Besluit van 31 augustus 2020 tot wijziging van het Besluit stimulering duurzame energieproductie in verband met de stimulering van aanvullende maatregelen ter vermindering van broeikasgas

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 31 augustus 2020 tot wijziging van het Besluit stimulering duurzame energieproductie in verband met de stimulering van aanvullende maatregelen ter vermindering van broeikasgas

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat van 12 februari 2020, nr. WJZ / 20028115; Gelet op de artikelen 2 en 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 1 april 2020, nr. W18.20.0032/IV);Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat van 27 augustus 2020, nr. WJZ/20164067; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit stimulering duurzame energieproductie wordt als volgt gewijzigd:AArtikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:1. In onderdeel h komt de begripsomschrijving van productie-installatie te luiden «een samenstel van voorzieningen waarmee hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte wordt geproduceerd, dan wel broeikasgas wordt verminderd, waarbij onder een samenstel van voorzieningen wordt verstaan alle aanwezige middelen die onderling met elkaar zijn verbonden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte dan wel vermindering van broeikasgas». 2. Onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het eind van onderdeel t worden vijf onderdelen toegevoegd, luidende: u. broeikasgas:

koolstofdioxide en andere gascomponenten van zowel menselijke als natuurlijke oorsprong die warmtestraling van de aarde en de wolken naar de atmosfeer absorberen of terugkaatsen en daarmee bijdragen aan opwarming van de aarde gecorrigeerd naar koolstofdioxide-equivalenten; v. primair product:

meetbare eenheid die de productie-installatie ter vermindering van broeikasgas produceert die daarbij een bron van opbrengsten is voor de producent; w. rangschikkingsbedrag:

bedrag bestaande uit het verschil tussen, afhankelijk van de aanvraag, het fasebedrag of basisbedrag en, afhankelijk van de categorie productie-installaties, de langetermijnenergieprijs of basisenergieprijs dan wel het langetermijnbroeikasgasbedrag of basisbroeikasgasbedrag; x. subsidiabele productie:

de meetbare prestatie waarvoor aan de subsidie-ontvanger subsidie wordt verstrekt;y. vermindering van broeikasgas:

vermindering van broeikasgas in de atmosfeer door middel van de afvang en opslag, afvang en hergebruik dan wel vermindering of vermijding van de uitstoot van broeikasgas. BIn de titel van paragraaf 2 wordt «en hernieuwbare warmte» vervangen door «, hernieuwbare warmte en vermindering van broeikasgas» . CArtikel 2 wordt als volgt gewijzigd:1. Aan het eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het eind van onderdeel c door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende: d. de vermindering van broeikasgas aan een producent die een productie-installatie voor de vermindering van broeikasgas in stand houdt, om gedurende een bepaalde periode het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van deze vermindering van broeikasgas en de gemiddelde kostprijs van uitstoot van broeikasgas geheel of gedeeltelijk te compenseren. 2. In het tweede lid wordt na «hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte» ingevoegd «, dan wel de vermindering van broeikasgas». 3. In het vijfde lid wordt telkens na «maximale productie in kWh» ingevoegd «dan wel maximale vermindering van broeikasgas in kg.» 4. Na het zesde lid worden twee leden toegevoegd, luidende: 7. Bij ministeriële regeling kunnen onder meer voor de wijze van rangschikking van aanvragen, de wijze van vergelijking van verschillende productie-installaties ten behoeve van de rangschikking of de berekening van de subsidiabele productie omrekenfactoren worden vastgesteld: a. voor andere broeikasgassen dan koolstofdioxide naar koolstofdioxide-equivalenten; b. van kWh naar kg broeikasgas; c. naar de productie van duurzame energie of vermindering van broeikasgas in Nederland; d. voor andere eenheden die van invloed zijn op de berekening van de vermindering van broeikasgas. 8. De vaststelling van de omrekenfactoren, bedoeld in het zevende lid, kan verschillen per categorie productie-installaties. DIn artikel 3, derde lid, onderdeel a, wordt na «hernieuwbare energiebronnen» ingevoegd «of die voor het eerst dient ter vermindering van broeikasgas». EIn de aanhef van artikel 4, tweede lid, wordt na «250 MW» ingevoegd «, dan wel voor een productie-installatie voor de vermindering van broeikasgas». FIn artikel 5 wordt na «en hernieuwbare warmte» ingevoegd «, dan wel de vermindering van broeikasgas» en na «extra is geproduceerd» ingevoegd «respectievelijk is gerealiseerd». GArtikel 5a komt te luiden:

Artikel 5

a.

Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, en er daardoor voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, twee of meer beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie of dezelfde vorm van vermindering van broeikasgas, wordt in een kalenderjaar de hernieuwbare elektriciteit, het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte dan wel de vermindering van broeikasgas die onder een later afgegeven beschikking extra wordt geproduceerd respectievelijk is verminderd, subsidiabel indien de subsidiabele productie van de eerder afgegeven beschikking of beschikkingen volledig is benut. HIn artikel 6, eerste lid, wordt na «de productie-installatie» ingevoegd «, in voorkomend geval na uitbreiding of renovatie,». IArtikel 7 wordt als gewijzigd:1. De derde volzin vervalt. 2. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst. 3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 2. Indien een categorie productie-installaties bij ministeriële regeling is aangewezen als een categorie productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, derde lid, 23, derde lid, 32, derde lid, 40, derde lid, 48, derde lid, 55, derde lid, 55j, derde lid, of 55q, derde lid, kan Onze Minister op verzoek van de subsidie-ontvanger de periode waarover subsidie wordt verstrekt met ten hoogste een jaar verlengen om het ongebruikte aantal kWh of kg broeikasgas dat voor subsidie in aanmerking komt, te produceren onderscheidenlijk te verminderen. JNa artikel 55b wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 5b. Subsidie voor vermindering broeikasgas

§ 5b.1. Algemeen

Artikel 55

c.

Aan de producent die broeikasgas vermindert door een bij regeling van Onze Minister aan te wijzen categorie productie-installaties, kan subsidie worden verleend.

§ 5b.2. Subsidie volgorde binnenkomst

Artikel 55

d.

De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 2, derde lid, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.

Artikel 55

e.

  1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per fase een fasebedrag per 1000 kg broeikasgasvermindering vastgesteld voor de subsidie voor de vermindering van broeikasgas. 2. Voor de subsidie voor de vermindering van broeikasgas geldt het fasebedrag per 1000 kg broeikasgasvermindering dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de desbetreffende categorie productie-installaties, bedoeld in artikel 55f, in welk geval dit basisbedrag geldt. 3. Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties een fasebedrag worden vastgesteld dat afwijkt van het fasebedrag vastgesteld op grond van het eerste lid.

Artikel 55

f.

  1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een basisbedrag per 1000 kg broeikasgas vastgesteld voor de subsidie voor de vermindering van broeikasgas. 2. Het basisbedrag bedraagt ten hoogste de gemiddelde kosten per 1000 kg verminderde broeikasgas per categorie van productie-installaties. 3. Voor de subsidiabele productie kunnen verschillende basisbedragen gelden die zijn gerelateerd aan: a. de hoeveelheid verminderde kg broeikasgas in Nederland; b. het aantal vollasturen van de productie-installatie; c. het rendement van de productie-installatie.

Artikel 55

g.

  1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het fasebedrag of basisbedrag, bedoeld in artikel 55i en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 55k, een basisbroeikasgasbedrag per 1000kg broeikasgas vastgesteld dat kan verschillen per categorie productie-installaties. 2. Voor het basisbroeikasgasbedrag kunnen de marktprijs van het primaire product dat de productie-installatie produceert of de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer afzonderlijk vastgesteld worden. 3. De hoogte van het basisbroeikasgasbedrag bedraagt tweederde van het langetermijnbroeikasgasbedrag voor de van toepassing zijnde categorie productie-installaties.

Artikel 55

h.

Het fasebedrag, bedoeld in artikel 55e, of het basisbedrag, bedoeld in artikel 55f, en het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55g, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.

Artikel 55

i.

  1. Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het fasebedrag of basisbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met: a. de prijs van het primaire product dat door de productie-installatie wordt geproduceerd; b. de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT