Uitspraak Nº 13/156199-19 (Promis). Rechtbank Amsterdam, 2020-07-28

Datum uitspraak:28 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/156199-19 (Promis)

Datum uitspraak: 28 juli 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 14 juli 2020. Verdachte was bij de behandeling van zijn strafzaak aanwezig.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.J. Cnossen en van wat verdachte en zijn raadsman mr. A.D. Kupelian naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De feiten op de tenlastelegging worden verkort weergegeven. De volledige tenlastelegging staat in bijlage I, die aan dit vonnis is gehecht.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich op 29 juni 2019 (samen met anderen) heeft schuldig gemaakt aan:

1. vrijheidsberoving van [slachtoffer] ;

2. dwang en/of poging tot dwang van [slachtoffer] ;

3. bedreiging van [slachtoffer] ;

4. het voorhanden hebben van een revolver en munitie.

3 Waardering van het bewijs

Feiten en omstandigheden

Op 29 juni 2019 rond 20.32 uur kwam bij de politie een telefonische melding over een gijzeling in een belwinkel in Amstelveen binnen. Volgens de anonieme melder zou zijn vriend ‘ [slachtoffer] ’ al enige uren in een belwinkel in het stadshart van Amstelveen worden vastgehouden door vijf tot zes mannen. Deze mannen zouden met messen bewapend zijn. De politie kwam ter plaatse en hield uiteindelijk 9 mannen aan, onder wie verdachte (de eigenaar van de belwinkel) en [slachtoffer] . Onderweg naar het politiebureau verklaarde [slachtoffer] dat hij de gegijzelde was.

3.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat op basis van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen alle ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is geweest van onrechtmatig politieoptreden waardoor alle daaruit verkregen bewijsmiddelen moeten worden uitgesloten. De politie heeft namelijk nagelaten de anonieme melding nader te onderzoeken en is direct in actie gekomen. Er was op dat moment geen grond voor een verdenking die een doorzoeking rechtvaardigde. Daar komt bij dat verdachte het slachtoffer op heterdaad heeft betrapt op het stelen van zijn telefoon, zodat hij een titel had om het slachtoffer aan te houden. Van wederechtelijke vrijheidsberoving was dus geen sprake en de inzet van het arrestatieteam was niet rechtmatig. De raadsman heeft verder aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer] , [naam 1] en [naam 2] leugenachtig zijn en daarom niet kunnen bijdragen aan enig bewijs.

Omdat het dossier verder onvoldoende bewijs bevat moet verdachte van alle ten laste gelegde feiten worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 1 stelt de raadsman zich, zo begrijpt de rechtbank, subsidiair op het standpunt dat niet kan worden bewezen dat verdachte opzet had op gijzeling of wederechtelijke vrijheidsberoving van het slachtoffer, omdat het dwangelement ontbreekt. Ook om die reden moet vrijspraak volgen, aldus de raadsman.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Het oordeel over de bewijsuitsluiting

De (on)rechtmatigheid van het politieoptreden

De rechtbank overweegt het volgende. Naar aanleiding van de melding op 29 juni 2019 heeft de politie allereerst contact opgenomen met het telefoonnummer van [slachtoffer] , dat was genoemd door de anonieme melder. De telefoon wordt opgenomen door een man met de naam ‘ [verdachte] ’, die direct daarna de verbinding verbreekt. Uit onderzoek van de politie blijkt verder dat de belwinkel uit de melding vermoedelijk ‘ [naam belwinkel] ’ betreft. De eigenaar van deze belwinkel heet [verdachte] en heeft antecedenten voor geweldsmisdrijven. Als politieambtenaren vervolgens bij de belwinkel gaan kijken, zien zij meerdere breedgeschouderde mannen de belwinkel in en uit lopen. Ook zien zij rondom de belwinkel enkele auto’s geparkeerd staan, die op naam staan van personen die antecedenten met betrekking tot vuurwapens hebben. Op het moment dat opvallende politievoertuigen het plein op komen rijden, rent één van de mannen hard weg. Op dat moment gaat het arrestatieteam over tot aanhoudingen.

De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat, anders dan de raadsman heeft gesteld, de politie naar aanleiding van de telefonische melding wel degelijk onderzoek heeft verricht om de anonieme melding, voor zover mogelijk, te verifiëren. De resultaten van dat onderzoek gaven geen aanleiding aan de inhoud van de anonieme melding te twijfelen. In tegendeel, er bestond een reële mogelijkheid van een gijzelingssituatie die al geruime tijd aan de gang was en waarbij het slachtoffer acuut gevaar liep. De politie moest dus snel optreden en heeft dat ook gedaan.

Daar komt nog bij dat het optreden van het arrestatieteam naar aanleiding van de melding als zodanig geen bewijs heeft opgeleverd. Van enige bewijsuitsluiting, zoals door de verdediging is bepleit, kan ook om die reden geen sprake zijn. De doorzoeking van de belwinkel heeft pas op een later moment plaatsgevonden, nadat [slachtoffer] zich bij de politie als slachtoffer van een gijzeling kenbaar had gemaakt en van een gerechtvaardigde verdenking zonder meer sprake was. De daaropvolgende doorzoeking in de belwinkel heeft plaatsgevonden onder leiding van een officier van justitie. Voor het doorzoeken van verdachtes computer, waarop de hieronder beschreven Google Translate conversatie is aangetroffen, heeft verdachte bovendien zelf toestemming gegeven. Ook de overige bewijsmiddelen in deze zaak, de verklaringen van [slachtoffer] en andere getuigen, zijn evenmin direct resultaat van het optreden van het arrestatieteam.

De verklaring van [slachtoffer]

Volgens verdachte is de aanleiding voor alle gebeurtenissen de diefstal van zijn telefoon geweest. [slachtoffer] verklaart dat hij niets weet van een gestolen telefoon. Uit het dossier komen diverse aanwijzingen naar voren dat [slachtoffer] wel degelijk betrokken was bij de diefstal van de telefoon van verdachte. Verdachte is, op aanwijzing van zijn buurvrouw, achter drie mannen aangerend die zijn telefoon uit het kantoor van de belwinkel hadden gestolen. Van die drie mannen is uiteindelijk alleen [slachtoffer] overgebleven en meegenomen naar de belwinkel. Op de computer van verdachte is verder een (getypt) gesprek via Google Translate aangetroffen, over en weer vertaald uit het Nederlands en het Spaans. In deze conversatie wordt door beide gespreksdeelnemers veelvuldig over de gestolen telefoon gesproken.

Anders dan de verdediging stelt, maakt de vermoedelijke betrokkenheid van [slachtoffer] bij de diefstal van de telefoon van verdachte nog niet dat daarmee ook de volledige verklaring van [slachtoffer] als leugenachtig moet worden bestempeld en niet als bewijsmiddel zou kunnen worden gebruikt. Te meer niet nu die verklaring van [slachtoffer] op belangrijke...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT