Uitspraak Nº 03/720817-17. Rechtbank Limburg, 2018-07-17

Court:
Docket Number:03/720817-17
ECLI:ECLI:NL:RBLIM:2018:6805
RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/720817-17

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 juli 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

dhr. [alias 1] ,

geboren te Sfax (Tunesië) op [geboortedatum 1] ,

gedetineerd in de P.I. H.v.B. Ter Apel, te Ter Apel.

De verdachte, genaamd [verdachte] of [alias 1] , wordt bijgestaan door mr. D.M. Penn, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 juli 2018. De verdachte genaamd [verdachte] of [alias 1] en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De (verbeterde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt erop neer dat [verdachte] of [alias 1] :

Feit 1: zijn ware identiteit verhuld heeft door identiteitsgegevens van een ander te gebruiken, waardoor nadeel kon ontstaan, dan wel valse (digitale) geschriften voorhanden heeft gehad;

Feit 2: goederen heeft aangeschaft zonder van plan te zijn die te betalen (flessentrekkerij);

Feit 3: gebruik heeft gemaakt van valse geschriften;

Feiten 4 tot en met 11: diverse personen heeft opgelicht.

3. De voorvragen: wie staat terecht? Wie is de verdachte?1

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging. Volgens de raadsman heeft het openbaar ministerie bewust de belangen van zijn cliënt [alias 1] geschonden door geen volledig en zorgvuldig onderzoek te doen naar diens identiteit. Ook heeft de officier van justitie niet voldaan aan de opdracht van de rechtbank om sets vingerafdrukken te verstrekken die een contra-onderzoek mogelijk maken. Voor [alias 1] is het van groot belang dat wordt aangetoond dat hij niet de persoon [verdachte] is die door het openbaar ministerie is gedagvaard.

De officier van justitie heeft betoogd dat er geen enkele reden is hem het recht op vervolging te ontzeggen. De officier van justitie is er namelijk van overtuigd dat degene die terechtstaat niet [alias 1] is, zoals hij zelf zegt, maar [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] in Tunesië. Het dossier bevat meer dan genoeg bewijs daarvoor en er is genoeg onderzoek gedaan. [alias 1] is volgens de officier van justitie slechts één van de vele aliassen van [verdachte] , die hij als een notoire oplichter beschouwt.

Overwegingen en conclusies van de rechtbank

Juridisch kader

De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de juiste persoon is gedagvaard en voor de rechtbank is verschenen: is dat [alias 1] of is dat [verdachte] ? Daarmee houdt ook de vraag verband of het onderzoek dat verricht is naar de identiteit van de persoon [verdachte] en/of [alias 1] volledig en zorgvuldig is geweest, waarover later meer.

De vraag of de juiste persoon is gedagvaard en voor de rechtbank is verschenen gaat vooraf aan de inhoudelijke behandeling van een zaak en het beantwoorden van de bewijsvraag. Dit is niet een formele voorvraag als vermeld in artikel 348 van het Wetboek van Strafvordering, maar die vraag moet wel beantwoord worden, ook ambtshalve als er geen verweer op dit punt wordt gevoerd. Dat gebeurt overeenkomstig artikel 273 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv.).

Als een persoon is gedagvaard en een andere persoon is verschenen, dan moet die ander naar huis worden gestuurd. Tegen hem is op dat moment immers geen zaak aangebracht. Als hij dat wil, mag hij bij de openbare behandeling van de zaak blijven zoals iedere andere burger dat mag.

Tegen de persoon die gedagvaard is, zal dan ofwel verstek verleend worden ofwel wordt de nietigheid van de dagvaarding uitgesproken omdat de dagvaarding niet goed is uitgereikt aan die persoon. Het is uiteraard van groot belang dat altijd de juiste persoon terechtstaat.

De wet schrijft daarom voor dat ter terechtzitting de identiteit van de verdachte wordt vastgesteld (overeenkomstig artikel 27a Sv.). Daartoe wordt de verschenen persoon gevraagd naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum. Het vaststellen van de identiteit op de terechtzitting omvat ook, indien geïndiceerd, het onderzoek van een legitimatiebewijs.

[alias 1]

In deze zaak heeft de officier van justitie een persoon genaamd [verdachte] gedagvaard, maar daarbij tevens de naam [alias 1] vermeld. De persoon die telkens voor de rechtbank verschenen is in deze zaak, is in verzekering gesteld op 12 juni 2017 en daarna onafgebroken gedetineerd geweest. De rechtbank noemt hem hierna ten behoeve van de leesbaarheid: de verdachte. Bij zijn inverzekeringstelling heeft de verdachte geen identiteitsbewijs kunnen laten zien. Ook ter terechtzitting is geen geldig id-bewijs getoond; de verdachte, daarnaar gevraagd, gaf op 3 juli 2018 aan daar niet over te beschikken.

De verdachte heeft bij zijn inverzekeringstelling opgegeven dat hij [alias 1] was, geboren op [geboortedatum 2] te Liverpool (Groot-Brittannië). Bij zijn verhoor bij de politie op 14 juni 2017 verklaart hij dat hij [alias 1] is, maar dan geboren op [geboortedatum 3]. De geboortedatum op het bevel van inverzekeringstelling zou niet kloppen volgens hem en hij had naar eigen zeggen deze datum ook niet opgegeven, maar juist aangegeven dat die datum niet klopte. Hij had een Brits paspoort, maar wilde niet zeggen waar dat was.2

De verdachte is vervolgens overeenkomstig de eerste opgave opgeroepen voor de rechter-commissaris in het kader van het voorarrest, onder de naam [alias 1] , geboren op [geboortedatum 2] te Liverpool (Groot-Brittannië), getuige de vordering tot inbewaringstelling. De verdachte is bij de rechter-commissaris verschenen en verklaarde wederom dat hij [alias 1] was, geboren op [geboortedatum 3] . De geboortedatum van [geboortedatum 4] die hem werd voorgehouden klopte volgens hem niet.

De rechtbank constateert dat er op dit punt in deze zaak al de nodige verwarring is gerezen omtrent de identiteit van de verdachte. Het verwisselen van cijfers is een gemakkelijk te maken vergissing bij het invoeren van data in een geautomatiseerd systeem, die vervolgens gemakkelijk over het hoofd wordt gezien en weer wordt overgenomen door aan dat systeem gekoppelde systemen. Akten dan wel processen-verbaal vermelden in deze zaak meermalen een andere geboortedatum. Deze gegevens komen geautomatiseerd op de desbetreffende stukken terecht en worden niet altijd meteen gecorrigeerd als dat nodig is. Zo vermeldt het proces-verbaal van de rechter-commissaris als geboortedatum [geboortedatum 4] , hetgeen de verdachte corrigeerde. De akte van uitreiking van het bevel tot bewaring vermeldt weer [geboortedatum 2] overeenkomstig hetgeen de verdachte bij zijn inverzekeringstelling heeft gezegd en later weer corrigeerde.

Het is het dus van groot belang dat de rechter bij een verdachte bij herhaling checkt of de persoonsgegevens die in haar stukken genoemd worden de juiste zijn. Uitgangspunt is wat de betrokkene zegt. Verondersteld mag immers worden dat een ieder weet hoe hij heet en op welke datum hij geboren is. Dat betekent dat uitgegaan moet worden van de geboortedatum die de verdachte heeft genoemd bij zijn verhoor in deze zaak en bij de rechter-commissaris: [geboortedatum 3].

De verdachte heeft verder bij de politie op 16 juni 2017 verklaard dat zijn vader [alias 1] heet en zijn moeder [naam moeder] .3 Ook dat zijn gegevens die een ieder weet en moeiteloos kan produceren als ernaar gevraagd wordt.

In de raadkamer van de rechtbank waar beoordeeld moest worden of de gevangenhouding moet worden bevolen, is de verdachte niet verschenen. Op de eerste openbare zitting van de rechtbank op 26 september 2017 is de verdachte wel verschenen. Daar herhaalt de verdachte dat hij [alias 1] is, geboren te Liverpool op [geboortedatum 3]. Hij zegt dan dat hij niet, zoals op de dagvaarding als hoofdnaam staat vermeld, [verdachte] is. Dat betwist de verdachte. Dit herhaalt zich op de terechtzitting van 12 december 2017.

Dan volgt een regiebehandeling op 20 februari 2018, waarop de verdachte op vragen van de voorzitter ineens verklaart dat hij geboren is op [geboortedatum 5] . Dat is geen verschrijving of niet-gecorrigeerde vergissing van de rechtbank. De voorzitter en de griffier noteren het uit de mond van de verdachte en door zijn raadsman wordt namens hem een gewaarmerkt afschrift d.d. 19 december 2006 overgelegd afkomstig uit het geboorteregister van het district Liverpool South, een Engels geboorteregister. Daarop is te lezen dat op [geboortedatum 5] een persoon genaamd [alias 2] is geboren, wiens vader [naam vader] heet en wiens moeder [naam moeder 2] heet, voorheen geheten [naam 1] . Bij die akte is door de raadsman namens de verdachte ook een akte van naamsverandering d.d. 1 juli 2009 gevoegd. Daarop is te lezen dat de persoon die eerder [alias 2] heette, vanaf dat moment de naam [alias 1] aanneemt.

Het spreekt voor zich dat het mogelijk is dat iemand zijn naam verandert, maar een geboortedatum wijzigen is niet mogelijk. Dat roept de vraag op waarom de verdachte, die op de terechtzitting van 3 juli 2018 wederom zegt te zijn geboren op [geboortedatum 5] , eerder zo nadrukkelijk gesteld heeft dat hij op [geboortedatum 3] was geboren. En het roept de vraag op waarom hij bij zijn verhoor zegt dat zijn vader [alias 1] heet en zijn moeder [naam moeder] . Dat komt niet overeen met de gegevens uit het Engelse register aan de hand waarvan de verdachte probeert de rechtbank te overtuigen dat hij niet [verdachte] is, maar [alias 1] . Een antwoord op die vragen is er niet gekomen. Kort samengevat: de verdachte weet niet consequent te vertellen wanneer hij geboren is en geeft verkeerde namen op van “zijn” ouders. Daar komt nog het volgende bij: er is bij de Engelse autoriteiten maar één [alias 2] bekend, die geboren is in Liverpool op [geboortedatum 5]...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT