoopt de hennep of hasjiesj uitsluitend zoals deze door aangewezen telers in een verzegelde verpakkingseenheid als bedoeld in artikel 29, tweede lid, is afgeleverd en heeft de hennep of hasjiesj ook uitsluitend in die verzegelde verpakkingseenheid aanwezig. 2. In afwijking van het eerste lid mag van elke soort hennep of hasjiesj die in de coffeeshop wordt verkocht, ten behoeve van de beoordeling door klanten maximaal 20 gram onverzegeld aanwezig zijn. 3. Onverminderd het eerste lid is het niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de verpakkingseenheden of de informatie, bedoeld in artikel 29, tweede lid, met dien verstande dat de coffeeshophouder wel zijn handelsnaam en eventueel zijn contactgegevens op de verpakking mag aanbrengen, met inachtneming van de bij ministeriële regeling gestelde regels.

Artikel 8

(alcohol).

In een coffeeshop wordt geen alcohol geschonken of verkocht en is alcohol ook anderszins niet aanwezig.

Artikel 9

(affichering).

  1. Een coffeeshophouder voert geen enkele vorm van affichering, anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit. 2. Als affichering als bedoeld in het eerste lid geldt niet de vermelding van gegevens betreffende de coffeeshophouder op de verpakking van de hennep of hasjiesj, mits die voldoet aan de krachtens artikel 29 bij ministeriële regeling gestelde regels.

Artikel 10

(overlast).

Een coffeeshophouder treft adequate maatregelen ter voorkoming of beperking van overlast, waaronder in ieder geval wordt begrepen parkeeroverlast rond de coffeeshop, geluidshinder, vervuiling en voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten.

Artikel 11

(administratie).

  1. Een coffeeshophouder voert een sluitende en transparante administratie waarmee in ieder geval wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de artikelen 4, eerste en tweede lid, artikel 5, eerste, tweede en derde lid, artikel 6, eerste lid en aan de krachtens artikel 12 gestelde nadere regels. 2. De administratie wordt onverminderd artikel 33 beschikbaar gehouden ten behoeve van de uitoefening van het toezicht en de handhaving. 3. Bij ministeriële regeling wordt bepaald: a. welke gegevens of bescheiden in ieder geval in de administratie worden opgenomen, en b. gedurende welke termijn en op welke wijze de administratie beschikbaar blijft.

Artikel 12

(lokale regels).

De burgemeester van een deelnemende gemeente kan met inachtneming van de artikelen 3 tot en met 11, in het kader en voor de duur van de uitvoering van het experiment ten aanzien van coffeeshophouders nadere regels stellen over: a. de locatie waar een coffeeshop is toegestaan; b. de maximaal toegestane handelsvoorraad, bedoeld in artikel 5, tweede lid; c. de affichering, bedoeld in artikel 9, d. het voorkomen of beperken van overlast als bedoeld in artikel 10; e. de tijden gedurende welke een coffeeshop geopend mag zijn voor klanten; f. de aanwezigheid van het personeel in een coffeeshop; g. de inrichting van een coffeeshop, waaronder de beveiliging, h. de opleiding van het personeel, en i. het al dan niet toelaten tot de coffeeshop van anderen dan degenen die hun werkelijke woonplaats hebben in Nederland of verkopen van hennep of hasjiesj aan anderen dan deze personen, voor zover het betreft coffeeshops die gelegen zijn in een gemeente, die niet tevens is aangemerkt als grensgemeente als bedoeld in artikel 2, tweede lid.

§ 3. Aanvraag en selectie van telers

Artikel 13

(maximale aantal aan te wijzen telers).

Voor deelname aan het experiment kunnen Onze Ministers ten hoogste tien telers aanwijzen.

Artikel 14

(openstelling tijdvak voor indienen aanvraag).

  1. Een aanvraag om aanwijzing als teler kan alleen worden ingediend indien Onze Ministers daarvoor een aanvraagtijdvak hebben opengesteld. Een aanvraag kan alleen binnen dat tijdvak worden ingediend. 2. Onze Ministers doen in de Staatscourant mededeling van de openstelling van een tijdvak als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 15

(indienen van een aanvraag).

  1. Degene die de aanvraag doet, dient deze in binnen het in artikel 14, eerste lid...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT