Uitspraak Nº 15/007643-20. Rechtbank Noord-Holland, 2020-07-31

Datum uitspraak:31 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Noord-Holland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/007643-20 (P)

Uitspraakdatum: 31 juli 2020

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 juli 2020 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres]

,

thans gedetineerd in het Justitieel Complex Schiphol.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. T.M. Fikkers en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. G.F.H. Velthuizen, advocaat te Zaandam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1

primair

hij (op een of meerdere tijdstip(pen)) in of omstreeks de periode van 2 november 2019 tot en met 4 januari 2020 te [pleegplaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangeefster] en/of [aangever] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (ter hoogte van 3000,- euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [aangeefster] toebehoorde, door

(in de periode van 2 november 2019 tot en met 4 november 2019)

- een enveloppe met een brief in de brievenbus van die [aangeefster] te doen en/of

- in die brief persoonlijke dingen van die [aangeefster] aan te halen waaruit moet blijken dat zij in de gaten wordt gehouden en/of

- in die brief te schrijven dat die [aangeefster] 15.000 euro moet betalen om zich vrij te kopen en/of te voorkomen dat zij in de problemen zou geraken waarbij meerdere partijen betrokken zijn en/of

- in die brief te schrijven op welke manier en op welke locatie het geld moet worden afgeleverd en/of

- in die brief te waarschuwen dat indien de instructies niet worden opgevolgd, de persoonlijke informatie en/of belastende informatie over die [aangeefster] kenbaar zal worden gemaakt en/of dat zij, verdachte(n), aan de deur zouden komen en/of

(in de periode van 3 januari 2020 tot en met 4 januari 2020)

- ( meermalen) op het huistelefoonnummer van die [aangeefster] te bellen en/of

- telefonisch persoonlijke dingen van die [aangeefster] aan te halen waaruit moet blijken dat zij in de gaten wordt gehouden en/of

- telefonisch dreigend te eisen dat het geldbedrag geregeld moet worden en/of er betaald moet worden en/of

- telefonisch instructies te geven op welke manier en op welke locatie het geld moest worden afgeleverd;

subsidiair

hij (op een of meerdere tijdstip(pen)) in of omstreeks de periode van 2 november 2019 tot en met 4 januari 2020 te [pleegplaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met smaad en/of smaadschrift en/of openbaarmaking van een geheim,

een persoon, te weten [aangeefster] , althans een ander of anderen, te dwingen tot afgifte van een (aanzienlijk) geldbedrag van (ongeveer) 15.000 euro, althans een aanbetaling van 3000 euro

hij, verdachte, en/of een of meer van zijn medeverdachte(n) :

(in de periode van 2 november 2019 tot en met 4 november 2019)

- een enveloppe met een brief in de brievenbus van die [aangeefster] te doen en/of

- in die brief persoonlijke dingen van die [aangeefster] aan te halen waaruit moet blijken dat zij in de gaten wordt gehouden en/of

- in die brief te schrijven dat die [aangeefster] 15.000 euro moet betalen om zich vrij te kopen en/of te voorkomen dat zij in de problemen zou geraken waarbij meerdere partijen betrokken zijn en/of

- in die brief te schrijven op welke manier en op welke locatie het geld moet worden afgeleverd en/of

- in die brief te waarschuwen dat indien de instructies niet worden opgevolgd, de persoonlijke informatie en/of belastende informatie over die [aangeefster] kenbaar zal worden gemaakt en/of dat zij, verdachte(n), aan de deur zouden komen en/of

(in de periode van 3 januari 2020 tot en met 4 januari 2020)

- ( meermalen) op het huistelefoonnummer van die [aangeefster] te bellen en/of

- telefonisch persoonlijke dingen van die [aangeefster] aan te halen waaruit moet blijken dat zij in de gaten wordt gehouden en/of

- telefonisch dreigend te eisen dat het geldbedrag geregeld moet worden en/of er betaald moet worden en/of

- telefonisch instructies te geven op welke manier en op welke locatie het geld moest worden afgeleverd;

2

hij (op een of meerdere tijdstip(pen)) in of omstreeks de periode van 2 november 2019 tot en met 7 januari 2020 te [pleegplaats] , in elk van in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte

en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangeefster] en/of [aangever] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag (ter hoogte van 7000,- euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [aangeefster] toebehoorde door

(in de periode van 2 november 2019 tot en met 4 november 2019)

- een enveloppe met een brief in de brievenbus van die [aangeefster] te doen en/of

- in die brief persoonlijke dingen van die [aangeefster] aan te halen waaruit moet blijken dat zij in de gaten wordt gehouden en/of

- in die brief te schrijven dat die [aangeefster] 15.000 euro moet betalen om zich vrij te kopen en/of te voorkomen dat zij in de problemen zou geraken waarbij meerdere partijen betrokken zijn en/of

- in die brief te schrijven op welke manier en op welke locatie het geld moet worden afgeleverd en/of

- in die brief te waarschuwen dat indien de instructies niet worden opgevolgd, de persoonlijke informatie en/of belastende informatie over die [aangeefster] kenbaar zal worden gemaakt en/of dat zij, verdachte(n), aan de deur zouden komen en/of

(in de periode van 3 januari 2020 tot en met 7 januari 2020)

- ( meermalen) op het huistelefoonnummer van die [aangeefster] te bellen en/of

- telefonisch dreigend te eisen dat er 7000 euro, althans (opnieuw) een geldbedrag betaald moet worden en/of geregeld moet worden en/of

- telefonisch te zeggen dat "ze het huis in de fik zouden steken als ze niet betaalden", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- telefonisch instructies te geven op welke manier en op welke locatie het geld moest worden afgeleverd

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Beoordeling van het bewijs
3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van de onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten en tot bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit, voor zover dit laatste feit ziet op 7 januari 2020.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van zowel het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde, als van het onder 2 ten laste gelegde.

Voor feit 1 primair (de verdenking van het medeplegen van afpersing) geldt, aldus de raadsman, dat er geen bewijs is dat verdachte betrokken is geweest bij de dreigbrief die aangeefster tussen 2 en 4 november 2019 heeft ontvangen, noch dat verdachte op 3 en 4 januari 2020 met aangeefster heeft gebeld. Dat de telefoon van verdachte op 4 januari 2020 aan het eind van de middag zendmasten in Ilpendam en Purmerend heeft aangestraald, zegt niets over betrokkenheid bij het ten laste gelegde feit.

Om dezelfde reden moet verdachte naar de mening van de raadsman worden vrijgesproken van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde medeplegen van afdreiging. Daar komt bij dat uit de aangifte niet blijkt dat tot de betaling is overgegaan uit vrees voor smaad of openbaarmaking van een geheim. Dat aangeefster en haar eerste man betrokken waren bij wietplantjes, was immers algemeen bekende informatie.

Wat betreft feit 2, het medeplegen van een poging tot afpersing, heeft de raadsman betoogd dat het niet verdachte is geweest, maar medeverdachte [medeverdachte] , die op 7 januari 2020 met aangevers heeft gebeld en geld heeft geëist. Verdachte heeft toen wel de auto bestuurd waarin de medeverdachte is vervoerd, maar deze handeling is niet ten laste gelegd.

De rechtbank begrijpt dit laatste verweer van de raadsman aldus dat gesteld wordt dat de bijdrage van verdachte van onvoldoende gewicht is geweest om van de voor medeplegen noodzakelijke nauwe en bewuste samenwerking te kunnen spreken.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

3.3.1

Vrijspraak feit 1 primair

Onder feit 1 wordt verdachte primair verweten dat hij in de periode van 2 november 2019 tot en met 4 januari 2020, samen met een ander of anderen, [aangeefster] en [aangever] door geweld of bedreiging met geweld heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van

3.000 euro (medeplegen van afpersing).

Op grond van de bewijsmiddelen – en zoals onder 3.3.3 nader zal worden uiteengezet – kan worden vastgesteld dat [aangeefster] en [aangever] op 4 januari 2020 een geldbedrag hebben afgegeven. Dit deden zij naar aanleiding van een anonieme brief en meerdere telefoontjes, waarin geld werd geëist en waarin onder meer werd gesteld dat aangevers in de gaten werden gehouden en dat, wanneer zij niet zouden betalen, belastende informatie over hen bekend gemaakt zou worden.

Deze manier waarop aangevers zijn benaderd is zonder meer...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT