Uitspraak Nº 08/123563-18 (P). Rechtbank Overijssel, 2020-07-21

Datum uitspraak:2020/07/21
Uitgevende instantie::Rechtbank Overijssel
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/123563-18 (P)

Datum vonnis: 21 juli 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats] ,

wonende in [adres 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

7 juli 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. G.C. Pol en van hetgeen door verdachte en diens raadsman mr. D.R. Corbeek, advocaat te Arnhem, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling, dan wel aan mishandeling, door met een personenauto tweemaal - eerst achteruit en vervolgens vooruit rijdend - tegen [aangever] aan te rijden.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 19 januari 2018 te Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, als bestuurder van een personenauto:

- ( met hoge snelheid, althans plotseling accelerend) achteruit is gereden tegen de benen, althans tegen het lichaam van die [aangever] aan (terwijl die [aangever] zich op (zeer) korte afstand van zijn, verdachtes voertuig, bevond) en/of

- ( vervolgens) (met hoge snelheid, althans plotseling accelerend) vooruit is gereden tegen de benen, althans tegen het lichaam van die [aangever] aan (terwijl die [aangever] zich op (zeer) korte afstand van zijn, verdachtes voertuig, bevond, ten gevolge waarvan die [aangever] op de motorkap van voornoemde auto terecht is gekomen en/of vervolgens enkele meters is meegesleurd en/of vervoerd, ten gevolge waarvan die [aangever] van de motorkap van die personenauto is afgevallen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 19 januari 2018 te Zwolle [aangever] heeft mishandeld door als bestuurder van een personenauto:

- ( met hoge snelheid, althans plotseling accelerend) achteruit te rijden tegen de benen, althans tegen het lichaam van die [aangever] aan (terwijl die [aangever] zich op (zeer) korte afstand van zijn, verdachtes voertuig, bevond) en/of

- ( vervolgens) (met hoge snelheid, althans plotseling accelerend) vooruit te rijden tegen de benen, althans tegen het lichaam van die [aangever] aan (terwijl die [aangever] zich op (zeer) korte afstand van zijn, verdachtes voertuig, bevond, ten gevolge waarvan die [aangever] op de motorkap van voornoemde auto terecht is gekomen en/of vervolgens

enkele meters is meegesleurd en/of vervoerd, ten gevolge waarvan die [aangever] van de motorkap van die personenauto is afgevallen);

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen
4.1

Inleiding

Het dossier bevat, voor zover hier van belang, de aangifte van [aangever] , getuigen-verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] en de verklaring van verdachte. Bij de rechter-commissaris heeft de zoon van verdachte een verklaring afgelegd en heeft ook aangever [aangever] nogmaals verklaard. Ter terechtzitting zijn verder op verzoek van de verdediging beelden getoond waarop het laatste deel van het incident zichtbaar is.

Uit de verklaringen kan worden afgeleid dat zich op 19 januari 2018 een incident heeft voorgedaan tussen verdachte en aangever [aangever] , die op dat moment als verkeersregelaar werkzaam was. Dit incident valt in de tenlastelegging in twee momenten uiteen; verdachte wordt onder het eerste gedachtestreepje verweten dat hij opzettelijk aangever heeft aangereden terwijl hij achteruit reed en onder het tweede gedachtestreepje dat hij (vervolgens) opzettelijk aangever heeft aangereden terwijl hij vooruit reed. De rechtbank zal hierna op beide onderdelen afzonderlijk ingaan.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld, met dien verstande dat de onder het eerste gedachtestreepje weergegeven feitelijkheden - het opzettelijk aanrijden van aangever bij het achteruit rijden - niet kunnen worden bewezen.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft integrale vrijspraak bepleit. In dit verband is, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat moet worden getwijfeld aan de juistheid van de verklaringen van aangever, nu deze verklaringen op onderdelen worden weerlegd door de videobeelden van het incident en door andere verklaringen in het dossier.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Overwegingen met betrekking tot het eerste gedachtestreepje

De rechtbank stelt vast dat de verklaring van aangever dat hij door de auto van verdachte geraakt werd, steun vindt in de verklaring van getuige [getuige 2] . Dat is echter niet zonder meer voldoende voor het oordeel dat verdachte hierbij opzettelijk heeft gehandeld.

De rechtbank betrekt in haar oordeel dat aangever pas in tweede instantie, bij de rechter-commissaris, heeft verklaard dat hij via de achteruitkijkspiegel oogcontact met verdachte had toen verdachte de auto startte en achteruit reed, terwijl aangever hierover in eerste instantie niets heeft verklaard. Daar komt bij dat door de verdediging gemotiveerd is betwist dat er via een spiegel oogcontact is geweest. De rechtbank is van oordeel dat op grond van de verklaringen niet kan worden uitgesloten dat verdachte niet heeft waargenomen dat aangever kort achter zijn auto stond toen hij naar achteren reed. Niet kan dus bewezen worden dat verdachte opzettelijk tegen aangever is aangereden bij het achteruit rijden. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Overwegingen met betrekking tot het tweede gedachtestreepje

De rechtbank stelt op grond van de verklaring van aangever [aangever] bij de politie en de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] vast dat [aangever] op enig moment op zeer korte afstand voor de auto van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT