Uitspraak Nº 13/294605-19. Rechtbank Amsterdam, 2020-07-29

Datum uitspraak:2020/07/29
Uitgevende instantie::Rechtbank Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/294605-19 (Promis).

Datum uitspraak: 29 juli 2020.

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd [detentieplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 juli 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. W.J. de Graaf, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.J.C. Verlaan, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:

feit 1: mishandeling van zijn levensgezel [slachtoffer] op 8 december 2019 te Amsterdam;

feit 2: poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer] op 8 december 2019 te Amsterdam;

feit 3: verkrachting van [slachtoffer] op 8 december 2019 te Amsterdam.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs
4.1.

Inleiding

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Verdachte en [slachtoffer] hebben samen een zoontje en hadden – in ieder geval – in december 2019 een relatie. Verdachte woonde in die periode bij [slachtoffer] in haar woning aan de [straatnaam] in Amsterdam. In de nacht van 7 op 8 december 2019 gingen zij samen naar een feest op een boot in Amsterdam. Verdachte werd boos toen hij [slachtoffer] daar met een andere jongen zag praten. Hij heeft verklaard dat hij [slachtoffer] op dat moment één keer met de platte hand heeft geslagen en haar een vuistslag heeft gegeven. [slachtoffer] is toen samen met een vriendin naar huis gegaan. Omstreeks 05:30 uur waren zij thuis. Een paar minuten later stond verdachte voor de deur. [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte haar toen ook in haar woning heeft mishandeld. Hij zou haar onder andere in haar gezicht en tegen haar bovenlichaam en benen hebben geslagen. Omstreeks 07:49 uur ontving de meldkamer van de politie een melding van een mishandeling in een woning aan de [straatnaam] . De politie was omstreeks 07:51 ter plaatse. In de slaapkamer troffen de agenten een grote hoeveelheid bloed op het bed en op de grond aan. Zij zagen dat het rechteroog van [slachtoffer] dik was en er bloed over haar oog stroomde. Ook de bovenlip en de neus van [slachtoffer] zaten onder het bloed. Verdachte is toen aangehouden. Tijdens het tweede verhoor bij de politie heeft [slachtoffer] verklaard dat zij na de mishandeling tegen haar zin in seks moest hebben met verdachte. Ze moest hem oraal bevredigen, terwijl haar kaken nog pijn deden van de mishandeling. Verdachte werd boos toen ze zei dat het pijn deed en sloeg haar tijdens de seks ook meerdere malen. Verdachte heeft de mishandeling op de boot en in de woning bekend, maar heeft ontkend dat er vervolgens in de woning seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Uit onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is gebleken dat op de penis van verdachte DNA van (vermoedelijk) [slachtoffer] is aangetroffen. In beide bemonsteringen van de penis is bloed en een aanwijzing voor speeksel aangetroffen.

4.2.

Standpunten van de officier van justitie en de raadsman

De officier van justitie

Feit 1

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer] op de boot een klap en vervolgens een vuistslag in het gezicht heeft gegeven. Verdachte heeft dit bekend. Er is onvoldoende ondersteunend bewijs in het dossier voor meer geweld dan de twee klappen die verdachte heeft bekend. Verdachte dient daarom partieel te worden vrijgesproken van de overige ten laste gelegde gedragingen.

Feit 2

Ook de mishandeling in de woning van [slachtoffer] kan wettig en overtuigend worden bewezen op basis van de verklaring van [slachtoffer] en de verklaring van verdachte. Omdat verdachte meermalen met kracht tegen het lichaam en het hoofd van [slachtoffer] heeft geslagen en geschopt, kan worden gesproken van opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Feit 3

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verkrachting kan worden bewezen. De verklaring van [slachtoffer] dient als betrouwbaar te worden aangemerkt en wordt ondersteund door het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), waaruit blijkt dat op de penis van verdachte DNA van [slachtoffer] is aangetroffen. De verklaring van verdachte dat zij voorafgaand aan het feest vaginale en orale seks hebben gehad, terwijl [slachtoffer] ongesteld was, dient als ongeloofwaardig ter zijde te worden geschoven. Verdachte heeft verklaard dat hij zijn penis nog gewassen had na het vorige seksmoment, wat het aannemelijk maakt dat de sporen van een later moment zijn. Bovendien blijkt uit meerdere gesprekken die zij in de penitentiaire inrichting (P.I.) hebben gevoerd, dat zij nooit seks hadden als [slachtoffer] ongesteld was. Verdachte heeft geprobeerd de verklaring van [slachtoffer] te beïnvloeden.

De raadsman

Feit 1 en 2

De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van feit 1 en feit 2.

Feit 3

De raadsman heeft primair betoogd dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek dat tot bewijsuitsluiting moet leiden. Om die reden zou vrijspraak moeten volgen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er is gehandeld in strijd met de Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten (2018A008). De twee verklaringen van [slachtoffer] zijn niet auditief geregistreerd, waardoor voor de verdediging het controlemechanisme ontbreekt. Het nadeel voor verdachte is groot. Hij ontkent namelijk het zedendelict, terwijl [slachtoffer] in haar niet-ondertekende en niet-opgenomen verklaringen spreekt van gedwongen seks.

Subsidiair heeft de raadsman verzocht om verdachte vrij te spreken wegens gebrek aan overtuigend bewijs. [slachtoffer] heeft in haar allereerste verklaring niet gesproken over onvrijwillige seks. De twee verklaringen waarin zijn wel heeft verklaard over onvrijwillige seks, zijn niet ondertekend. [slachtoffer] heeft vervolgens bij de rechter-commissaris verklaard dat zij en verdachte voor het feest seks onder de douche hadden en dat zij toen ongesteld was. Dat op de penis van verdachte DNA van [slachtoffer] is aangetroffen, is slechts een bevestiging van de seks die zij en verdachte voorafgaand aan het feest hadden.

4.3.

De beoordeling door de rechtbank

4.3.1.

Feit 1 en feit 2

De rechtbank is van oordeel dat de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen zijn op basis van de verklaring van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT