Noodwet voedselvoorziening

Abbreviated labelGeen
CourtAlgemene Zaken

Geldend van 01-01-2015 t/m heden

Wet van 12 december 1962, houdende verzekering van de voedselvoorziening in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regelen te stellen, ten einde in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden de voedselvoorziening te verzekeren;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Begripsomschrijvingen
Artikel 1
  • 1 Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt verstaan onder:

    Onze Minister: Onze Minister van Landbouw en Visserij;

    landbouw: akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, bijenhouderij, tuinbouw - daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen -, teelt van griendhout en elke andere vorm van bodemcultuur met uitzondering van bosbouw;

    produkten:

    • a. alle voortbrengselen, welke, al dan niet na bewerking of verwerking, kunnen dienen als voedsel voor mens of dier, alsmede de bij bewerking of verwerking van die voortbrengselen verkregen derivaten en afvallen;

    • b. de niet reeds onder a begrepen, al dan niet bewerkte of verwerkte voortbrengselen van de landbouw en de visserij, alsmede de bij bewerking of verwerking van die voortbrengselen verkregen derivaten en afvallen.

  • 2 Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt mede verstaan onder:

    handelaren: tussenpersonen;

    visserij: mosselteelt, oesterteelt en viskwekerij.

Hoofdstuk II. Organen
Artikel 2
  • 1 Er is in iedere provincie een voedselcommissaris, die door Ons wordt benoemd en ontslagen.

  • 2 Onze Minister bepaalt het ambtsgebied van de voedselcommissaris, al dan niet in afwijking van het gebied van de desbetreffende provincie.

  • 3 De voedselcommissaris is, tenzij het tegendeel blijkt, onder de bevelen van Onze Minister belast met de uitvoering van de krachtens deze wet vastgestelde regelen.

Artikel 3

Onze Minister kan in door hem te bepalen gebieden voedselcommissarissen aanwijzen, die in die gebieden belast zijn met de uitvoering van krachtens deze wet vastgestelde regelen.

Hoofdstuk III. Buitengewone bevoegdheden
Artikel 4
  • 1 Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden kunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, voor het gehele land of een gedeelte daarvan de artikelen 6 tot en met 12 gezamenlijk of afzonderlijk in werking worden gesteld.

  • 2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen.

  • 3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld.

  • 4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.

  • 5 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking.

  • 6 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad.

Artikel 5

[Vervallen per 01-05-1997]

Artikel 6

[Red: Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.]

  • 1 Onze Minister kan regelen vaststellen betreffende een of meer der in het tweede lid van dit artikel genoemde gedragingen.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde gedragingen zijn: het telen, kweken, fokken, vangen, broeden, bereiden, vervaardigen, oogsten, voorhanden hebben, in voorraad hebben, bewaren, opslaan, inzamelen, bewerken, verwerken, gebruiken, verbruiken, vervoederen, verpakken, slachten, vervoeren, aanvoeren, veilen, ontvangen, afleveren, te koop aanbieden, kopen en vervreemden van produkten.

  • 3 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald, in welke gevallen Onze Minister regelen, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van ondernemingen, waarin daarbij aan te wijzen bedrijven op het gebied van industrie, handel en ambacht worden uitgeoefend, niet vaststelt dan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken.

Artikel 7

[Red: Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.]

  • 1 Onze Minister kan regelen vaststellen betreffende de prijzen voor produkten.

  • 2 Artikel 6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8

[Red: Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.]

  • 1 Onze Minister kan regelen vaststellen betreffende het betalen van een geldsom ter zake van een of meer der in artikel 6, tweede lid, genoemde gedragingen.

  • 2 Onze Minister kan in door hem te bepalen gevallen of groepen van gevallen tot gehele of gedeeltelijke restitutie overgaan van hetgeen ingevolge het bepaalde krachtens het eerste lid is betaald.

Artikel 9

[Red: Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.]

  • 1 Onze Minister kan regelen vaststellen, betreffende het bereiden, vervaardigen, voorhanden hebben, in voorraad hebben, bewaren, opslaan, bewerken, verwerken, gebruiken, verbruiken, vervoeren, ontvangen, afleveren, te koop aanbieden, kopen, huren, verhuren en vervreemden van:

    • a. grondstoffen, hulpstoffen en verpakkingsmateriaal voor produkten;

    • b. fust, machines, werktuigen en gereedschappen - alsmede onderdelen daarvan -, welke worden gebezigd bij het telen, kweken, fokken, vangen, winnen, broeden, bereiden, vervaardigen, oogsten, bewaren, opslaan, bewerken, verwerken, verpakken of slachten van produkten;

    • c. merken, kentekenen, alsmede stempels en andere werktuigen, waarmede merken en kentekenen kunnen worden vervaardigd of aangebracht, een en ander voorzover krachtens enige bepaling van deze wet regelen zijn vastgesteld betreffende het voorzien zijn van produkten, verpakkingsmateriaal en fust van zodanige merken of kentekenen, dan wel het voorzien zijn van produkten, verpakkingsmateriaal en fust van zodanige merken of kentekenen als vereiste wordt gesteld voor de bevoegdheid tot enige gedraging met betrekking tot die produkten, dat verpakkingsmateriaal en dat fust.

  • 2 Artikel 6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10

[Red: Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.]

  • 1 Onze Minister kan regelen vaststellen betreffende het ter beschikking houden van produkten en van goederen, bedoeld in artikel 9, voor of het inleveren daarvan bij een door hem aan te wijzen lichaam, orgaan of persoon.

  • 2 Artikel 6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 3 Voor de ingeleverde produkten en goederen wordt door Onze Minister de op het tijdstip van het opleggen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT