Uitspraak Nº 13/994072-18. Rechtbank Amsterdam, 2020-05-28

Datum uitspraak:2020/05/28
Uitgevende instantie::Rechtbank Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/994072-18

Datum uitspraak: 28 mei 2020

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige economische strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren in [geboortegegevens] 1969,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres]

.

1 Onderzoek op de zitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 14 mei 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. H.H.M. Beune, en van wat verdachte en zijn raadsman mr. S.B.J. Hiemstra, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij zich op 15 november 2018 in Vijfhuizen heeft schuldig gemaakt aan:

1. (medeplegen van) het in Vijfhuizen opslaan en/of voorhanden hebben en/of aan een ander ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik;

subsidiair het in Vijfhuizen opslaan en/of voorhanden hebben van dat professionele vuurwerk in de hoedanigheid van een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis;

2. ( (mede)plegen van het voorhanden hebben van dat vuurwerk buiten een inrichting waarvoor een vergunning is verleend of een melding is gedaan;

De gehele tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage Ⅰ die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs
3.1.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 1 en feit 2. Ten aanzien van feit 1 heeft zij zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde kan worden bewezen, met uitzondering van het ter beschikking stellen.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder feit 1 tenlastegelegde ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk. De raadsman heeft ook naar voren gebracht dat niet kan worden bewezen dat verdachte het vuurwerk dat is aangetroffen in de blauwe bus voorhanden heeft gehad, omdat verdachte de opdracht kreeg om het vuurwerk uit de witte bus in de loods te leggen maar uit het dossier blijkt niet dat hij ook de opdracht heeft gekregen om het vuurwerk uit de blauwe bus te laden dan wel dat hij wist dat er in de blauwe bus ook vuurwerk lag. Daarom kan alleen worden bewezen dat verdachte een hoeveelheid vuurwerk voorhanden heeft gehad.

Het overige tenlastegelegde onder feit 1 en 2 kan volgens de raadsman wel worden bewezen.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

3.3.1.

Feit 1

Vrijspraak aan een ander ter beschikkingstellen

Het dossier bevat sterke aanwijzingen dat verdachte zich samen met anderen bezig hield met de verkoop van professioneel vuurwerk, maar op grond van het dossier kan niet worden bewezen dat verdachte vuurwerk op of omstreeks de in de tenlastelegging genoemde datum van 15 november 2018 in Vijfhuizen aan anderen ter beschikking heeft gesteld. Daarom spreekt de rechtbank verdachte vrij van het ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk.

Bewijsoverweging voorhanden hebben en opslaan

De rechtbank is van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte samen met anderen professioneel vuurwerk heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad in een inrichting die daar niet voor geschikt was. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Verdachte is aangetroffen in een loods waar een grote hoeveelheid vuurwerk lag opgeslagen. Bij de loods stonden twee transportbussen; een witte bus van waaruit vuurwerk werd overgeladen in de loods en een blauwe bus waarin ook vuurwerk aanwezig was.

Verdachte heeft verklaard dat hij samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de loods aanwezig was om vuurwerk uit te laden. Op grond daarvan kan worden bewezen dat verdachte de beschikkingsmacht over en de wetenschap had van het ter plaatse aangetroffen vuurwerk en dat hij dit vuurwerk dus samen met anderen voorhanden heeft gehad in een loods die daar niet geschikt voor was. De rechtbank rekent hier ook het vuurwerk onder dat in de blauwe bus is aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij zowel de witte als de blauwe bus heeft gehuurd met als doel dat het vuurwerk hierin kon worden vervoerd. Omdat deze bussen werd gehuurd door verdachte, is de rechtbank van oordeel dat verdachte de beschikkingsmacht had over het vuurwerk in de blauwe bus. Hij wist dat de bussen gebruikt werden om vuurwerk in te vervoeren en hij kwam die dag bij de loods omdat hij vuurwerk moest uitladen. Verdachte had daarvoor al twee keer eerder vuurwerk uitgeladen en hij was bekend met de procedure. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte ook moet hebben geweten dat er vuurwerk lag in de blauwe bus.

Volgens verdachte is hij door iemand benaderd om het vuurwerk uit te laden. Het vuurwerk was niet van hem. De rechtbank sluit niet uit dat er naast verdachte en medeverdachten ook anderen betrokken waren bij het aangetroffen vuurwerk, mogelijk als eigenaar dan wel als investeerder of transporteur. Op grond van het dossier kan in ieder geval worden vastgesteld dat verdachte en zijn medeverdachten een substantiële bijdrage hebben geleverd aan de opslag van het vuurwerk door bussen te huren waarin het vuurwerk werd vervoerd, het vuurwerk daarna uit de bussen te laden en vervolgens op te slaan in de loods. Deze substantiële bijdrage is naar het oordeel van de rechtbank voldoende om naast het medeplegen van het voorhanden hebben van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT