Besluit verkeersverdeling tussen de luchthavens Schiphol en Lelystad

Besluit van 16 juli 2020 tot vaststelling van regels voor de verdeling van luchtverkeer tussen de luchthaven Schiphol en de luchthaven Lelystad (Besluit verkeersverdeling tussen de luchthavens Schiphol en Lelystad)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 16 december 2019, nr. IENW/BSK-2019/262074, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Gelet op verordening (EG) Nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (PbEU 2008, L 293) en artikel 8a.52 van de Wet luchtvaart; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 20 februari 2020, nr. W17.19.0415/IV); Gezien het nader rapport van Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 13 juli 2020, nr. IENW/BSK-2020/46590, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:besluit:

besluit verkeersverdeling tussen de luchthavens Schiphol en Lelystad;dienstregelingsperiode:

dienstregelingsperiode als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de slotverordening;handelsverkeer:

verkeersvluchten van luchtvaartmaatschappijen die open staan voor individuele boekingen voor passagiers, vracht of post, en die betreffen: geregelde vluchten, zijnde lijnvluchten of commerciële vluchten, uitgevoerd op een vaste route volgens een gepubliceerde dienstregeling, en niet-geregelde vluchten, zijnde chartervluchten in het passagiers- en vrachtvervoer of commerciële vluchten met een ongeregeld karakter; Onze Minister:

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;punt-tot-punt-vlucht:

vlucht die bij ministeriële regeling als punt-tot-punt-vlucht is aangewezen;slot:

slot als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de slotverordening;slotcoördinator:

coördinator als bedoeld in de slotverordening;slotverordening:

Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van «slots» op communautaire luchthavens (PbEG 1993, L 14); transfervlucht:

vlucht die bij ministeriële regeling als transfervlucht is aangewezen.

§ 2. Luchthaven Lelystad

Artikel 2
  1. Luchthaven Lelystad wordt aangewezen als een gecoördineerde luchthaven als bedoeld in de slotverordening. 2. Onverminderd het bepaalde in de slotverordening, krijgt een luchtvaartmaatschappij prioriteit bij het verkrijgen van slots op luchthaven Lelystad voor zover die luchtvaartmaatschappij: a. historische slots op luchthaven Schiphol heeft overgedragen aan een andere luchtvaartmaatschappij of de slotcoördinator; of b. heeft toegezegd voortaan historische slots op luchthaven Schiphol te gebruiken voor het verrichten van transfervluchten. 3. De prioriteit, bedoeld in het tweede lid, geldt voor de slots beschikbaar voor handelsverkeer tot en met 10.000 slots op luchthaven Lelystad. 4. De prioriteit, bedoeld in het tweede lid, geldt voor de slots beschikbaar voor handelsverkeer van 10.001 tot en met 25.000 slots op luchthaven Lelystad. 5. Het tweede lid geldt alleen voor slots op luchthaven Schiphol die in de vorige dienstregelingsperiode of in drie van de vier vorige dienstregelingsperiodes werden gebruikt voor het uitvoeren van punt-tot-punt-vluchten. 6. Bij ministeriële regeling worden iedere twee jaar transfervluchten en punt-tot-punt-vluchten aangewezen op basis van een bij die regeling te bepalen gemiddeld percentage transferpassagiers aan boord van die vluchten. 7. De data en tijden van de capaciteit op luchthaven Lelystad en de slots op luchthaven Schiphol, bedoeld in het tweede lid, hoeven niet overeen te stemmen. 8. De luchtvaartmaatschappij die handelt overeenkomstig het tweede lid, stelt Onze Minister, de slotcoördinator en in voorkomende gevallen de verkrijgende luchtvaartmaatschappij daarvan op de hoogte, waarbij eveneens wordt vermeld welke slots op luchthaven Schiphol het betreft. Bij de vermelding aan Onze Minister toont de luchtvaartmaatschappij aan dat wordt voldaan aan het vijfde lid.

§ 3. Luchthaven Schiphol

Artikel 3
  1. De historische slots op luchthaven Schiphol die zijn overgedragen overeenkomstig onderdeel a van artikel 2, tweede lid, of ten aanzien waarvan de toezegging is gedaan overeenkomstig onderdeel b van artikel 2, tweede lid, mogen door luchtvaartmaatschappijen uitsluitend worden gebruikt voor transfervluchten. 2. Gedurende de toepassing van dit besluit, voert een luchtvaartmaatschappij die historische slots als bedoeld in het eerste lid in bezit heeft, ten minste hetzelfde aantal transfervluchten uit als in de overeenkomstige dienstregelingsperiode voordat die luchtvaartmaatschappij in het bezit kwam van die slots, ingevolge de overdracht, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, of de toezegging, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, vermeerderd met een aantal dat gelijk is aan het aantal van die slots. In afwijking van de vorige volzin, en onverminderd de toepassing van het derde lid, is het een luchtvaartmaatschappij toegestaan het aantal transfervluchten te verminderen in het geval dat het totale aantal slots dat die luchtvaartmaatschappij op luchthaven Schiphol in bezit heeft, afneemt. 3. Een luchtvaartmaatschappij die slots als bedoeld in het eerste lid in bezit heeft, vermindert het aandeel transfervluchten op het totaal van de vluchten die door die luchtvaartmaatschappij geopereerd worden met slots op luchthaven Schiphol niet in vergelijking met het aandeel dat bestond voordat de luchtvaartmaatschappij de slots in kwestie, ingevolge de overdracht, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, of de toezegging, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, in bezit kreeg. 4. Wanneer slots op luchthaven Schiphol in het bezit zijn van meer dan één luchtvaartmaatschappij en die luchtvaartmaatschappijen staan in de volgende verhouding tot elkaar: a. een moedermaatschappij en een dochtermaatschappij; of b. dochtermaatschappijen van dezelfde moedermaatschappij,

dan worden die luchtvaartmaatschappijen voor de toepassing van het tweede en derde lid geacht één luchtvaartmaatschappij te zijn.

Artikel 4
  1. Luchtvaartmaatschappijen verstrekken Onze Minister uiterlijk twee maanden na afloop van een dienstregelingsperiode de gegevens waaruit blijkt: a. hoe zij de slots op luchthaven Schiphol, bedoeld in artikel 3, eerste lid, hebben gebruikt; b. het totale aantal transfervluchten, bedoeld in artikel 3, tweede lid; c. het aandeel transfervluchten, bedoeld in artikel 3, derde lid. 2. Iedere luchtvaartmaatschappij die de slots op luchthaven Schiphol, bedoeld in artikel 3, verkrijgt, stelt in geval van overdracht van die slots aan een andere luchtvaartmaatschappij, de luchtvaartmaatschappij waaraan de slots worden overgedragen op de hoogte van het feit dat het slots zijn die uitsluitend overeenkomstig artikel 3 mogen worden gebruikt. 3. De luchtvaartmaatschappij die slots als bedoeld in artikel 3 overdraagt stelt Onze Minister en de slotcoördinator op de hoogte van de overdracht, de slots die het betreft en de identiteit van de luchtvaartmaatschappij waaraan de slots worden overgedragen. 4. Indien slots als bedoeld in artikel 3 door de slotcoördinator worden gealloceerd aan een luchtvaartmaatschappij, stelt de slotcoördinator die luchtvaartmaatschappij op de hoogte van het feit dat het slots zijn die uitsluitend overeenkomstig artikel 3 mogen worden gebruikt.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 5

Het bij of krachtens dit besluit bepaalde is van overeenkomstige toepassing indien bestemmingen fungeren als vertrekpunt van een vlucht.

Artikel 6

Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de Staten-Generaal en de Europese Commissie een verslag over de doeltreffendheid, impact en proportionaliteit van dit besluit in de praktijk. Dit verslag zal de resultaten bevatten van een consultatie op de genoemde onderwerpen en zal in het bijzonder aandacht besteden aan de beschikbare capaciteit voor nieuwe gegadigden op de Nederlandse luchtvaartmarkt, en de luchthavens Lelystad en Schiphol in het bijzonder.

Artikel 7
  1. Dit besluit treedt, met uitzondering van artikel 2, vierde lid, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2. Artikel 2, vierde lid, treedt in werking met ingang van de dag dat de Europese Commissie dit lid goedkeurt en publiceert in het Publicatieblad van de Europese Unie na een aparte melding op grond van artikel 19, derde lid, van verordening (EG) Nr. 1008/2008.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verkeersverdeling tussen de luchthavens Schiphol en Lelystad.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 16 juli 2020Willem-AlexanderDe Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

Uitgegeven de zestiende februari 2021 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen deel

  1. Inleiding

    De luchthaven Schiphol heeft de afgelopen jaren een sterke groei doorgemaakt en is een van de belangrijkste Europese (inter)continentale knooppunten van de burgerluchtvaart. Dit uitgebreide netwerk van luchtverbindingen is van groot belang voor de bereikbaarheid van Nederland, de werkgelegenheid en de vestiging van internationaal opererende bedrijven in ons land. Tegelijkertijd is de capaciteit op Schiphol inmiddels schaars.

    Deze schaarse capaciteit wordt naast de grenzen op het gebied van veiligheid en de operationele afhandeling van verkeer ook ingegeven door de bindende milieubeperkingen van ten hoogste 500.000 vliegtuigbewegingen tot en met 2020. Op haar beurt zet deze schaarste druk op het netwerk van verbindingen van Schiphol: als...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT