Uitspraak Nº 09/765060-19. Rechtbank Den Haag, 2020-06-19

Datum uitspraak:2020/06/19
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL
Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/765060-19

Datum uitspraak: 19 juni 2020

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,

[adres]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 18 december 2019 (regie) en 5 juni 2020 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. W. Bos en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman mr. Y. Özdemir naar voren hebben gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 tot en met 24 januari 2019 te Den Haag, in elk geval in Nederland, in het openbaar, mondeling, tot enig strafbaar feit heeft opgeruid, door:

een (web)college te geven en daarbij de tekst "de besnijdenis is verplicht voor de mannen en aanbevolen voor de vrouwen. Het is niet verplicht voor de vrouwen. De wijsheid die hier achter is dat de penis wordt gereinigd van de onreinheden wat zich op de voorhuid bevindt en bij de vrouw worden haar lusten minder" voor te lezen en/of voor te dragen, welk (web)college op de website van de As Soenah Moskee genaamd [website] is geplaatst en aldaar kon worden geraadpleegd;

2.

hij in of omstreeks de periode van1 mei 2015 tot en met 8 november 2018 te Den Haag, in elk geval in Nederland, in het openbaar, mondeling, heeft aangezet tot gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen, te weten (alle) (islamitische) vrouwen, wegens hun sekse,

een (web)college te geven en daarbij de tekst "de besnijdenis is verplicht voor de mannen en aanbevolen voor de vrouwen. Het is niet verplicht voor de vrouwen. De wijsheid die hier achter is dat de penis wordt gereinigd van de onreinheden wat zich op de voorhuid bevindt en bij de vrouw worden haar lusten minder" voor te lezen en/of voor te dragen, welk (web)college op de website van de As Soenah Moskee genaamd [website] is geplaatst en aldaar kon worden geraadpleegd;

3 Bewijsoverwegingen
3.1

Inleiding1

De verdachte wordt – kort gezegd – verweten dat hij een boodschap heeft voorgedragen waardoor hij heeft opgeruid tot enig strafbaar feit (vrouwenbesnijdenis, feit 1) en waardoor hij heeft aangezet tot gewelddadig optreden tegen vrouwen wegens hun sekse (feit 2).

In de online leeromgeving [website] van de As-Soennah moskee te Den Haag is in het najaar van 20152een videofragment geplaatst van 54 minuten en 34 seconden3 waarin de verdachte doceert over het onderwerp ‘Eigenschappen van de natuurlijk aanleg’, ook genoemd de ‘Fitra’. Dit is een onderdeel van een meerdelige cursus over reinheid en gebed in de Islam4. Dit fragment is in de zomer van 2015 opgenomen door de verdachte.5 Op de video vertaalt de verdachte passages uit een boek over vereenvoudigde jurisprudentie in het licht van de Koran en de Soennah en draagt hij onder meer het volgende voor6:

‘Zoals we zeiden is de besnijdenis verplicht voor de mannen en aanbevolen voor de vrouwen. Het is niet verplicht voor de vrouwen. De wijsheid die hier achter is dat de penis wordt gereinigd van de onreinheden wat zich op de voorhuid bevindt en bij de vrouw worden haar lusten minder’7

Deze uitspraak is in april 2018 opgemerkt door landelijke media. Op 27 april 2018 is onder het videofragment met deze uitspraak getoond en besproken in het programma Nieuwsuur8 en vervolgens op 28 september 2018 in het programma De Nieuwe Maan9. Daarna is op 8 november 2018 door [aangever] aangifte gedaan. Door haar zijn mensen vervolgens opgeroepen om ook aangifte te doen. In totaal zijn meer dan 130 aangiftes gestuurd naar politiebureau Hoefkade in Den Haag. Op 16 mei 2018 is door het bestuur van de As-Soennah moskee een bericht geplaatst op [website] dat het videofragment is verwijderd van de website.10

De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de verdachte zich door het doen van deze uitlating schuldig heeft gemaakt aan opruiing tot enig strafbaar feit (feit 1) en aan aanzetting tot gewelddadig optreden tegen (islamitische) vrouwen (feit 2).

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

Volgens de officier van justitie is de uitspraak in het openbaar gedaan want door de moskee zijn geen bijzondere eisen gesteld aan wie wel of geen toegang kreeg tot het online cursusmateriaal. Het was ook toegankelijk voor de journalisten van Nieuwsuur. Daarmee is het cursusmateriaal openlijk toegankelijk en openbaar in de zin van de artikelen 131 en 137d van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte heeft meegewerkt aan de totstandkoming van het online lesmateriaal, zodat kan worden aangenomen dat ook zijn opzet op de openbaarheid gericht was.

Voorts heeft de officier van justitie gesteld dat de uitlatingen van de verdachte zijn gericht aan toehoorders die (deels) meer over de Islam, interpretatie van relevante geschriften en de invloed van die geschriften op hun dagelijkse leven willen weten. Door deze geïnteresseerden voor te houden dat vrouwenbesnijdenis wordt aanbevolen, is door de verdachte het idee gewekt dat het iets aanbevelenswaardigs is. Nu de verdachte een professional is, een gestudeerd docent, en verbonden aan een van de grootste moskeeën van Nederland, heeft de gedane aanbeveling impact en heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het opruien tot een strafbaar feit, op zijn minst mishandeling.

Ook is sprake van aanzetten tot gewelddadig optreden tegen personen op grond van geslacht, want door de verdachte wordt onderscheid naar geslacht gemaakt door de genoemde motivatie voor vrouwenbesnijdenis, namelijk het verminderen van lustgevoelens, en door het feit dat vrouwenbesnijdenis een heel andere (en strafbare) ingreep betreft in vergelijking met mannenbesnijdenis. Vanwege verdachtes functie binnen de moskee, kan aangenomen worden dat hij zich bewust was van de betekenis van de uitgesproken aanbeveling en dat hij op zijn minst de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn uitlating zou aanzetten tot gewelddadig optreden tegen vrouwen.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van beide feiten bepleit.

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat in de context waar de uitspraak is gedaan, geen sprake is van opruiing omdat niet bewezen kan worden dat de verdachte heeft beoogd personen te beïnvloeden strafbaar te handelen en evenmin dat de uitlating zodanig is geweest dat iemand hierdoor aangezet zou kunnen worden. De deelnemers aan de online cursus zijn geen personen die beïnvloedbaar zijn en de ten laste gelegde uitlating maakt deel uit van een video van in totaal 54 minuten en 34 seconden, waarvan het grootste deel niet over besnijdenis gaat, maar waarin andere onderwerpen worden besproken. Het deel dat over besnijdenis gaat, is (ter plaatse) vertaald uit een wetenschappelijk boek, waaraan de verdachte zelf geen conclusies heeft verbonden. Door de verdachte zijn geen woorden van aanprijzing, bewondering, verheerlijking of vergoelijking van vrouwenbesnijdenis uitgesproken.

De raadsman heeft voorts bepleit dat niet kan worden bewezen dat de verdachte opzettelijk heeft opgeruid. Allereerst is niet duidelijk op welk strafbaar feit het ten laste gelegde precies ziet en verder is de uitlating geen aanbeveling die is gedaan door de verdachte zelf. Het is een citaat uit een Arabisch boek met eenvoudige jurisprudentie. De verdachte staat bovendien niet achter de inhoud van de tekst.

De raadsman heeft verder het standpunt ingenomen dat de uitlating niet in het openbaar is gedaan, omdat deze niet door het publiek gehoord kon worden in een openbare ruimte. De online lessen van de moskee zijn naar mening van de verdediging aan te merken als besloten groep. Het is bovendien niet duidelijk hoeveel personen de video heeft bereikt.

Ten aanzien van feit 2 is aangevoerd dat het handelen van de verdachte niet onder de strafbaarstelling van artikel 137d van het Wetboek van Strafrecht valt, omdat sprake is geweest van een wetenschappelijke verhandeling. De raadsman heeft daarom verzocht dit artikel restrictief te interpreteren. Voorts is aangevoerd dat artikel 137d Sr dient ter bescherming van minderheden of kwetsbare groepen en dat vrouwen niet als zodanig kunnen worden aangemerkt.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Op grond van de onder 3.1 genoemde bewijsmiddelen staat vast dat de verdachte de uitlating die hem verweten wordt, heeft uitgesproken.

Openbaarheid van de uitlating

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen voor beide feiten, moet de uitlating in het openbaar zijn gedaan...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT