Besluit van 20 januari 2020 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 houdende met name de maximering van het verlaagd wettelijk collegegeld voor eerstejaars studenten voor opleidingen met het bijzonder kenmerk kleinschalig en intensief onderwijs

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 20 januari 2020 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 houdende met name de maximering van het verlaagd wettelijk collegegeld voor eerstejaars studenten voor opleidingen met het bijzonder kenmerk kleinschalig en intensief onderwijs

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 23 september 2019, nr. WJZ/16619682 (10286), directie Wetgeving en Juridische Zaken; Gelet op de artikelen 2.6, eerste lid, 7.45, vijfde lid, en 7.48, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 23 oktober 2019, nr. W05.19.0299/I); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 januari 2020, nr. WJZ/17702445 (10286), directie Wetgeving en Juridische Zaken; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I WIJZIGING UITVOERINGSBESLUIT WHW 2008

Het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 wordt als volgt gewijzigd:AIn artikel 2.3, zevende lid, vervalt «wordt» en wordt «Een student» vervangen door «Met uitzondering van een student die gelijktijdig wordt ingeschreven voor de twee opleidingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt een student». BArtikel 2.4b wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid vervalt «6.7, eerste lid,». 2. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een lid ingevoegd luidende: 2. Het verlaagd wettelijk collegegeld voor een opleiding als bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, van de wet, bedraagt het door het instellingsbestuur vastgestelde collegegeld, minus 50 procent van het volledig wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid. CIn artikel 4.10, derde lid, wordt «de bekostigingsniveaus» vervangen door «het bekostigingsniveau voor het onderwijsdeel». DArtikel 4.20, tweede lid, komt te luiden:2. Het aantal te bekostigen graden in een opleiding is gelijk aan het product van: a. het aantal graden, verleend in die opleiding; b. vermenigvuldigd met de factor 2 voor zover het een graad Master betreft; en c. vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vast te stellen factor behorend bij het bekostigingsniveau voor het onderzoeksdeel van de desbetreffende opleiding. EIn artikel 4.21, eerste lid, wordt «zijn verleend» vervangen door «zijn verleend aan een opleiding als bedoeld in de bijlage bij dit besluit». FNa artikel 7.1b wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 7.1

c. Overgangsbepaling verlaagd wettelijk collegegeld voor kleinschalige en intensieve opleidingen.

  1. In afwijking van artikel 2.4b, tweede lid, blijft artikel 2.4b, zoals dat luidde op 31 augustus 2020, van toepassing op een student die al voor 31 augustus 2020 was ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, van de wet, en voor wie de periode van twaalf maanden, bedoeld in artikel 2.4c, tweede lid, nog niet is verstreken. 2. Dit artikel vervalt met ingang van 1 september 2021. GIn het opschrift van de bijlage wordt «4.21, derde lid» vervangen door «4.21, eerste lid».

ARTIKEL II INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2020.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 20 januari 2020Willem-AlexanderDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

Uitgegeven de dertigste januari 2020 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

  1. Algemeen

    1. Algemeen

      In deze algemene maatregel van bestuur (amvb) zijn drie soorten wijzigingen opgenomen. Ten eerste een beleidsinhoudelijke wijziging van het verlaagd wettelijk collegegeld voor opleidingen met het bijzonder kenmerk kleinschalig en intensief onderwijs1 in verband met de aangenomen motie Van der Molen en Tielen.2

      Ten tweede wordt een wijziging doorgevoerd in het collegegeldregime voor studenten die nog geen graad in het onderwijs hebben en die, na eerder afgestudeerd te zijn in het hoger onderwijs, als tweede studieloopbaan de academische pabo volgen. Omdat de academische pabo bestaat uit twee opleidingen – een hbo-opleiding leraar basisonderwijs in combinatie met een wo-opleiding onderwijskunde, onderwijswetenschappen of pedagogische wetenschappen, betalen zij nu twee keer het wettelijke collegegeld, terwijl aan dezelfde doelgroep aan de reguliere pabo één keer het wettelijke collegegeld in rekening wordt gebracht. De gevolgen van deze wijziging van het collegegeldregime voor de academische pabo worden verder in de paragrafen 3, 4 en 5 beschreven. Met de correctie wordt dit gelijkgetrokken.3

      Tot slot wordt een aantal technische correcties doorgevoerd in het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 (UWHW 2008).

    2. Verlaagd wettelijk collegegeld bij opleidingen met het bijzonder kenmerk kleinschalig en intensief onderwijs

      Op 1 september 2018 is de Wet verlaagd wettelijk collegegeld in werking getreden.4 Met invoering van de wet en bijhorende amvb is geregeld dat vanaf studiejaar 2018–2019 nieuwe eerstejaarsstudenten een halvering van het collegegeld krijgen. Dat geldt voor alle studenten die wettelijk collegegeld verschuldigd zijn voor voltijd, deeltijd of duaal onderwijs. Tijdens de wetsbehandeling van de Wet verlaagd wettelijk collegegeld is er gedebatteerd over de noodzaak van halvering collegegeld voor studenten die een hoger wettelijk collegegeld betalen aan opleidingen met het bijzonder kenmerk kleinschalig en intensief onderwijs.5 Zowel in de Tweede Kamer als in de Eerste Kamer zijn vragen gesteld over de noodzaak ook voor die opleidingen 50% korting te geven van het hoge collegegeld in plaats van 50% van het wettelijk collegegeld. Daarbij is in de Tweede Kamer gevraagd om extra middelen beschikbaar te stellen voor een groep leraren die een tweede onderwijsopleiding willen volgen en door hun specifieke situatie instellingscollegegeld moeten betalen. De minister heeft er in het debat met de Tweede Kamer aangegeven dat het verzoek om extra middelen bezien zou moeten worden tijdens de begrotingsbehandeling 2019.6

      Het verlaagd wettelijk collegegeld is met een zeer korte doorlooptijd ingevoerd.7 De regering heeft destijds gekozen voor een generieke maatregel: halvering van het collegegeld voor eerstejaarsstudenten. Het doel daarvan was de algemene toegankelijkheid van het hoger onderwijs verder te versterken. Door klip en klaar te kiezen voor een halvering bij opleidingen met (deeltijd, volledig en verhoogd) wettelijk collegegeld werd de korte termijn van invoering ondersteund. Ook is tijdens het wetstraject aangegeven dat de halvering van het wettelijk collegegeld bij opleidingen met een verhoogd wettelijk collegegeld is doorgevoerd om te zorgen dat het relatieve verschil tussen deze opleidingen en opleidingen met een regulier collegegeld niet groter zou worden. De toegankelijkheid van de opleidingen met deze tarieven zou daardoor gelijk blijven.8

      De regering heeft destijds de keuze om ook het hogere wettelijk collegegeld te halveren aldus inhoudelijk verdedigd. In diezelfde parlementaire behandeling is echter ook aangegeven dat er begrip is voor de wens om iets te doen voor een heel specifieke groep studenten die een tweede studie op het gebied van onderwijs wil volgen, en die buiten...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT