Uitspraak Nº 03/659183-18, 03/661121-18. Rechtbank Limburg, 2019-07-23

Court:
Docket Number:03/659183-18, 03/661121-18
ECLI:ECLI:NL:RBLIM:2019:6832
RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers: 03/659183-18, 03/661121-18 (ter terechtzitting gevoegd)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 juli 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum verdachte] 1956 ,

gedetineerd in PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. L.P.H. Hameleers, advocaat, kantoorhoudende te Roermond.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 juli 2019. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: [slachtoffer 1] heeft geprobeerd te doden of heeft geprobeerd deze zwaar te verwonden;

Feit 2 1 : [slachtoffer 2] heeft mishandeld.

Feit 1 onder parketnummer 03/661121-18: een stoel, toetsenbord en koelkast heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

Feit 2 onder parketnummer 03/661121-18: een ruit heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

Feit 3 onder parketnummer 03/661121-18: [slachtoffer 3] heeft bedreigd met de dood dan wel met zware mishandeling.

3 De beoordeling van het bewijs
3.1

Het standpunt van de officier van justitie

Feit 1

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het slachtoffer [slachtoffer 1] heeft geprobeerd te doden door die [slachtoffer 1] in haar hals te steken, op grond van de aangifte van [slachtoffer 1] , de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [slachtoffer 2] en het forensisch onderzoek aan het aangetroffen mes, waaruit volgt dat op het mes DNA is aangetroffen dat afkomstig kan zijn van de verdachte. De verdachte heeft verder zelf verklaard bij de politie dat hij [slachtoffer 1] in haar nek heeft getikt en dat hij vervolgens zag dat [slachtoffer 1] haar hand in haar nek had en dat de hand rood was.

De forensisch geneeskundige heeft geconcludeerd dat de snee in de hals van [slachtoffer 1] acht tot negen centimeter lang is en dat het spierweefsel is geraakt. Gelet op het handelen van de verdachte op het terrein van Proteion en de staat waarin de verdachte verkeerde, was er een kans dat het anders had kunnen aflopen. Het gedrag van de verdachte is naar de uiterlijke verschijningsvorm zo zeer gericht op het veroorzaken van een fatale steekwond, dat het niet anders kan zijn dan dat hij die kans ook heeft aanvaard.

Feit 2

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het slachtoffer [slachtoffer 2] heeft geslagen. [slachtoffer 2] heeft hiervan aangifte gedaan. De getuige [getuige 2] heeft gezien dat de verdachte haar sloeg en hoorde dat [slachtoffer 2] riep dat hij moest stoppen en dat het pijn deed. Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij een corrigerende tik heeft gegeven.

Feit 1 onder parketnummer 03/661121-18:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de stoel, het toetsenbord en de koelkast heeft vernield van Stichting Proteion. De getuige [getuige 2] heeft dit zien gebeuren. [aangever] heeft namens Stichting Proteion aangifte gedaan.

Feit 2 onder parketnummer 03/661121-18:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte een ruit van de woning van het slachtoffer [slachtoffer 4] heeft vernield. Zij verwijst naar de aangifte van [slachtoffer 4] en het onderzoek aan de steen die is aangetroffen in de woonkamer, waaruit volgt dat er DNA is aangetroffen dat afkomstig kan zijn van de verdachte, en de verklaring van de verdachte dat hij wel eens bij de woning van [slachtoffer 4] is geweest. Verder blijkt uit het uitgelezen navigatiesysteem van de verdachte dat hij op de dag en het tijdstip van de vernieling bij de woning van [slachtoffer 4] is geweest. Daarnaast zijn op de telefoon van de verdachte foto’s aangetroffen van de woning van [slachtoffer 4] .

Feit 3 onder parketnummer 03/661121-18:

De officier acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het slachtoffer [slachtoffer 3] heeft bedreigd. Ze verwijst naar de aangifte van [slachtoffer 3] en de getuigenverklaringen van [aangever] en [getuige 3] . Daarnaast verwijst zij naar het proces-verbaal van bevindingen waarin de politie een link legt tussen de bedreiging en de verdachte en de hamer in zijn auto.

3.2

Het standpunt van de verdediging

Feit 1

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor de primair tenlastegelegde poging tot doodslag. Hij heeft aangevoerd dat het letsel fors is, maar dat uit het procesdossier niet blijkt dat het maken van een snede onder de kin levensbedreigend is. Hij heeft daarbij verwezen naar de uitspraak van de Rechtbank Gelderland, ECLI:NL:RBGEL:2017:6303, waaruit volgt dat niet alle messteken een poging tot doodslag opleveren. Het subsidiair tenlastegelegde, de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, kan wel bewezen worden verklaard.

Feit 2 onder parketnummer 03/661121-18:

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor de vernieling van de ruit omdat het procesdossier hiervoor te weinig bewijs bevat. Het DNA dat is aangetroffen op de steen maakt niet dat de verdachte deze steen tegen de ruit heeft gegooid. DNA is immers een overdraagbaar spoor en de verdachte heeft daar in de buurt geschilderd.

Feit 2, feit 1 onder parketnummer 03/661121-18 en feit 3 onder parketnummer 03/661121‑18:

De raadsman heeft aangevoerd dat de mishandeling van [slachtoffer 2] , de vernieling van de stoel, het toetsenbord en de koelkast en de bedreiging van [slachtoffer 3] bewezen verklaard kunnen worden.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 2

Feit 1, feit 2 en feit 1 onder parketnummer 03/661121-18

[getuige 2] was op 9 juli 2018 aan het werk als verzorgende IG voor Proteion op het terrein van Hornerheide te Horn. Om 5.59 uur was zij samen met een cliënt in de badkamer van woning 2 toen zij geluiden uit de woonkamer hoorde komen die anders klonken dan normaal. Het klonk alsof er dingen omvielen. Vanuit de badkamer keek zij de woonkamer in en zag dat er een man in de woonkamer stond. Zij kende deze man niet. Hij was smal gebouwd, had donkerkleurig haar, droeg een zonnebril met donkere glazen, een lichtkleurig T-shirt en een donkerkleurige broek. Zij zag dat de man met spullen uit de woonkamer aan het gooien was. Hij gooide eerst met decoratiemateriaal richting de keuken. Daarna pakte hij een stoel die bij de keukentafel stond en gooide deze richting de keuken.3 Achteraf bleken de stoel, een toetsenbord en de deur van de koelkast kapot te zijn. Hiervan werd aangifte gedaan namens Proteion.4 De rechtbank stelt op basis van de foto van de ingebouwde koelkast vast dat het paneel dat voor de koelkast zit, is afgebroken en gebroken.

[getuige 2] heeft zichzelf met haar cliënt opgesloten in de badkamer en heeft haar collega [slachtoffer 2] gebeld. [slachtoffer 2] zei dat ze dacht te weten wie de man was en zou naar de woning toekomen. [getuige 2] zag dat de man uit de woning liep.5 Op het moment dat [slachtoffer 2] arriveerde bij woning 2 zag zij een man met een zonnebril en een jonge hond aan de lijn vanuit woning 2 richting woning 3 lopen. Zij sprak de man aan en vroeg wat hij bij woning 2 kwam doen. Ze hoorde hem iets roepen van: “Heb je niets mee te maken.” Ze zag dat de man zich omdraaide en op haar afliep. Voor ze het wist, kreeg zij een klap op de rechterkant van haar gezicht ter hoogte van haar slaap. Ze voelde hierdoor een hevige pijn.6 [getuige 2] zag dit gebeuren vanuit woning 2. Zij zag dat [slachtoffer 2] kwam aanlopen in de richting van woning 2. Zij zag dat [slachtoffer 2] en de man tegen elkaar spraken en dat de man meteen richting [slachtoffer 2] liep. Zij zag toen dat hij [slachtoffer 2] met kracht met zijn rechterhand sloeg. De man sloeg meerdere keren. Zij hoorde dat [slachtoffer 2] schreeuwde dat ze pijn had en dat hij moest stoppen.7 De man stopte plotseling met slaan. [slachtoffer 2] is toen meteen woning 2 ingegaan en collega’s gaan bellen.

[slachtoffer 1] , verpleegkundig nachtcoördinator voor Proteion, is toen gebeld door [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] zei dat ze hulp nodig had en klonk paniekerig. [slachtoffer 2] zei dat “die van [betrokkene 1] ” er was en dat hij alles kort en klein aan het slaan was. [slachtoffer 1] begreep dat ze daarmee de man van mevrouw [betrokkene 1] bedoelde. [betrokkene 1] is een patiënt van Proteion. [slachtoffer 1] kende de man alleen van verhalen; hij heet [verdachte] en komt uit [R.] . Zij is toen in de richting van de woningen gelopen. Zij liep over het pad en zag iemand aan komen lopen uit de richting van de woningen. Omdat zij [verdachte] niet kende, wist ze niet of hij het was, maar ze dacht “dat moet wel.” Hij had een jonge hond aan de lijn. Zij is zijn richting opgelopen en wilde een praatje maken. Zij groette de man en hij vroeg haar wie ze was. Zij heeft haar naam gezegd en uitgelegd wie zij was en dat ze ook van [R.] was. Van het ene op het andere moment hoorde zij de man roepen: “Er komt niemand kort bij mij” of “Niemand komt aan mij”. Dit kwam heel dreigend over. Zij zag plotseling dat hij in zijn rechterhand een soort schilmesje, donker van kleur, vasthad. De man kwam naar haar toe op het moment dat zij het mesje zag. Zij schrok en voordat zij er erg in had was het al gebeurd. Ze voelde gelijk een pijn en bloedstroom aan de voorkant van haar hals. Daarna ging de man weg.8

Toen [slachtoffer 2] even later naar buiten keek, zag zij de man met [betrokkene 1] en de hond richting woning 1 lopen. Ze zag dat de man geen T-shirt meer droeg.9

De politie is naar aanleiding van een melding naar het terrein van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT