Uitspraak Nº 16/013720-20 (P). Rechtbank Midden-Nederland, 2020-07-24

Datum uitspraak:24 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/013720-20 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 24 juli 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaas] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres 1] , [postcode] te [woonplaats] ,

thans uit andere hoofde gedetineerd te [verblijfplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 10 juli 2020. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. Y. Bouchikhi, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.A. Hoppenbrouwers en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1

Primair: zich op 14 januari 2020 te Amersfoort samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan diefstal uit een woning waarbij goederen toebehorende aan [slachtoffer 1] zijn weggenomen;

Subsidiair: zich op 14 januari 2020 te Amersfoort samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan heling van een autosleutel en/of een witte tas en/of een uniformbroek en/of uniformjas en/of schoenen en/of parfum en/of sieraden en/of een bewegingscamera;

Feit 2

Primair: zich op 14 januari 2020 te Amersfoort samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan diefstal van een personenauto en/of autosleutel, toebehorende aan [slachtoffer 2] ;

Subsidiair: zich op 14 januari 2020 te Amersfoort samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan heling van een personenauto en/of autosleutel toebehorende aan [slachtoffer 2] .

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. In de auto waarin verdachte en zijn medeverdachten reden zijn goederen aangetroffen die kort daarvoor waren gestolen. Uit het vergelijkend sporenonderzoek volgt dat bij de inbraak, genoemd onder feit 1, twee schoensporen zijn aangetroffen. Dit is een belangrijk element nu de schoenafdruksporen zijn veroorzaakt met schoenen, soortgelijk aan de schoenen van verdachte respectievelijk de schoenen van één van de medeverdachten. Verdachte wordt daarnaast door de moeder van aangever in de zaak van feit 2 herkend. De autosleutel is bij de voordeur weggenomen en vervolgens wordt verdachte aangetroffen in de gestolen auto.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit van het onder feit 1 primair ten laste gelegde. In de woning is een schoenspoor aangetroffen. De officier van justitie schuift de conclusie van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) terzijde, terwijl daaruit blijkt dat het schoenspoor weliswaar lijkt op de schoenen van de verdachte, maar dat niet kan worden vastgesteld dat het hier om dezelfde schoenen gaat. Verdachte kan derhalve niet bij de woning van het onder feit 1 ten laste gelegde worden geplaatst.

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit van het onder feit 2 primair ten laste gelegde. Verdachte wordt gezien in de straat, maar niet bij de voordeur van de woning waar de autosleutel zou zijn weggenomen. Op basis van het procesdossier kan niet worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die de auto heeft weggenomen, of dat sprake is geweest van medeplegen.

Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde onder feit 1 en feit 2 merkt de raadsman op dat de goederen in de BMW zijn aangetroffen, maar dat nergens uit blijkt dat verdachte zeggenschap over de auto of de daarin aangetroffen goederen had. Hij was niet de bestuurder van de auto en uit de bewijsmiddelen volgt ook niet dat hij daar anderszins zeggenschap over had. Verdachte wist niet en had ook redelijkerwijs niet behoeven te vermoeden dat de auto en daarin aangetroffen goederen gestolen waren. Verdachte zal dan ook van het subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken moeten worden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Feit 1

[slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan en het volgende verklaard:

‘Op 14 januari 2020 heb ik de woning aan [adres 2] in [plaatsnaam 1] verlaten. Op 14 januari 2020 te 20:45 uur kwam ik bij de woning. Ik zag dat er in de woning was ingebroken en dat er enig goed was weggenomen. Ik zag namelijk dat het raam opengebroken was aan de achterzijde.2 (…)

Bijlage goederen: Diverse kleding (nieuw), weggenomen in witte "retrobag", paspoort, cosmetica, sieraden3, geld: 600 EUR, geld: 350 GBP, luidspreker (…).’4

[A] heeft het volgende verklaard:

‘Op dinsdag 14 januari 2020 omstreeks 18.00 uur was ik in mijn woning, gevestigd aan [adres 3] te [plaatsnaam 1] . Ik hoorde opeens een soort harde breekgeluiden. Ik hoorde dat het vanaf de achterzijde van mijn woning kwam. Het klonk alsof er iets met veel geweld gebeurde, een soort harde breekgeluiden.’5

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 3] hebben het volgende verklaard:

‘De dader(s) hebben aan de achterzijde van de woning, door met een schroevendraaier en een breekijzer in de sluitnaad van het raam en het raamkozijn te wrikken, een raam opengebroken.’6

Op het kozijn van het inklimraam is een schoenspoor aangetroffen. Dit schoenspoor is veilig gesteld en voorzien van het unieke Sporen Identificatie Nummer (hierna: SIN) AAMO5443NL.7

Verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 12] hebben het volgende verklaard:

‘Op 3 februari 2020 ontving ik:

[A] Een paar schoenen het merk Nike, maat 44,5 en voorzien van SIN AAMFI7575NL, inbeslaggenomen onder [medeverdachte 1] ;

(…)

[C] Een paar schoenen het merk Nike, type Running Zoom Fly SP, maat 45 en voorzien van SIN AAMFI7577NL, inbeslaggenomen onder [verdachte] .

Het schoenafdrukspoor 1 [voorzien van SIN AAMO5443NL, rechtbank] toont twee fragmenten, hierna te noemen schoenafdrukspoor 1.1 en schoenafdrukspoor 1.2.

Het schoenafdrukspoor 1.1 toont een afdruk van de zool van een schoen met een profiel bestaand uit geometrische vormen, zowel blokken als lijnen.

Het schoenafdrukspoor 1.2 toont een afdruk van de zool van een schoen met een profiel bestaand uit vierkante blokken.8

Op grond van het vergelijkend schoensporenonderzoek concluderen wij, dat:

- het schoenafdrukspoor [1.1 ] is veroorzaakt met een schoen, soortgelijk aan de schoenen [C]. Door het ontbreken van karakteristieke overeenkomsten kon niet worden vastgesteld, dat het spoor daadwerkelijk is veroorzaakt met de linkerschoen [C].

- het schoenafdrukspoor [1.2] is veroorzaakt met een schoen, soortgelijk aan de schoenen [A]. Door het ontbreken van karakteristieke overeenkomsten kon niet worden vastgesteld, dat het spoor daadwerkelijk is veroorzaakt met een van de schoenen [A].9

Feit 2

[slachtoffer 2] heeft aangifte gedaan en het volgende verklaard:

‘Ik ben de eigenaar van een personenauto van het merk BMW, voorzien van het kenteken [kenteken] . Op 14 januari 2020 parkeerde ik mijn auto te [plaatsnaam 1] . Even later, omstreeks 18.45 uur wilde ik vertrekken. Ik zag links voor de woning een jongen staan. Ik zag dat zij (de rechtbank begrijpt: de moeder van aangever) werd aangesproken door die jongen.10 Ik ben in de tussentijd, toen mijn moeder met die jongen sprak, naar boven gelopen via de trap in de hal bij de voordeur. De voordeur bleef toen openstaan. Ik wilde mijn autosleutels pakken maar ik kon ze niet vinden. Ik hoorde toen plotseling een auto starten voor de woning van mijn ouders. Wij zagen dat mijn auto wegreed. Ik zag dat er een manspersoon in mijn auto weg reed.’11

Feit 1, feit 2

Verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] hebben het volgende verklaard:

‘Op dinsdag 14 januari 2020 kregen wij de melding van de meldkamer dat omstreeks 19.56 uur een voertuig door de ANPR (automatic numberplate registration) camera was gereden op de rijksweg A1 rechts ter hoogte van [plaatsnaam 3] in de richting van [plaatsnaam 4] . Het voertuig wat door de genoemde ANPR-camera was gereden betrof een BMW 5 serie met Nederlands kenteken [kenteken] (…).’12

Verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] hebben het volgende verklaard:

‘Ik, verbalisant [verbalisant 6] , zag dat bij de BMW met kenteken [kenteken] , de voor- en achterportier aan de rechterzijde open gingen. Ik zag dat er twee personen uitstapten. Ik, verbalisant [verbalisant 6] , zag dat deze twee personen in de rechter richting vanuit de BMW gezien weg renden. Ik heb deze bevindingen doorgegeven aan de overige collega's via de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT