Uitspraak Nº 13/084100-20. Rechtbank Amsterdam, 2020-07-23

Datum uitspraak:2020/07/23
Uitgevende instantie::Rechtbank Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/084100-20 (Promis)

Datum uitspraak: 23 juli 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst 1] ) op [geboortedag 1] 2000,

verblijfsadres [verblijfadres] ,

thans gedetineerd in [detentiecentrum] te [plaats] .

Verdachte was bij de behandeling van zijn strafzaak aanwezig.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 juli 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. G. Dankers en van wat verdachte en zijn raadsman mr. A.R. Kellerman naar voren hebben gebracht. Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de vorderingen van de slachtoffers [beveiliger] en [slachtoffer 2] .

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt – na wijziging – kort gezegd beschuldigd van:

1. het medeplegen van een poging tot afpersing en/of de beroving van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op 27 maart 2020 te Amsterdam, 2. het in bezit hebben van een verboden wapen op 27 maart 2020.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs
3.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde. De officier van justitie vindt daarentegen het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft samen met zijn medeverdachte [medeverdachte] geprobeerd de [supermarkt] supermarkt te overvallen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde feit bepleit. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsman geen verweer gevoerd over het bewijs.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

3.3.1

Vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

3.3.2

Het oordeel over het onder 1 ten laste gelegde

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen in bijlage II bewezen dat verdachte

1

op 27 maart 2020 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] (medewerkster servicebalie) en [slachtoffer 2] (kassamedewerkster) te dwingen tot afgifte van geld toebehorende aan [supermarkt] , gelegen aan [adres] ,

en

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld, toebehorende aan [supermarkt] , en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en te doen volgen van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededader de vlucht mogelijk te maken,

- die supermarkt zijn binnen gelopen, zulks terwijl hij, verdachte en zijn mededader, (een deel van) hun gezicht met muts en capuchon bedekt hebben gehouden en

- over een balie zijn gesprongen en

- vervolgens dreigend een mes aan die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] hebben getoond en

tegen haar lichaam hebben gehouden van die [slachtoffer 1] en met dat mes op de kassa van [slachtoffer 2] hebben geslagen en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 1] en [beveiliger] (beveiliger [supermarkt] ) en die [slachtoffer 2] hebben gericht en

- ( daarbij)(dreigend) tegen die [slachtoffer 1] en die [beveiliger] hebben gezegd: “Where is the fucking money” en “doe de kassa’s open" en “Snel, snel” en/of “Open the fucking door" en “Ik heb twee kogels voor jou" en "ik ga je schieten" en “Ik ga je steken",

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen en maatregelen
7.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie vindt dat verdachte moet worden berecht volgens het volwassenenstrafrecht, ondanks zijn leeftijd en het feit dat hij zijn voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in een justitiële jeugdinrichting (JJI). Ter zitting is gebleken dat verdachte niet door medeverdachte [medeverdachte] is beïnvloed om het feit te plegen. Ook het gegeven dat dat hij ten tijde van het plegen van poging overval bij zijn moeder woonde, is onvoldoende om het adolescentenstrafrecht (ASR) toe te passen.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar onder 1 bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 46 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Als bijzondere voorwaarden dienen te worden opgelegd dat verdachte meewerkt aan begeleid wonen, meewerkt aan eventuele ambulante behandeling en meewerkt aan het toezicht van de reclassering.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om toepassing te geven aan het ASR ex artikel77c van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Daarnaast dient bij de strafoplegging rekening te worden gehouden met de houding van verdachte in combinatie met het rapport van de reclassering waaruit blijkt dat het recidivegevaar laag/gemiddeld is. Verdachte heeft spijt betuigd, verantwoordelijkheid genomen en hij heeft zich goed gedragen in de jeugdinrichting. Een straf met het oogmerk om de maatschappij te beschermen vindt in het geheel geen toepassing. Daardoor kan de straf een stuk lager uitvallen dan gemiddeld. Uit de richtlijnen jeugdstrafrecht blijkt dat er op een overval op een winkel vanaf vier maanden jeugddetentie staat. De raadsman heeft verzocht om verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van maximaal zes maanden en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar, eventueel in combinatie met een taakstraf. Verdachte is bereid om met alle voorwaarden die door de reclassering zijn voorgesteld mee te werken.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededader [medeverdachte] op 27 maart 2020 schuldig gemaakt aan een zeer brutale poging tot een gewapende overval op een supermarkt. Verdachte heeft daarbij met een groot mes de medewerkers van de supermarkt bedreigd met de bedoeling dat zij geld uit de kassa’s zouden halen, terwijl zijn medeverdachte hetzelfde...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT