Uitspraak Nº 03/700094-18 en 96/102539-17 (VTVV). Rechtbank Limburg, 2019-04-16

Court:
Docket Number:03/700094-18 en 96/102539-17 (VTVV)
ECLI:ECLI:NL:RBLIM:2019:3541
RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers: 03/700094-18 en 96/102539-17 (VTVV)

Tegenspraak (art. 279 Sv)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 april 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

ingeschreven op het adres [adres verdachte 1] ,

gedetineerd in [detentieadres verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. B. Mahovic, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 april 2019. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: geprobeerd heeft [slachtoffer 1] te doden dan wel hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door hem met een mes te steken, dan wel dat hij [slachtoffer 1] op deze wijze heeft mishandeld;

Feit 2: brand heeft gesticht in een appartementencomplex, dan wel dat heeft geprobeerd;

Feit 3: een rolcontainer van [slachtoffer 2] heeft vernield/beschadigd/weggemaakt en/of onbruikbaar gemaakt;

Feit 4: een auto van [slachtoffer 3] heeft gestolen;

Feit 5: een auto van [slachtoffer 4] heeft gestolen;

Feit 6: heeft geprobeerd een aantal velgen van [slachtoffer 5] te stelen;

Feit 7: een laptop heeft gestolen van [slachtoffer 6] ;

Feit 8: een computer, archiefbakken en een printer van [slachtoffer 7] heeft vernield/beschadigd;

Feit 9: een computerscherm van [slachtoffer 8] heeft vernield/beschadigd;

Feit 10: [slachtoffer 7] heeft mishandeld;

Feit 11: een ruit, een rolluik, een of meerdere scooters en een vloerbedekking van [slachtoffer 9] heeft vernield/beschadigd;

Feit 12: (stroom)kabels heeft gestolen van [slachtoffer 10] .

3 De beoordeling van het bewijs
3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zijn requisitoir op schrift overgelegd.

Feit 1

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft geprobeerd [slachtoffer 1] van het leven te beroven (de primaire variant). Hij baseert zich daarbij onder andere op de aangifte van [slachtoffer 1] en de verklaring van zoon [naam zoon van verdachte] [slachtoffer 1] , alsmede op de medische informatie met betrekking tot het slachtoffer [slachtoffer 1] . Voor zover de verdediging zich beroept op noodweer, dient dit verweer volgens de officier van justitie te worden verworpen.

Feit 2

De officier van justitie acht eveneens bewezen dat de verdachte brand heeft gesticht (de primaire variant) in een woning waarin meerdere mensen verbleven. Van de brand was niet alleen gemeen gevaar voor goederen, maar ook levensgevaar voor personen te duchten. De officier van justitie baseert zich voor het bewijs onder meer op de bekennende verklaring van de verdachte, de aangifte van [aangever 1] en de verklaring van de getuige [getuige 1] .

Feit 3

Ook dit feit, de vernieling van een rolcontainer, kan volgens de officier van justitie worden bewezen. De verdachte heeft bekend deze container in brand te hebben gestoken. Niet duidelijk is of bij de brandstichting sprake was van gemeen gevaar voor goederen. Daarom is dit feit niet als brandstichting, maar als vernieling tenlastegelegd.

Feit 4

De officier van justitie komt tot bewezenverklaring van de diefstal van de auto op basis van de aangifte namens [slachtoffer 3] en de getuigenverklaringen van [getuige 2] , [slachtoffer 1] , [naam zoon van verdachte] [slachtoffer 1] en [getuige 3] .

Feit 5

De diefstal van de auto kan volgens de officier van justitie bewezen worden verklaard. [slachtoffer 4] heeft aangifte gedaan van die diefstal, de verdachte is in Zwitserland aangetroffen in het voertuig (waarna hij door de Zwitserse autoriteiten op het vliegtuig naar Nederland werd gezet) en de verdachte heeft verklaard dat hij de auto van [slachtoffer 4] heeft geleend, maar dat deze dat niet wist.

Feit 6

Gelet op de aangifte namens [slachtoffer 5] en de aanhouding van de verdachte op heterdaad kan volgens de officier van justitie ook de poging tot diefstal van de velgen bewezen worden verklaard.

Feit 7

De officier van justitie acht de diefstal van de laptop bewezen. Hij baseert zich daarbij onder andere op de aangifte namens de [slachtoffer 6] en de verklaring van de getuige [getuige 4] .

Feiten 8 en 10

In het dossier bevinden zich de aangifte van [slachtoffer 7] van vernieling en mishandeling en de verklaring van de getuige [getuige 5] . Van de mishandeling moet de verdachte worden vrijgesproken, nu de aangever niet heeft verklaard pijn of letsel te hebben ondervonden van de slaande beweging door de verdachte. De vernieling van het beeldscherm en de beschadiging van de printer kunnen op grond van voornoemde bewijsmiddelen wel bewezen worden verklaard, aldus de officier van justitie. Van de vernieling van de archiefbakken moet de verdachte (partieel) worden vrijgesproken.

Feit 9

De officier van justitie komt tot bewezenverklaring van de vernieling/beschadiging van twee computerbeeldschermen op basis van de aangifte namens het [slachtoffer 8] en de getuigenverklaring van [getuige 6] .

Feit 11

De officier van justitie acht de vernieling van een ruit en de beschadiging van een rolluik, vloerbedekking en drie scooters bewezen. Hij baseert zich daarbij op de aangifte en een aanvullende verklaring namens [slachtoffer 9] , alsmede de camerabeelden waarop te zien is dat een man, die door een politieagent wordt herkend als [verdachte] , een kei door het raam van de winkel gooit.

Feit 12

Ook de diefstal van de stroomkabel kan volgens de officier van justitie bewezen worden verklaard. Bij de politie kwam een melding binnen van een lantaarnpaal met doorgeknipte stroomkabels. De politie ging ter plaatse en trof de verdachte in met modder besmeurde kleding in een aangrenzend bosperceel aan. In de directe nabijheid van de verdachte lagen stroomkabels soortgelijk aan de weggenomen kabels.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft een pleitnota overgelegd.

Feit 3, feiten 6 tot en met feit 9 en feit 12

De raadsman heeft met betrekking tot de vernieling van de container (feit 3), de poging tot diefstal van de velgen (feit 6), de diefstal van de laptop (feit 7), de vernieling van het beeldscherm van [slachtoffer 7] (feit 8), de vernieling van het beeldscherm van het [slachtoffer 8] (feit 9) en de diefstal van de stroomkabels (feit 12) zich op het standpunt gesteld dat deze feiten bewezen kunnen worden verklaard.

Feit 1

Ten aanzien van de poging tot doodslag heeft de raadsman ontslag van alle rechtsvervolging bepleit, omdat de verdachte primair een beroep op noodweer en subsidiair een beroep op putatief noodweer toekomt.

Feit 2

De raadsman heeft te kennen gegeven dat de poging tot brandstichting bewezen kan worden (de subsidiaire variant). Weliswaar had de verdachte alles in gereedheid gebracht, maar er is slechts een klein vuurtje ontstaan.

Feit 4

De verdachte moet van de diefstal van de auto worden vrijgesproken. Volgens de raadsman kan niet bewezen worden dat de verdachte de Volkswagen Transporter heeft gestolen, althans dat hij de in de dagvaarding genoemde auto heeft gestolen. Waarschijnlijk heeft de verdachte het verhaal dat hij bij [getuige 2] thuis heeft verteld, van horen zeggen. Mocht de verdachte wel deze auto hebben meegenomen, dan is er geen sprake van diefstal maar van joyriding en dat laatste is niet ten laste gelegd.

Feit 5

Ook ten aanzien van dit feit heeft de raadsman vrijspraak bepleit. De verdachte leende de auto van zijn vriend om ermee naar Zwitserland te rijden. Er was geen sprake van opzet bij de verdachte om de auto te stelen. Ook hier is eerder sprake van (niet ten laste gelegde) joyriding dan van diefstal.

Feit 10

Met betrekking tot de mishandeling heeft de raadsman ontslag van alle rechtsvervolging bepleit, omdat de verdachte primair een beroep op noodweer toekomt. De verdachte heeft pas een klap uitgedeeld nadat hij zelf was aangevallen.

Feit 11

De rechtbank begrijpt het verweer van de raadsman aldus dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de beschadiging van de scooters, de vloerbekleding en het rolluik en dat de vernieling van een ruit kan worden bewezen verklaard.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het hem onder feit 10 tenlastegelegde heeft begaan en zal hem derhalve hiervan vrijspreken. Uit de aangifte noch uit de andere stukken in het dossier blijkt dat [slachtoffer 7] pijn of letsel heeft ondervonden door de slaande beweging van [verdachte] in het gezicht van [slachtoffer 7] , waarbij diens bril van het gezicht werd geslagen.

Feiten 1 en 2 1

De rechtbank zal deze feiten in chronologische volgorde bespreken, derhalve eerst feit 2 en dan feit 1.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2

[aangever 1] is woonachtig in een kamer (studio) met nummer 4B op de begane grond van het pand [adres aangever 1] , dat eigendom is van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] verhuurt in het pand meerdere kamers. Op 16 februari 2018, omstreeks 21.05 uur, bevindt [aangever 1] zich in zijn studio. Op die dag, omstreeks 21.10 uur, ziet hij op live camerabeelden die hij via zijn computer kan bekijken, dat de hem bekende [verdachte] op de oprit staat en in de richting van de voordeur van zijn kamer loopt. Twee minuten later ziet [aangever 1] dat er rook via de onderkant van zijn voordeur naar binnen komt. [aangever 1] ziet dat de binnenkant van zijn voordeur in brand staat. De vlammen zijn circa 1 meter hoog. Hij pakt meteen de drinkbak...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT