Uitspraak Nº 08/228066-19 (P). Rechtbank Overijssel, 2020-07-21

Datum uitspraak:21 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Overijssel
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/228066-19 (P)

Datum vonnis: 21 juli 2020

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

7 juli 2020.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. G.C. Pol en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte meerdere wapens en een hoeveelheid munitie aanwezig heeft gehad (feiten 1, 2 en 3) en dat hij 35 hennepplanten heeft geteeld dan wel voorhanden heeft gehad (feit 4).

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 22 september 2019 te Zwolle, in elk geval in Nederland, een vuurwapen in de vorm van een pistool geschikt om automatisch mee te vuren, zijnde een wapen van categorie II onder 2 van de Wet Wapens en Munitie en/of munitie, bestaande uit een grote hoeveelheid patronen (te weten ongeveer 1511 stuks), zijnde munitie van categorie III van

de Wet Wapens en Munitie voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 22 september 2019 te Zwolle, in elk geval in Nederland, twee, althans een (of meer) vuurwapen(s) in de vorm van een pistool en/of een geweer, zijnde (een) wapen(s) van categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie voorhanden heeft

gehad;

3.

hij op of omstreeks 22 september 2019 te Zwolle, in elk geval in Nederland, twee, althans een (of meer) geluidsdemper(s), zijnde (een) wapen(s) van categorie I onder 3 van

de Wet Wapens en Munitie en/of een nabootsing van een pistool, zijnde een wapen van categorie I onder 7 van de Wet Wapens en Munitie;

4.

hij op of omstreeks 22 september 2019 te Zwolle, in elk geval in Nederland, heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid van ongeveer 35 planten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan

30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen
4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen verklaard.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft ter terechtzitting de ten laste gelegde feiten bekend. Door of namens hem zijn geen bewijsverweren gevoerd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.1

feit 1

1. Een proces-verbaal van bevindingen van 22 september 2019, pagina 26-28;

2. Een proces-verbaal onderzoek wapen van 11 oktober 2019, pagina 95-97;

3. Een proces-verbaal onderzoek wapen van 15 oktober 2019, pagina 127-128;

4. De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 juli 2020.

feit 2

1. Een proces-verbaal van bevindingen van 22 september 2019, pagina 26-28;

2. Een proces-verbaal onderzoek wapen van 12 november 2019, pagina 108-111;

3. Een proces-verbaal onderzoek wapen van 6 januari 2020 met proces-verbaalnummer

PL0600-2019422136-66 (onderdeel van het aanvullend proces-verbaal, ongenummerde

pagina's);

4. De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 juli 2020.

feit 3

1. Een proces-verbaal van bevindingen van 22 september 2019, pagina 26-28;

2. Een proces-verbaal onderzoek wapen van 12 november 2019, pagina108-111;

3. Een proces-verbaal onderzoek wapen van 7 januari 2020 met proces-verbaalnummer

PL0600-2019422136-67 (onderdeel van het aanvullend proces-verbaal, ongenummerde

pagina's);

4. De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 juli 2020.

feit 4

1. Een proces-verbaal van bevindingen van 22 september 2019, pagina 26-28;

2. Een proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van. 24 september 2019, pagina 46-48;

3. De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 juli 2020.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT