Uitspraak Nº 03/721385-16. Rechtbank Limburg, 2019-02-22

Datum uitspraak:22 februari 2019
Uitgevende instantie::Rechtbank Limburg
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/721385-16

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 februari 2019

in de strafzaak tegen

[verdachte 1] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte 1] ,

gedetineerd in P.I. Zuid Oost, HvB Roermond te Roermond.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. P.W. Szymkowiak, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 8 en 9 januari 2019. Op 12 februari 2019 is de verdachte in de gelegenheid gesteld het laatste woord te voeren en is het onderzoek gesloten. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte, al dan niet samen met anderen:

  1. als leider heeft deelgenomen aan een criminele organisatie;

  2. [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] heeft afgeperst;

  3. [slachtoffer 5] heeft afgeperst;

  4. [slachtoffer 2] heeft afgeperst;

  5. [slachtoffer 1] heeft afgeperst;

  6. [slachtoffer 1] van zijn vrijheid heeft beroofd;

  7. een geldbedrag van ruim 76 duizend euro heeft witgewassen;

  8. 1,73 gram cocaïne in bezit heeft gehad;

  9. een AK-47 (vuurwapen) voorhanden heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs
3.1

Inleiding

In september 2016 startte de politie Limburg het onderzoek genaamd Fuut naar leden van de Limburgse chapters van Satudarah Motor Club (SMC). Het onderzoek richtte zich bij aanvang op president [verdachte 1] . Later heeft het onderzoek zich uitgebreid naar andere leden van het Geleense chapter van Satudarah: vice-president [verdachte 2] , secretary [verdachte 4] , sergeant at arms [verdachte 3] en treasurer [verdachte 5] . Naast deze personen zijn uiteindelijk ook road captain [verdachte 6] alsmede [verdachte 7] , [verdachte 8] , [verdachte 9] en [verdachte 10] als verdachten aangemerkt.

Het opsporingsonderzoek heeft geresulteerd in een omvangrijk dossier, dat bestaat uit onder meer 12 afzonderlijke zaakdossiers.

Een deel daarvan is aan verdachte ten laste gelegd. De rechtbank zal hieronder per ten laste gelegd feit aangeven of zij dit bewezen acht. Ten behoeve van de overzichtelijkheid zal de rechtbank ook per feit aangeven indien daar tot (partiële) vrijspraak wordt gekomen.

3.2

De standpunten van het openbaar ministerie en de verdediging

Het openbaar ministerie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.

De raadsman heeft bepleit dat het bevel tot opnemen van vertrouwelijke communicatie (OVC) in het clubgebouw onrechtmatig is en dient te leiden tot bewijsuitsluiting dan wel strafvermindering. Van de feiten 1, 2, 3, 4, 7 en 9 heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Ten aanzien van feit 5 heeft de raadsman partiële vrijspraak bepleit en ten aanzien van feit 6 de partiële niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie of partiële nietigheid van de tenlastelegging en partiële vrijspraak. Ten aanzien van feit 8 heeft de raadsman de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit.

De standpunten van het openbaar ministerie en de verdediging zullen, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs nader worden weergegeven dan wel impliciet worden besproken. Ook eventuele (partiële) niet-ontvankelijkheids- en nietigheidsverweren zullen voor de leesbaarheid per feit besproken worden.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Voor de leesbaarheid heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden, in bijlage II opgenomen.

De rechtmatigheid van de OVC

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het bevel tot opnemen van vertrouwelijke communicatie (OVC) ex artikel 126l van het Wetboek van Strafvordering ten onrechte is afgegeven en dat daardoor sprake is van een vormverzuim ex art. 359a van het Wetboek van Strafvordering, hetgeen dient te leiden tot bewijsuitsluiting dan wel strafvermindering. Daartoe heeft de raadsman – kort gezegd – aangevoerd dat het bevel is afgegeven op basis van oude informatie, op grond waarvan [verdachte 1] bovendien ten onrechte als verdachte is aangemerkt en terwijl de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit niet in acht zijn genomen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Artikel 126l, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering luidt als volgt:

In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert, kan de officier van justitie, indien het onderzoek dit dringend vordert, bevelen dat een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141, onderdelen b, c en d, vertrouwelijke communicatie opneemt met een technisch hulpmiddel.

Het proces-verbaal van verdenking d.d. 14 september 2016 (pg. 40-59), ook wel startproces-verbaal te noemen, vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:

De Satudarah MC is een van de grootste motorclubs van het land. Zij hebben een landelijk bestuur met “nationals” en alle onderliggende chapters hebben een eigen bestuur. In Limburg zijn 6 chapters gevestigd, waaronder Geleen. In een op Youtube geplaatste ‘PixClip’ is te zien dat [verdachte 1] de patch ‘president’ Geleen draagt. Verder bleken tijdens de kermis in Geleen op 20 mei 2016, diverse leden van de Satudarah in full colors aanwezig te zijn, waaronder ook [verdachte 1] als zijnde de ‘president.’

In opdracht en onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie parket Limburg, wordt een opsporingsonderzoek gestart naar vermoedelijke strafbare feiten, gepleegd door leden van verschillende Limburgse chapters van de Satudarah MC.

Aanleiding tot dit opsporingsonderzoek is gelegen in het feit dat zowel binnen de geautomatiseerde politiesystemen informatie voorhanden is, alsook door het Team Criminele Inlichtingen (TCI) informatie is verstrekt, dat leden van de Satudarah MC, dan wel in georganiseerd verband, verdacht worden van betrokkenheid bij verschillende ernstige strafbare feiten, betreffende:

- geweldsmisdrijven (afpersingen, bedreigingen, mishandeling);

- verdovende middelen (bezit, handel en de productie van onder andere synthetische drugs);

- (vuur-)wapens (bezit en handel in (vuur-) wapens);

- witwassen.

Hieruit kan worden afgeleid dat voornamelijk ook leidinggevende personen binnen de Satudarah MC, onder andere (…) [verdachte 1] , betrokken zijn bij het plegen van strafbare feiten.

Vervolgens is een selectie van meldingen, aangiften en TCI-informatie weergegeven.

Op 1 maart 2017 vordert de officier van justitie vervolgens een machtiging tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie (OVC) ex artikel 126l van het Wetboek van Strafvordering, waarna de rechter-commissaris ook op 1 maart 2017 die machtiging heeft verleend. Aan die vordering wordt ten grondslag gelegd een “Proces-verbaal aanvraag bevel opnemen vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel” d.d. 1 maart 2017, ook wel te noemen het aanvraagproces-verbaal OVC. Dit proces-verbaal vermeldt onder meer het volgende:

Door de officier van justitie zijn meerdere bevelen ex. artikel 126m/n Wetboek van Strafvordering afgegeven onder andere met betrekking tot het bij de verdachte [verdachte 1] in gebruik zijnde communicatiemiddel. Uit analyse van de tapgesprekken blijkt dat de inhoud van de gesprekken voornamelijk Satudarah gerelateerd is en geeft een beeld van de activiteiten en afspraken van verdachte [verdachte 1] met derden. [verdachte 1] bekleedt binnen de Satudarah, chapter Geleen, de functie van "president" en geeft vanuit die functie sturing en leiding aan de Satudarah leden binnen zijn chapter.

Uit onderzoek en uit diverse mediabronnen is gebleken dat OMG' s clubgebouwen c.q. vergaderlocaties gebruiken om leden, die kennelijk niet volgens de normen en waarden van de club dan wel niet volgens de regels van de club acteren, te mishandelen, bedreigen en af te persen. Deze leden worden veelal in "Bad Standing" uit de club gezet, gevolgd door het al dan niet middels afpersing dwingen tot het betalen van boetegelden.

Binnen dit onderzoek werd door de officier van justitie een bevel 126m/n Wetboek van Strafvordering afgegeven met betrekking tot het telecommunicatiemiddel in gebruik bij de betrokkene / slachtoffer [slachtoffer 11] . Uit het daaropvolgend onderzoek bleek dat [slachtoffer 11] in "Bad Standing" uit de club was gezet en dat men probeerde hem naar het clubhuis te lokken. [slachtoffer 11] werd echter door zijn moeder gewaarschuwd om daar niet heen te gaan omdat hij daar in elkaar zou worden geslagen.

(…)

In februari...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT