Besluit van 18 oktober 2018 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 (aanpassing btw-regeling voor waardebonnen)

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 18 oktober 2018 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 (aanpassing btw-regeling voor waardebonnen)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 9 juli 2018, nr. 2018-0000114371; Gelet op artikel 39 van de Wet op de omzetbelasting 1968; De afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 26 september 2018, nr. W06.18.0185/III); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 16 oktober 2018, nr. 2018-0000168548; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 wordt als volgt gewijzigd: A. In artikel 20, eerste lid, aanhef, vervalt «of geldswaardige papieren – al dan niet met bijbetaling –». B. Artikel 21 komt te luiden:

Artikel 21
  1. In gevallen waarin de ondernemer aan zijn afnemers bij de levering van goederen of diensten – al dan niet tegen betaling – waardebonnen verstrekt die afzonderlijk of tezamen met andere waardebonnen bij hem of bij een andere ondernemer alleen met bijbetaling kunnen worden ingewisseld tegen goederen of diensten, wordt de belasting berekend met inachtneming van de volgende regels: a. voor de vergoeding of ontvangsten voor de goederen of diensten waarbij de waardebonnen zijn verstrekt, blijft de verstrekking van de waardebonnen buiten beschouwing; b. ter zake van de levering van goederen of diensten tegen inwisseling van de waardebonnen bestaat de vergoeding uit hetgeen is bijbetaald voor deze goederen of diensten, de belasting niet daaronder begrepen, vermeerderd met hetgeen is betaald voor de waardebonnen, de belasting niet daaronder begrepen. 2. Ter zake van waardebonnen die de ondernemer aan zijn afnemers bij de levering van goederen of diensten – al dan niet tegen betaling – verstrekt die afzonderlijk of tezamen met andere waardebonnen bij hem of bij een andere ondernemer, hetzij alleen met verplichte bijbetaling kunnen worden ingewisseld tegen goederen of diensten, hetzij zonder bijbetaling kunnen worden ingewisseld tegen bepaalde andere goederen of diensten, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing voor zover deze waardebonnen met verplichte bijbetaling worden ingewisseld tegen goederen of diensten.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot Wassenaar, 18 oktober 2018 Willem-Alexander De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel

Uitgegeven de zesde november 2018 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

  1. Algemeen

    1. Inleiding

      Op 27 juni 2016 is door de Raad van de Europese Unie de voucherrichtlijn vastgesteld. Deze richtlijn introduceert een aantal regels op het gebied van vouchers in de BTW-richtlijn 2006.1 Met de wet van 9 maart 2018 tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (btw-behandeling van vouchers) (Stb. 2018, 82), is die richtlijn geïmplementeerd in de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB 1968). In verband hiermee dient het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 (UBOB 1968) over de btw-behandeling van zegels (waardebonnen) in lijn te worden gebracht met deze nieuwe btw-regels voor vouchers. Van de gelegenheid is overigens gebruik gemaakt bedoelde artikelen ook te moderniseren en meer in lijn te brengen met de bepalingen van de BTW-richtlijn 2006.

      De nieuwe regelgeving treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

    2. Toelichting op de wijzigingen

      In de memorie van toelichting bij de hiervoor genoemde Wet van 9 maart 2018 tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (btw-behandeling van vouchers) is opgemerkt dat het huidige artikel 21 UBOB 1968 zal moeten worden aangepast aan de nieuwe wettelijke regels voor vouchers. Bij genoemd artikel 21 gaat het om gevallen waarin de ondernemer aan zijn afnemers bij de levering van goederen in de praktijk gratis waardebonnen verstrekt, die bij hem of bij een andere ondernemer kunnen worden ingewisseld tegen goederen, al dan niet met bijbetaling. De aanpassing van het besluit is nodig omdat sommige van deze waardebonnen, afzonderlijk of tezamen, onder de met ingang van 1 januari 2019 van toepassing zijnde wettelijke definitie van een voucher kunnen vallen. In die zin zou het toepassingsbereik van genoemd artikel 21 met ingang van die datum te ruim worden.

      In genoemde memorie van toelichting is tevens aangegeven dat zal worden bezien of een verdere aanpassing van artikel 21 UBOB 1968 gewenst is. Dit omdat de regeling van artikel 21 nu niet ziet op de btw-heffing bij de verstrekking en inwisseling van waardebonnen die tegen betaling worden verstrekt bij de levering van goederen. Hiervoor zijn nadere regels gesteld bij het beleidsbesluit «Heffing van omzetbelasting ten aanzien van het verstrekken van zegels en waardebonnen».2 Ook ziet artikel 21 niet op waardebonnen die gratis of tegen betaling worden verstrekt bij dienstverrichtingen.

      Er is daarom voor gekozen het toepassingsbereik van artikel 21 UBOB 1968 voor deze waardebonnen uit te breiden, zodat deze bepaling in de nieuwe versie ziet op een regeling voor alle waardebonnen die al dan niet gratis worden verstrekt bij de levering van goederen en diensten, en die uitsluitend met bijbetaling kunnen worden ingewisseld tegen goederen of diensten. De nieuwe regeling zal dan alleen niet van toepassing zijn op waardebonnen die geheel voldoen aan de wettelijke definitie van voucher zoals die zal gelden met ingang van 1 januari 2019. Een zodanige nieuwe bepaling maakt het ook mogelijk een einde te maken aan alle in de loop der jaren in de uitvoeringspraktijk gegroeide afwijkende praktijken met betrekking tot de btw-heffing van waardebonnen.

      Ingevolge de bestaande regeling van artikel 21 UBOB 1968 en de bepalingen van het hiervoor genoemde beleidsbesluit is bij de heffing van waardebonnen uitgangspunt dat bij de verstrekking van de zegels of waardebonnen geen correctie wordt gemaakt op de af te dragen btw ter zake van de geleverde goederen. Bij de inwisseling van de waardebonnen wordt in beginsel...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT