Besluit van 8 augustus 2011, houdende wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie en het Besluit bezoldiging politie in verband met het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie 2008–2010

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 8 augustus 2011, houdende wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie en het Besluit bezoldiging politie in verband met het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie 2008–2010

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 17 mei 2011, nr. 5695263/11/6; Gelet op artikel 50, eerste lid, van de Politiewet 1993; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 30 juni 2011 nr. W03.11.0174/II); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 7 juli 2011, nr. 5701812/11/6; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit algemene rechtspositie politie wordt als volgt gewijzigd: A Aan artikel 12a wordt een lid toegevoegd, dat luidt: 5. Het bevoegd gezag besluit binnen zes weken nadat het in het vierde lid bedoelde advies is uitgebracht. Indien binnen genoemde termijn nog geen besluit is bekendgemaakt, wordt de aanvraag voor zover het advies strekt tot toekenning van de aanvraag, door het bevoegd gezag toegekend voor twaalf maanden, ingaand uiterlijk zes weken na dagtekening van het advies. B Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13
  1. In afwijking van artikel 12, derde lid, kan de ambtenaar met een volledige betrekking, bij het bevoegd gezag een arbeidstijd aanvragen van gemiddeld 38 of gemiddeld 39,6 uur per week. 2. Het bevoegd gezag beoordeelt een aanvraag als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig artikel 2, vijfde en negende lid, van de Wet aanpassing arbeidsduur. 3. Tenzij de nieuw aan te stellen ambtenaar vóór zijn aanstelling verzoekt om een arbeidstijd van gemiddeld 36 of gemiddeld 38 uur per week, vindt de aanstelling in een volledige betrekking in afwijking van artikel 12, derde lid, plaats met een arbeidstijd van gemiddeld 39,6 uur per week. 4. De aanstelling van de aspirant, bedoeld in artikel 3, vindt in afwijking van het derde lid plaats met een arbeidstijd van gemiddeld 37,8 uur per week. C In artikel 41a, tweede lid, wordt «drie weken» vervangen door: vier weken. D Artikel 51 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het tweede lid wordt «binnen drie dagen» vervangen door: binnen vijf dagen. 2. Na het vijfde lid wordt een lid toegevoegd, dat luidt: 6. Bij de bekendmaking van het advies, bedoeld in het eerste lid, wordt de ambtenaar schriftelijk gewezen op de in het tweede lid genoemde mogelijkheid, met vermelding van de termijn waarbinnen het hernieuwde onderzoek kan worden gevraagd en het orgaan waaraan het verzoek moet worden gericht. E Artikel 99h komt te luiden:

Artikel 99

h.

Met ingang van 1 juli 2021 wordt de betrekkingsomvang van de ambtenaar die is aangesteld met een arbeidstijd van gemiddeld meer dan 36 uur per week gewijzigd in een betrekkingsomvang van gemiddeld 36 uur per week, tenzij hij vóór 1 juli 2021 een aanvraag indient om de betrekkingsomvang ongewijzigd te laten. F Artikel 99i vervalt. G In artikel 100, eerste lid, wordt «De artikelen 12, 12a, 13, eerste en derde lid,» vervangen door: De artikelen 12, 12a, 13, eerste tot en met derde lid,.

ARTIKEL II

Het Besluit bezoldiging politie wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 6, zesde lid, onder c, wordt «artikel 3, vierde lid» vervangen door: artikel 3, zevende lid. B Artikel 14, tweede lid, onderdelen a en b, komen te luiden: a. over de uren in het tijdvak van maandag tot en met donderdag van 21.00 tot 07.00 uur, op vrijdag van 21.00 tot 22.00 uur, en op zaterdag en zondag van 07.00 tot 22.00 uur, € 3,82; en b. over de uren in het tijdvak van 22.00 tot 07.00 uur in de weekendnachtdiensten, daaronder begrepen de diensten in de nacht voor en de nacht na een weekend of een feestdag, genoemd in het derde lid, € 5,73. C Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid komt te luiden: 1. De ambtenaar van wie de bezoldiging voldoet aan de volgende voorwaarden, wordt een aflopende toelage toegekend: a. de bezoldiging van de betreffende ambtenaar heeft als gevolg van het beëindigen of verminderen van de operationele toelage een blijvende of tijdelijke verlaging ondergaan; b. het gemiddelde bedrag dat de ambtenaar aan operationele toelage heeft genoten in de twaalf maanden voorafgaande aan de verlaging bedraagt ten minste 3% van het salaris van de ambtenaar in de nieuwe situatie op het moment dat de verlaging ingaat; c. de ambtenaar heeft, tenzij sprake is van een tijdelijke verlaging van de bezoldiging als bedoeld onder a, direct voorafgaande aan het tijdstip van de beëindiging of de vermindering de operationele toelage gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking genoten; en d. het beëindigen of verminderen van de operationele toelage, bedoeld onder a, is veroorzaakt buiten toedoen van de betrokken ambtenaar zelf, tenzij de vermindering het gevolg is van een verplaatsing of wijziging van de plaats van tewerkstelling op eigen verzoek, dan wel een aanstelling in een andere functie binnen het eigen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT